Bewegingsstoornissen zijn een van de meest kenmerkende bijwerkingen van antipsychotica. Ze ontstaan door blokkade van dopamine D2-receptoren in het nigrostriatale systeem, een mechanisme dat nauw samenhangt met het antipsychotische effect. Wanneer de D2-receptorbezetting te hoog wordt (grofweg >75–80%), neemt het risico op extrapiramidale bijwerkingen duidelijk toe.
De kans op bewegingsstoornissen hangt niet alleen samen met de dosis, maar ook met farmacologische eigenschappen van het middel, zoals de snelheid waarmee het van de D2-receptor loslaat (Koff) en de bindingsaffiniteit. Middelen als clozapine en quetiapine laten relatief snel los van de receptor en geven daardoor minder extrapiramidale bijwerkingen dan middelen als haloperidol of risperidon. Bewegingsstoornissen kunnen kort na start optreden, maar ook pas na maanden of jaren. Klinisch is het onderscheid met symptomen van de onderliggende aandoening soms moeilijk te maken.
Hoewel antipsychotica de belangrijkste oorzaak zijn van medicamenteuze bewegingsstoornissen, kunnen ook andere middelen dit beeld geven, zoals metoclopramide, lithium, anti-epileptica en sommige antidepressiva (met name SSRI’s).
Acute dystonie
Acute dystonie wordt gekenmerkt door plotselinge, vaak pijnlijke spiersamentrekkingen die leiden tot abnormale houdingen, meestal in hoofd en nek. Voorbeelden zijn torticollis, oculogyre crisis en kaakklem. De klachten ontstaan meestal binnen enkele uren tot dagen na start of dosisverhoging. Acute dystonie komt vooral voor bij jonge patiënten en bij snelle dosisopbouw. Hoewel de symptomen indrukwekkend kunnen zijn, reageren ze doorgaans snel op behandeling met anticholinerge medicatie.
Parkinsonisme
Drug-induced parkinsonisme lijkt klinisch op de ziekte van Parkinson en wordt gekenmerkt door bewegingsarmoede (hypokinesie), spierstijfheid (rigiditeit) en (rust)tremor. Het ontstaat meestal binnen weken na start van de behandeling. In tegenstelling tot idiopathische Parkinson staat traagheid (hypokinesie) vaak op de voorgrond en kan het beeld symmetrisch zijn. Bij ouderen kunnen klachten persisteren, ook na staken van het middel.
Akathisie
Akathisie is in de DSM-5-TR opgenomen als een door medicatie geïnduceerde bewegingsstoornis. Het wordt beschreven als subjectieve rusteloosheid, vaak samen met observeerbare overmatige bewegingen van de benen, die ontstaat binnen enkele weken na het starten of verhogen van een geneesmiddel, of na het verlagen van medicatie die juist tegen extrapiramidale bijwerkingen werd gegeven. Het kernsymptoom is een subjectief gevoel van innerlijke onrust, meestal gelokaliseerd in de benen, dat gepaard gaat met een onvermogen om stil te zitten of liggen. Patiënten beschrijven dit als een voortdurende spanning of drang tot bewegen, bijvoorbeeld “ik kan niet stilzitten” of “ik voel me opgejaagd”. Deze innerlijke onrust uit zich in karakteristiek motorisch gedrag. In zittende houding bewegen patiënten voortdurend de benen, wisselen ze van houding of slaan ze herhaaldelijk het ene been over het andere. In staande houding lopen ze heen en weer of verplaatsen ze steeds het gewicht van het ene naar het andere been. In mildere vormen kan het beperkt blijven tot subtiele onrust, terwijl in ernstige gevallen vrijwel continu bewegen optreedt.
Akathisie ontstaat meestal binnen enkele dagen tot weken na start van een antipsychoticum of na dosisverhoging, maar kan soms al binnen uren optreden. Het risico neemt toe bij hogere doseringen en snelle opbouw, en kan ook optreden bij snelle dosisverlaging of staken van medicatie. Hoewel klassieke antipsychotica het hoogste risico geven, kan akathisie ook optreden bij moderne middelen, en daarnaast bij andere geneesmiddelen zoals metoclopramide, SSRI’s en lithium.
