HULPGIDS.NL
Interactief

ForumForum
TestenTesten

Montgomery-Åsberg Depression Rating Scale (MADRS)

 

De scoring is gebaseerd op een klinisch interview dat zich beweegt van ruim gestelde vragen over symptomen naar meer gedetailleerde vragen die een precieze scoring van de ernst mogelijk maken. De beoordelaar moet beslissen of the score op de gedefinieerde stappen ligt (0, 2, 4, 6) of er tussen in (1, 3, 5). Het is van belang te bedenken dat slechts in zeldzame gevallen een depressieve patiënt wordt ontmoet die niet op de items van de schaal kan worden gescoord. Als duidelijk omschreven antwoorden niet kunnen worden verkregen van de patiënt, zijn alle relevante aanwijzingen evenals informatie uit andere bronnen te gebruiken als basis voor de scoring overeenkomstig de gangbare klinische praktijk. De MADRS bestaat uit 10 zeer toegankelijke, in omgangstaal gestelde items, die elk op een 7-puntsschaal worden gescoord.

1.
Zich direct tonende somberheid
0. Geen somberheid
1. 
2. Ziet er ontmoedigd uit, maar klaart zonder enige moeite op.
3. 
4. Lijkt de meeste tijd somber en ongelukkig te zijn.
5.
6. Ziet er voortdurend ellendig uit.
2.
Vermelde somberheid
Hieronder wordt verstaan: vermelding van depressieve stemming, onafhankelijk van het al of niet anderszins tot uitdrukking komen daarvan. Het gaat om weinig levenslust, neerslachtigheid, moedeloosheid, of het gevoel niet meer geholpen te kunnen worden en dat er geen hoop meer is.
0. In daartoe aanleiding gevende omstandigheden soms somber.
1. 
2. Somber of neerslachtig maar klaart zonder moeite op.
3. 
4. Een alles bepalend en alles overheersend gevoel van somberheid of droefgeestigheid. De stemming kan nog door uitwendige omstandigheden beïnvloed worden.
5.
6. Voortdurend onveranderlijke somberheid, ellende en moedeloosheid.
3.
Innerlijke gespannenheid
Hieronder wordt verstaan: gevoelens van slecht omschrijfbaar onbehagen, zich geprikkeld voelen, een gevoel van innerlijke onrust of spanning oplopend tot paniek, een dreiging of een kwelling.
0. Rustig. Alleen vluchtige beweging van spanning.
1. 
2. Zo nu en dan een geprikkeld gevoel of een niet zo goed omschrijfbaar onbehagen.
3. 
4. Voortdurende gevoelens van innerlijke spanning of een keer op keer terugkomende paniek, die de patiënt niet zonder enige moeite de baas is.
5.
6. Een onverbiddelijke dreiging of kwelling. Overweldigende paniek.
4.
Verminderde slaap
Hieronder wordt verstaan: de beleving van verminderde duur of diepte in vergelijking tot het normale patroon van de patiënt, wanneer hij gezond is. 
0. Slaapt net als anders.
1. 
2. Enige moeite met in slaap vallen of enigszins verminderde, onregelmatige slaap.
3. 
4. De slaap is minstens twee uur korter of onderbroken gedurende twee uur.
5.
6. Minder dan twee of drie uur slaap.
5.
Verminderde eetlust
Hieronder wordt verstaan: het gevoel van afname van de eetlust in vergelijking met de gezonde toestand. Beoordeel aan de hand van afname van zin in voedsel of de noodzaak om zichzelf tot eten te dwingen.
0. Normale of vermeerderde eetlust.
1. 
2. Enigszins verminderde eetlust.
3. 
4. Geen eetlust. Het voedsel smaakt nergens naar.
5.
6. Moet er toe overgehaald worden en bepraat om een hap te eten.
6.
Concentratieproblemen
