Benzodiazepinen - zwangerschap

Meer informatie
No items found.

Benzodiazepinen passeren de placenta en bereiken de foetus. Gebruik tijdens de zwangerschap en lactatie vraagt daarom een zorgvuldige afweging tussen de ernst van de klachten bij de moeder en mogelijke risico’s voor het kind. In Nederland is hiervoor een multidisciplinaire richtlijn opgesteld door de NVOG, NVK en NVvP, waarin de beschikbare evidentie en klinische aanbevelingen zijn samengebracht.

Zwangerschap

Benzodiazepinen passeren de placenta. Het onderzoek naar gebruik tijdens de zwangerschap is beperkt en vaak methodologisch kwetsbaar, onder meer door confounding door indicatie, comedicatie en onderliggende psychiatrische klachten. Er zijn geen consistente aanwijzingen dat gebruik van benzodiazepinen in standaarddoseringen samenhangt met een duidelijk verhoogd risico op ernstige aangeboren afwijkingen. Ook voor schisis is, indien er al een verband bestaat, het absolute risico zeer klein.

Op basis daarvan is er geen reden om incidenteel of zorgvuldig geïndiceerd gebruik van benzodiazepinen tijdens de zwangerschap categorisch af te raden. Er is ook geen overtuigend bewijs voor een duidelijke voorkeur voor één specifiek benzodiazepine. Wel moet het gebruik steeds individueel worden afgewogen, vooral bij hogere doseringen, chronisch gebruik of combinatie met andere psychofarmaca.

Recent onderzoek laat echter zien dat benzodiazepinegebruik in de vroege zwangerschap geassocieerd is met een verhoogd risico op miskraam. In een grote systematische review en meta-analyse werd een gepoolde odds ratio van ongeveer 1,6–1,7 gevonden, met consistente bevindingen over verschillende studies  . Daarbij werd ook een dosis-responsrelatie gevonden, wat de waarschijnlijkheid van een causaal verband ondersteunt  . De risicoverhoging lijkt niet beperkt tot specifieke middelen, maar wijst eerder op een klasse-effect van benzodiazepinen. Deze bevindingen betekenen dat benzodiazepinen tijdens de zwangerschap bij voorkeur zo kort mogelijk en in de laagst effectieve dosering worden gebruikt, en dat waar mogelijk niet-medicamenteuze interventies overwogen moeten worden.

Bij incidenteel of standaard gedoseerd gebruik is doorgaans geen verwijzing naar de tweede of derde lijn nodig uitsluitend vanwege het benzodiazepinegebruik. Het structureel echoscopisch onderzoek rond 20 weken is in de regel voldoende. Extra controles kunnen worden overwogen bij hoge doseringen, chronisch gebruik, comedicatie of andere obstetrische risicofactoren.

Geboorte

Gebruik van benzodiazepinen in de late zwangerschap, met name kort voor de bevalling, kan leiden tot effecten bij de pasgeborene. Het meest bekende beeld is het zogenoemde floppy infant syndrome, gekenmerkt door hypotonie, sufheid en ademhalingsproblemen. Daarnaast kunnen neonatale onthoudingsverschijnselen optreden, vooral bij chronisch gebruik of hogere doseringen. Symptomen zijn onder meer prikkelbaarheid, tremor, voedingsproblemen en slaapproblemen. Het risico hierop neemt toe bij hogere doseringen, langdurig gebruik en combinatie met andere psychofarmaca, zoals antidepressiva.

Lange termijn

Er is weinig betrouwbaar onderzoek naar de langetermijneffecten van benzodiazepinegebruik tijdens de zwangerschap. Dierexperimenteel onderzoek suggereert mogelijke effecten op hersenontwikkeling en immuunsysteem, maar de klinische relevantie hiervan voor de mens is onduidelijk.

Borstvoeding

Benzodiazepinen gaan in beperkte mate over in de moedermelk. De blootstelling van het kind is meestal laag en bij incidenteel gebruik worden doorgaans geen klinisch relevante effecten gezien. Bij chronisch gebruik of hogere doseringen is voorzichtigheid geboden, met name bij prematuren of kwetsbare neonaten. Middelen met een korte halfwaardetijd en zonder actieve metabolieten, zoals oxazepam en temazepam, hebben de voorkeur. Bijwerkingen bij het kind kunnen bestaan uit sufheid, slecht drinken en verminderde alertheid.