Het klinisch beeld varieert in ernst. In milde gevallen is er vooral subjectieve onrust, terwijl patiënten in ernstigere gevallen niet meer in staat zijn om stil te zitten of staan en voortdurend rondlopen. Naast motorische symptomen kunnen ook psychische klachten optreden, zoals angst, prikkelbaarheid, dysforie en in sommige gevallen agressie of suïcidale gedachten. Dit maakt akathisie klinisch relevant, omdat het kan worden verward met verergering van de onderliggende aandoening.
Tardieve dyskinesie
Tardieve (late) dyskinesie is een laat optredende bewegingsstoornis na langdurige blootstelling aan dopamine-antagonisten. Het beeld bestaat uit onwillekeurige, repetitieve bewegingen, vaak in het gelaat en de mond (smakken, tongbewegingen), maar kan zich uitbreiden naar romp en extremiteiten. Hoewel het risico lager is bij moderne antipsychotica dan bij klassieke middelen, is het niet afwezig. De incidentie wordt tegenwoordig geschat op ongeveer 2–5% per jaar, afhankelijk van populatie en middel. Belangrijk is dat tardieve dyskinesie deels irreversibel kan zijn. Behandeling bestaat uit dosisreductie, overstappen (bij voorkeur naar clozapine) en zo nodig behandeling met VMAT2-remmers zoals valbenazine of deutetrabenazine.
Tardieve dystonie
Tardieve dystonie is zeldzamer, maar vaak ernstiger dan tardieve dyskinesie. Het is een langzame aanhoudende beweging, terwijl een tardieve dyskinesie vaak een snelle, korte ruk- of schokbeweging is. Het zijn aanhoudende spierspasmen die leiden tot abnormale houdingen van bijvoorbeeld nek, romp of extremiteiten. De klachten kunnen invaliderend zijn en reageren vaak minder goed op behandeling.
Tremor
Tremor kan voorkomen als onderdeel van parkinsonisme of als geïsoleerde bijwerking. Daarnaast zijn zeldzamere bewegingsstoornissen beschreven, zoals chorea en myoclonieën. Deze zijn minder specifiek voor antipsychotica en vereisen vaak aanvullende diagnostiek.
Chorea
Chorea uit zich doorgaans als onregelmatige, trekkende, ongecontroleerde bewegingen van de extremiteiten. Vaak gaan ze samen met dansende en dystonische bewegingen. Chorea kan als op zichzelf staande bijwerking optreden, of als onderdeel van bijvoorbeeld een dyskinesie. Deze bewegingsstoornis is als bijwerking beschreven bij het gebruik van dopaminerg werkende en antidopaminerge middelen, de anti-epileptica fenytoïne en carbamazepine, anticonceptiva, anabole steroïden, opiaten en verder bij onder andere antihistaminica, cimetidine, flunarizine, lithium en tricyclische antidepressiva.
Literatuur
- American Psychiatric Association. Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, Fifth Edition, Text Revision (DSM-5-TR). Washington, DC: American Psychiatric Association Publishing; 2022.
- Carbon M, Hsieh CH, Kane JM, Correll CU. Tardive dyskinesia prevalence and incidence. World Psychiatry. 2017.
- Correll CU, Schenk EM. Tardive dyskinesia and new treatment options. Current Opinion in Psychiatry. 2017.
- Leucht S, Cipriani A, Spineli L, et al. Comparative efficacy and tolerability of antipsychotics. Lancet. 2013.
- Naarding P, Risselada AJ. Molemans praktische psychofarmacologie. Prelum; 2021.
- Stahl SM. Stahl’s Essential Psychopharmacology. 5e editie. Cambridge University Press; 2021.
- Stroup TS, Gray N. Management of common adverse effects of antipsychotics. World Psychiatry. 2018.
- Harten, PN van Bewegingsstoornissen door psychofarmaca, Psyfar 2017,4 9-17.