Hieronder wordt verstaan: moeite met het verzamelen van gedachten, oplopend tot volledig onvermogen door gebrek aan concentratie. 
Beoordeel naar ernst, frequentie en de maat van het resulterende onvermogen.
0. Geen last van concentratiestoornissen.
1. 
2. Zo nu en dan moeite met het verzamelen van de gedachten.
3. 
4. Moeite met concentreren en het vasthouden van een gedachte, zodat het vermogen om een gesprek te volgen of te lezen vermindert.
5.
6. Zonder zeer veel moeite niet in staat om te lezen of te praten.
7.
Moeheid
Hieronder wordt verstaan: moeilijkheden met het op gang komen, traagheid bij het beginnen of uitvoeren van dagelijkse activiteiten.
0. Nauwelijks enige moeite met op gang komen. 
Geen traagheid. 
1. 
2. Moeite met het aanvangen van activiteiten.
3. 
4. Moeite met het beginnen aan eenvoudige routinematige activiteiten, die met inspanning worden volbracht.
5.
6. Volledige moeheid. Niet in staat iets zonder hulp te doen.
8.
Afwezigheid van gevoel
Hieronder wordt verstaan: de subjectieve beleving van verminderde belangstelling voor de omgeving, of voor activiteiten die gewoonlijk plezierig zijn. Het vermogen om met de juiste emotie of het juiste gevoel te reageren op omstandigheden of mensen, is verminderd.
0. Normale belangstelling in omgeving en andere mensen.
1. 
2. Verminderd vermogen te genieten van de gewone interesses.
3. 
4. Verlies van belangstelling in de omgeving. Verlies van gevoel voor vrienden en kennissen.
5.
6. De beleving emotioneel verlamd te zijn, onvermogen om woede, verdriet of plezier te voelen en een volledig of zelfs pijnlijk gemis aan gevoelens voor nabije verwanten en goede vrienden.
9.
Pessimistische denkbeelden
Hieronder wordt verstaan: gedachten van schuld, minderwaardigheid, zelfverwijt, zondigheid, wroeging en ondergang.
0. Geen pessimistische gedachten. 
1. 
2. Wisselende ideeën van falen, zelfverwijt of zelf-depreciatie.
3. 
4. Aanhoudende zelfbeschuldigingen of duidelijk geformuleerde, maar nog wel zinnige ideeën over zonde en schuld. Toenemend pessimistisch ten aanzien van de toekomst.
5.
6. Waandenkbeelden van ondergang, wroeging, niet goed te maken zonde. Absurde en onbeïnvloedbare zelfbeschuldigingen.
10.
Suïcidale gedachten
Hieronder wordt verstaan: het gevoel dat het leven niets waard is, dat een natuurlijke dood welkom zou zijn, gedachten over zelfmoord en voorbereiding op een zelfmoord. De zelfmoordpogingen op zich mogen geen invloed hebben op de beoordeling.
0. Geniet van het leven of neemt het zoals het valt. 
1. 
2. Is het leven moe. Slechts weinig suïcidale gedachten.
3. 
4. Waarschijnlijk dood beter af. Zelfmoordgedachten komen vaak voor en zelfmoord wordt als een mogelijke oplossing overwogen, zonder specifieke plannen of voornemens.
5.
6. Uitdrukkelijke plannen om zelfmoord te plegen wanneer er een gelegenheid voor is. Actieve voorbereidingen voor zelfmoord.
SCORING:    

01. Zich direct uitende somberheid

:  

02. Vermelde somberheid

:

03. Innerlijke gespannenheid

:
04. Verminderde slaap :
05. Verminderde eetlust :
06. Concentratieproblemen :
07. Moeheid :
08. Afwezigheid van gevoel :
09. Pessimistische denkbeelden :

10. Suïcidale gedachten

:


Totaal

   ________ 
:


Vertaling J.G. Goekoop


  



Deze pagina is het laatste geüpdate op: 10-1-2010