Literatuur

Benzodiazepinen passeren de placenta en bereiken de foetus. Gebruik tijdens de zwangerschap en lactatie vraagt daarom een zorgvuldige afweging tussen de ernst van de klachten bij de moeder en mogelijke risico’s voor het kind. In Nederland is hiervoor een multidisciplinaire richtlijn opgesteld door de NVOG, NVK en NVvP, waarin de beschikbare evidentie en klinische aanbevelingen zijn samengebracht.

Zwangerschap

Benzodiazepinen passeren de placenta. Het onderzoek naar gebruik tijdens de zwangerschap is beperkt en vaak methodologisch kwetsbaar, onder meer door confounding door indicatie, comedicatie en onderliggende psychiatrische klachten. Er zijn geen consistente aanwijzingen dat gebruik van benzodiazepinen in standaarddoseringen samenhangt met een duidelijk verhoogd risico op ernstige aangeboren afwijkingen. Ook voor schisis is, indien er al een verband bestaat, het absolute risico zeer klein.

Op basis daarvan is er geen reden om incidenteel of zorgvuldig geïndiceerd gebruik van benzodiazepinen tijdens de zwangerschap categorisch af te raden. Er is ook geen overtuigend bewijs voor een duidelijke voorkeur voor één specifiek benzodiazepine. Wel moet het gebruik steeds individueel worden afgewogen, vooral bij hogere doseringen, chronisch gebruik of combinatie met andere psychofarmaca.

Recent onderzoek laat echter zien dat benzodiazepinegebruik in de vroege zwangerschap geassocieerd is met een verhoogd risico op miskraam. In een grote systematische review en meta-analyse werd een gepoolde odds ratio van ongeveer 1,6–1,7 gevonden, met consistente bevindingen over verschillende studies  . Daarbij werd ook een dosis-responsrelatie gevonden, wat de waarschijnlijkheid van een causaal verband ondersteunt  . De risicoverhoging lijkt niet beperkt tot specifieke middelen, maar wijst eerder op een klasse-effect van benzodiazepinen. Deze bevindingen betekenen dat benzodiazepinen tijdens de zwangerschap bij voorkeur zo kort mogelijk en in de laagst effectieve dosering worden gebruikt, en dat waar mogelijk niet-medicamenteuze interventies overwogen moeten worden.

Bij incidenteel of standaard gedoseerd gebruik is doorgaans geen verwijzing naar de tweede of derde lijn nodig uitsluitend vanwege het benzodiazepinegebruik. Het structureel echoscopisch onderzoek rond 20 weken is in de regel voldoende. Extra controles kunnen worden overwogen bij hoge doseringen, chronisch gebruik, comedicatie of andere obstetrische risicofactoren.

Geboorte

Gebruik van benzodiazepinen in de late zwangerschap, met name kort voor de bevalling, kan leiden tot effecten bij de pasgeborene. Het meest bekende beeld is het zogenoemde floppy infant syndrome, gekenmerkt door hypotonie, sufheid en ademhalingsproblemen. Daarnaast kunnen neonatale onthoudingsverschijnselen optreden, vooral bij chronisch gebruik of hogere doseringen. Symptomen zijn onder meer prikkelbaarheid, tremor, voedingsproblemen en slaapproblemen. Het risico hierop neemt toe bij hogere doseringen, langdurig gebruik en combinatie met andere psychofarmaca, zoals antidepressiva.

Lange termijn

Er is weinig betrouwbaar onderzoek naar de langetermijneffecten van benzodiazepinegebruik tijdens de zwangerschap. Dierexperimenteel onderzoek suggereert mogelijke effecten op hersenontwikkeling en immuunsysteem, maar de klinische relevantie hiervan voor de mens is onduidelijk.

Borstvoeding

Benzodiazepinen gaan in beperkte mate over in de moedermelk. De blootstelling van het kind is meestal laag en bij incidenteel gebruik worden doorgaans geen klinisch relevante effecten gezien. Bij chronisch gebruik of hogere doseringen is voorzichtigheid geboden, met name bij prematuren of kwetsbare neonaten. Middelen met een korte halfwaardetijd en zonder actieve metabolieten, zoals oxazepam en temazepam, hebben de voorkeur. Bijwerkingen bij het kind kunnen bestaan uit sufheid, slecht drinken en verminderde alertheid.

Literatuur