Anorexia Nervosa - diagnostiek

Meer informatie
No items found.

Diagnostiek bij anorexia nervosa is gericht op het vaststellen van de eetstoornis, het beoordelen van de lichamelijke veiligheid en het begrijpen van de psychologische en sociale factoren die bijdragen aan het ontstaan en in stand houden van de klachten. Het onderzoek begint met een uitgebreid gesprek over het eetgedrag, de gewichtsontwikkeling, de beleving van lichaam en gewicht, de mate van controleverlies en de mogelijke functie van de eetstoornis. Veel volwassenen met anorexia nervosa onderschatten de ernst van hun klachten of hebben een beperkt ziektebesef, waardoor zorgvuldig doorvragen essentieel is. In de anamnese wordt onder meer aandacht besteed aan eerdere behandelingen, psychiatrische voorgeschiedenis, suïcidaliteit, comorbide stoornissen en eventuele middelenproblematiek. Een belangrijk onderdeel van diagnostiek is het onderscheiden van symptomen die het gevolg zijn van ondervoeding zelf, zoals angst-, dwang - en stemmingsklachten die weer van invloed zijn executieve functies (o.a. concentratie, planning en emotieregulatie). Deze symptomen verbeteren vaak al zodra voeding en gewicht herstellen. Bij kinderen en jongeren wordt diagnostiek steeds afgestemd op de ontwikkelingsfase, omdat groeistilstand, vertraagde puberteit en neurobiologische kwetsbaarheid sneller optreden.  

Eating Disorder Examination (EDE)

De zorgstandaard adviseert het gebruik van een semigestructureerd interview, bij voorkeur de Eating Disorder Examination (EDE), omdat dit instrument zowel diagnostische criteria als de ernst van specifieke symptomen systematisch in kaart brengt. De EDE biedt een nauwkeurige beschrijving van eetregels, compensatiegedrag, vermijding, lichaamsbeleving en de impact van de eetstoornis op het dagelijks functioneren. In aanvulling hierop kan de Eating Disorder Examination Questionnaire (EDE-Q) worden gebruikt, een zelfrapportage-instrument waarmee veranderingen in klachten en cognities tijdens de behandeling eenvoudig gevolgd kunnen worden. De EDE-Q bestaat uit 28 items en meet de frequentie en ernst van lijnen, piekeren over eten, piekeren over lichaamsvorm en piekeren over gewicht over een periode van vier weken. Antwoorden worden gescoord van nul (geen dagen) tot zes (alle dagen), waardoor het instrument gevoelig is voor voortgang of achteruitgang in herstel.

Somatiek

Naast de psychologische diagnostiek is lichamelijk onderzoek een verplicht onderdeel van de intake. Hierbij worden gewicht, BMI, bloeddruk, hartfrequentie en temperatuur beoordeeld, evenals tekenen van dehydratie, elektrolytstoornissen, hormonale ontregeling en risico op refeedingsyndroom. Laboratoriumonderzoek en zo nodig een ECG maken deel uit van de standaardveiligheidscontroles. Bij langdurige ondervoeding of gebruik van middelen die het hartritme beïnvloeden is extra aandacht nodig voor QT-verlenging. Diagnostiek is onlosmakelijk verbonden met het onderscheiden van klachten die primair bij een eetstoornis horen van klachten die veroorzaakt worden door ondervoeding zelf. Ondergewicht kan leiden tot concentratieproblemen, angst-, dwang- en stemmingsklachten en een verhoogde prikkelbaarheid, die deels verbeteren bij gewichtsstijging en adequate voeding.

Sociaal

Omdat anorexia nervosa een sterke impact heeft op het sociale en maatschappelijke functioneren, wordt in diagnostiek ook gekeken naar steun in de omgeving, dagstructuur, werk of studie en de mate van sociale isolatie. Bij volwassenen spelen vaak langdurige patronen van perfectionisme, rigiditeit en controle, waarvoor een zorgvuldige analyse nodig is om het behandelplan goed af te stemmen.

Literatuur

  • American Psychiatric Association. (2022). Diagnostic and statistical manual of mental disorders (5th ed., text rev.; DSM-5-TR). American Psychiatric Publishing.
  • Bohn K & Fairburn CG. (2008). The Eating Disorder Examination Questionnaire (EDE-Q): Norms and psychometric properties. In C. G. Fairburn (Ed.), Cognitive behavior therapy and eating disorders (pp. 309–315). Guilford Press.
  • Cooper Z & Fairburn CG. (2011). The development and validation of the Eating Disorder Examination (EDE). International Journal of Eating Disorders, 34(4), 293–307.
  • Gaudiani JL. (2018). Sick enough: A guide to the medical complications of eating disorders. Routledge.
  • Golden NH, Katzman DK, Sawyer SM, Ornstein RM, Rome ES, Garber AK, Kohn MR & Kreipe RE. (2015). Medical management of restrictive eating disorders. Pediatrics, 136(4), e1231–e1255.
  • Lock J & Le Grange D. (2019). Treatment manual for anorexia nervosa: A family-based approach (2nd ed.). Guilford Press.
  • Peebles R, Hardy KK, Wilson JL & Lock JD. (2010). Medical evaluation of adolescents with eating disorders. Pediatrics, 125(2), 276–283.
  • Smink FRE, van Hoeken D & Hoek HW. (2012). Epidemiology of eating disorders: Incidence, prevalence and mortality rates. Current Psychiatry Reports, 14(4), 406–414.
  • Treasure J, Claudino AM & Zucker N. (2010). Eating disorders. The Lancet, 375(9714), 583–593.
  • Zorgstandaard Eetstoornissen: Anorexia Nervosa (2025).

