Buitelaar JK
Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 2001 145 (31) : 1485-1489 (tabel)
| • | Kritiek ADHD is geen psychiatrisch syndroom, maar een sociaal stigma dat wordt toegekend aan een kind dat door de omgeving (ouders, leerkracht) als lastig en moeilijk hanteerbaar wordt gezien. Repliek Ten dele juist voorzover rapportage door ouders en leerkrachten een belangrijke bijdrage levert aan het stellen van de diagnose; maar vooral onjuist omdat volgens de regels gedefinieerde ADHD samengaat met afwijkingen van de hersenen en uitval van cognitieve functies, en meer is dan slechts een label. |
| • | Kritiek Door ADHD te zien als een stoornis van het individu worden relevante omgevingsinvloeden gemaskeerd. Repliek In principe onjuist omdat ADHD een puur beschrijvende categorie is, die los staat van een indeling in oorzakelijke invloeden; in de praktijk soms juist omdat de diagnose 'ADHD' kan leiden tot het negeren van omgevingsinvloeden. |
| • | Kritiek ADHD wordt overgediagnosticeerd. Repliek Er zijn aanwijzingen voor overdiagnostiek, maar vooral voor onderdiagnostiek (met name onder kinderen van etnische minderheden). |
| • | Kritiek Er is geen scherp afgrenspunt tussen normaal druk en energiek gedrag en storende hyperactiviteit. Repliek Ten dele juist, maar indices van de ernst van het gedrag (duur, meerdere situaties, mate van disfunctioneren) maken het mogelijk om op klinische gronden een onderscheid te maken tussen normaal en abnormaal. |
| • | Kritiek Er bestaat geen biologische of psychologische test om ADHD te diagnosticeren. Repliek Dit is juist, maar geldt voor alle psychiatrische syndromen zoals angst, depressie, schizofrenie en zelfs dementie |
| • | Kritiek Behandeling met medicatie is een inadequate vervanging voor goede opvoeding en goed onderwijs. Repliek Dat is juist, maar medicatie en inspanningen om opvoeding en onderwijs te verbeteren zijn complementair en niet tegengesteld aan elkaar. |
| • | Kritiek Behandeling met medicatie medicaliseert een psychosociaal probleem. Repliek Onjuist; dit is in feite een ideologisch argument. |
| • | Kritiek Behandeling met medicatie vermindert de motivatie van ouders en kind om zich in te zetten bij psychosociale interventies. Repliek Dit is soms juist, maar meestal onjuist omdat medicatie doorgaans de motivatie verhoogt om deel te nemen aan psychosociale interventies. |
| • | Kritiek Behandeling met medicatie is niet curatief. Repliek Dit is juist, maar doet geen afbreuk aan de belangrijke bijdrage van medicatie aan een goede zorg ('care') voor ADHD. |
| • | Kritiek De langetermijneffecten van behandeling met medicatie zijn niet aangetoond. Repliek Dit is juist; recent onderzoek laat zien dat medicatie effectief blijft bij continu gebruik gedurende 14 maanden; er is meer onderzoek nodig naar de langetermijneffecten. |
| • | Kritiek De bijwerkingen van de behandeling met stimulantia worden onderschat en overschaduwen de gewenste effecten. Repliek Onjuist; de bijwerkingen van de stimulantia zijn goed bestudeerd en ze zijn niet ernstig; lastige bijwerkingen treden op bij circa 15% van de kinderen. |
| • | Kritiek Het risico om aan stimulantia zelf verslaafd te raken wordt onderschat. Repliek Onjuist; bij correct gebruik zijn er geen verslavende 'kick'-effecten; patiënten met ADHD die bij incorrect gebruik aan stimulantia verslaafd zijn geraakt, zijn zeer zeldzaam. |
| • | Kritiek Het risico dat stimulantia tot verslaving aan middelen leiden wordt onderschat. Repliek Onjuist; behandeling met stimulantia vermindert het risico op latere verslaving aan middelen. |
| • | Kritiek Stimulantia kunnen op straat verhandeld worden. Repliek Dit is juist, en vormt een aandachtspunt bij het voorschrijven van stimulantia en bij de medicatiecontrole. |
| • | Kritiek Stimulantia zijn ook werkzaam bij normale (niet hyperactieve) mensen. Repliek Dit is juist, maar geldt eveneens voor andere psychofarmaca zoals slaapmiddelen, en doet geen afbreuk aan de waarde van stimulantia in de behandeling van ADHD. |