De Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen (WMO) beschermt proefpersonen die deelnemen aan medisch-wetenschappelijk onderzoek. De wet geldt voor onderzoek waarbij deelnemers aan handelingen worden onderworpen of waarbij hun gedragsregels worden opgelegd. De WMO is sinds 1 december 1999 van kracht.
Onderzoek dat onder de WMO valt, mag pas starten nadat het is beoordeeld en goedgekeurd door een erkende medisch-ethische toetsingscommissie (METC) of, in bepaalde gevallen, door de Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek (CCMO).
De WMO stelt eisen aan de informatie en toestemming van proefpersonen. De deelnemer moet vooraf mondeling en schriftelijk worden geïnformeerd over het onderzoek en moet schriftelijk toestemming geven. Ook moet duidelijk zijn wat het doel van het onderzoek is, welke belasting en risico’s deelname met zich meebrengt en dat deelname vrijwillig is.
De wet stelt daarnaast eisen aan de bescherming van deelnemers. Zo moet er aandacht zijn voor risico’s en belasting, moet het onderzoek zorgvuldig worden getoetst en gelden extra waarborgen voor kinderen en wilsonbekwame volwassenen. Ook kan een verzekering verplicht zijn voor schade die door deelname aan het onderzoek ontstaat.
De WMO is daarmee vooral een beschermingswet: zij maakt medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen mogelijk, maar alleen onder voorwaarden die de veiligheid, vrijwilligheid en rechtspositie van proefpersonen bewaken.