Deze review is een van de meest uitgebreide overzichten tot nu toe over hoe (ernstige) stress (zoals traumatische ervaringen, mishandeling, verwaarlozing) de ontwikkeling van kinderen beïnvloedt. De onderzoekers analyseerden data afkomstig van 153 bronnen die samen 75 jaar aan wetenschap beslaan.
Kinderen met ernstige stress in de kindertijd hebben vaker emotionele- en gedragsproblemen, hebben een verhoogde kans op psychiatrische stoornissen en hebben een grote kans op verstoringen van de executieve functies. Sociaal bestaat er een grotere kwetsbaarheid (bijv. meer risico op pesten), de kinderen presteren gemiddeld slechter op school, met meer leer- en gedragsproblemen en ze komen ook vaker in aanraking met justitie. Tot slot zijn er effecten op de lichamelijke gezondheid, zoals een grotere kans op astma, infecties, somatische klachten, slaapproblemen en obesitas.
Vroege-life stress laat ook meetbare sporen achter in het lichaam van kinderen. Onderzoek laat zien dat hun stresshormoonsysteem anders gaat functioneren, met onder meer afgevlakte dagelijkse cortisolpatronen en een verzwakte reactie op acute stress. Daarnaast is er sprake van hogere niveaus van ontstekingsstoffen in het bloed, en zijn er tekenen van versnelde biologische veroudering, zoals kortere telomeren en een hogere epigenetische leeftijd dan verwacht. Samen vormen deze biologische markers vroege signalen dat het lichaam langdurig wordt beïnvloed door stress en mogelijk een verhoogd risico draagt op latere gezondheidsproblemen.
Association of adverse childhood experiences with the development of multiple sclerosis
Vrouwen die in hun kindertijd zijn blootgesteld aan een vorm van mishandeling ontwikkelen vaker multiple sclerose (MS). Dat blijkt uit een grootschalig prospectief cohortonderzoek onder 78.000 Noorse vrouwen, van wie driehonderd vrouwen MS ontwikkelden gedurende de follow-upperiode. Met behulp van vragenlijsten stelden zij vast of vrouwen in het verleden waren blootgesteld aan verschillende vormen van kindermishandeling: fysieke, emotionele en/of seksuele mishandeling. Ruim 14 duizend vrouwen gaven hierin aan voor hun 18de te zijn mishandeld. 24 procent van de vrouwen die MS ontwikkelden gaf aan mishandeld te zijn. Bij de vrouwen die geen MS kregen was dit 19 procent. Zowel seksuele mishandeling (HR 1,65; 95%-BI 1,13-2,39) als emotionele mishandeling (HR 1,40; 95%-BI 1,03-1,90) verhoogde het risico op het ontwikkelen van MS. Bij fysieke mishandeling was de associatie niet significant (HR 1,31; 95%-BI 0,83-2,06). Het risico op MS was hoger bij vrouwen die aan twee (HR 1,66; 95%-BI 1,04-2,67) of alle drie de vormen van mishandeling (HR 1,93: 95%-BI 1,02-3,67) waren blootgesteld. Het was al bekend dat trauma op jonge leeftijd het immuunsysteem kan aanpassen en het risico op bepaalde auto-immuunziekten kan vergroten. Volgens de onderzoekers laten deze resultaten zien dat dit mogelijk ook het geval is bij MS, waarbij meer blootstelling het risico op MS verder vergroot.
ACE en therapieresistente depressie
Zweeds onderzoek laat zien dat ACE’s sterk samenhangen met therapieresistente depressie (TRD). In een groot onderzoek onder meer dan 21.000 tweelingen werd onderzocht of jeugdtrauma’s niet alleen het risico op depressie verhogen, maar ook het risico op een depressie die slecht reageert op behandeling. ACE’s werden gemeten aan de hand van zeven typen belastende jeugdervaringen, waaronder emotionele verwaarlozing of mishandeling, lichamelijke mishandeling, seksueel misbruik, verkrachting, het meemaken van huiselijk geweld en andere vormen van interpersoonlijk geweld. TRD werd gedefinieerd als een depressie waarbij ten minste twee antidepressiva-wisselingen nodig waren na een behandelperiode van voldoende duur. De resultaten laten een duidelijke dosis-responsrelatie zien. Ongeveer een derde van de deelnemers rapporteerde ten minste één negatieve jeugdervaring. Naarmate het aantal ACE’s toenam, steeg ook de kans op therapieresistente depressie. Elke extra jeugdervaring verhoogde het risico op TRD aanzienlijk. Mensen met drie of meer ACE’s hadden een veel hogere kans op therapieresistente depressie dan mensen zonder dergelijke ervaringen. Om te onderzoeken of deze relatie mogelijk werd verklaard door genetische of familiale factoren, gebruikten de onderzoekers een zogenoemd co-twin control design. Hierbij worden tweelingen met elkaar vergeleken die binnen hetzelfde gezin zijn opgegroeid. Ook in deze analyses bleef het verband tussen ACE’s en therapieresistente depressie bestaan. Dit suggereert dat de relatie niet uitsluitend kan worden verklaard door gedeelde genetische of gezinsfactoren. Niet alle vormen van jeugdtrauma hadden dezelfde impact. Vooral lichamelijke verwaarlozing en seksueel misbruik bleken sterk samen te hangen met therapieresistente depressie. Deze vormen van trauma gingen gepaard met ongeveer vijf- tot zesmaal hogere kansen op TRD dan bij mensen zonder dergelijke ervaringen. De auteurs wijzen op verschillende mogelijke verklaringen. Vroege traumatische ervaringen kunnen langdurige veranderingen veroorzaken in stressregulatie, emotionele verwerking en veerkracht. Ook neurobiologische mechanismen, zoals veranderingen in het stresssysteem (de HPA-as), verhoogde ontstekingsactiviteit en een verminderde respons op antidepressiva, zouden hierbij een rol kunnen spelen.