Diagnostiek bij anorexia nervosa is gericht op het vaststellen van de eetstoornis, het beoordelen van de lichamelijke veiligheid en het begrijpen van de psychologische en sociale factoren die bijdragen aan het ontstaan en in stand houden van de klachten. Het onderzoek begint met een uitgebreid gesprek over het eetgedrag, de gewichtsontwikkeling, de beleving van lichaam en gewicht, de mate van controleverlies en de mogelijke functie van de eetstoornis. Veel volwassenen met anorexia nervosa onderschatten de ernst van hun klachten of hebben een beperkt ziektebesef, waardoor zorgvuldig doorvragen essentieel is. In de anamnese wordt onder meer aandacht besteed aan eerdere behandelingen, psychiatrische voorgeschiedenis, suïcidaliteit, comorbide stoornissen en eventuele middelenproblematiek. Een belangrijk onderdeel van diagnostiek is het onderscheiden van symptomen die het gevolg zijn van ondervoeding zelf, zoals angst-, dwang - en stemmingsklachten die weer van invloed zijn executieve functies (o.a. concentratie, planning en emotieregulatie). Deze symptomen verbeteren vaak al zodra voeding en gewicht herstellen. Bij kinderen en jongeren wordt diagnostiek steeds afgestemd op de ontwikkelingsfase, omdat groeistilstand, vertraagde puberteit en neurobiologische kwetsbaarheid sneller optreden.  

Eating Disorder Examination (EDE)

De zorgstandaard adviseert het gebruik van een semigestructureerd interview, bij voorkeur de Eating Disorder Examination (EDE), omdat dit instrument zowel diagnostische criteria als de ernst van specifieke symptomen systematisch in kaart brengt. De EDE biedt een nauwkeurige beschrijving van eetregels, compensatiegedrag, vermijding, lichaamsbeleving en de impact van de eetstoornis op het dagelijks functioneren. In aanvulling hierop kan de Eating Disorder Examination Questionnaire (EDE-Q) worden gebruikt, een zelfrapportage-instrument waarmee veranderingen in klachten en cognities tijdens de behandeling eenvoudig gevolgd kunnen worden. De EDE-Q bestaat uit 28 items en meet de frequentie en ernst van lijnen, piekeren over eten, piekeren over lichaamsvorm en piekeren over gewicht over een periode van vier weken. Antwoorden worden gescoord van nul (geen dagen) tot zes (alle dagen), waardoor het instrument gevoelig is voor voortgang of achteruitgang in herstel.

Somatiek

Naast de psychologische diagnostiek is lichamelijk onderzoek een verplicht onderdeel van de intake. Hierbij worden gewicht, BMI, bloeddruk, hartfrequentie en temperatuur beoordeeld, evenals tekenen van dehydratie, elektrolytstoornissen, hormonale ontregeling en risico op refeedingsyndroom. Laboratoriumonderzoek en zo nodig een ECG maken deel uit van de standaardveiligheidscontroles. Bij langdurige ondervoeding of gebruik van middelen die het hartritme beïnvloeden is extra aandacht nodig voor QT-verlenging. Diagnostiek is onlosmakelijk verbonden met het onderscheiden van klachten die primair bij een eetstoornis horen van klachten die veroorzaakt worden door ondervoeding zelf. Ondergewicht kan leiden tot concentratieproblemen, angst-, dwang- en stemmingsklachten en een verhoogde prikkelbaarheid, die deels verbeteren bij gewichtsstijging en adequate voeding.

Sociaal

Omdat anorexia nervosa een sterke impact heeft op het sociale en maatschappelijke functioneren, wordt in diagnostiek ook gekeken naar steun in de omgeving, dagstructuur, werk of studie en de mate van sociale isolatie. Bij volwassenen spelen vaak langdurige patronen van perfectionisme, rigiditeit en controle, waarvoor een zorgvuldige analyse nodig is om het behandelplan goed af te stemmen.

Literatuur

  • American Psychiatric Association. (2022). Diagnostic and statistical manual of mental disorders (5th ed., text rev.; DSM-5-TR). American Psychiatric Publishing.
  • Bohn K & Fairburn CG. (2008). The Eating Disorder Examination Questionnaire (EDE-Q): Norms and psychometric properties. In C. G. Fairburn (Ed.), Cognitive behavior therapy and eating disorders (pp. 309–315). Guilford Press.
  • Cooper Z & Fairburn CG. (2011). The development and validation of the Eating Disorder Examination (EDE). International Journal of Eating Disorders, 34(4), 293–307.
  • Gaudiani JL. (2018). Sick enough: A guide to the medical complications of eating disorders. Routledge.
  • Golden NH, Katzman DK, Sawyer SM, Ornstein RM, Rome ES, Garber AK, Kohn MR & Kreipe RE. (2015). Medical management of restrictive eating disorders. Pediatrics, 136(4), e1231–e1255.
  • Lock J & Le Grange D. (2019). Treatment manual for anorexia nervosa: A family-based approach (2nd ed.). Guilford Press.
  • Peebles R, Hardy KK, Wilson JL & Lock JD. (2010). Medical evaluation of adolescents with eating disorders. Pediatrics, 125(2), 276–283.
  • Smink FRE, van Hoeken D & Hoek HW. (2012). Epidemiology of eating disorders: Incidence, prevalence and mortality rates. Current Psychiatry Reports, 14(4), 406–414.
  • Treasure J, Claudino AM & Zucker N. (2010). Eating disorders. The Lancet, 375(9714), 583–593.
  • Zorgstandaard Eetstoornissen: Anorexia Nervosa (2025).