Anorexia Nervosa - oorzaken

Meer informatie
No items found.

Het ontstaan van anorexia nervosa is nooit terug te voeren op één enkele oorzaak. De aandoening ontstaat uit een complex samenspel van genetische kwetsbaarheid, persoonlijkheidsfactoren, sociale invloeden en leerervaringen. In de meeste gevallen is er sprake van een aangeboren gevoeligheid die zichtbaar wordt wanneer iemand begint met lijnen of controle probeert te krijgen over spanning, emoties of een gevoel van tekortschieten.

Genetische en biologische kwetsbaarheid

Genetische factoren spelen een duidelijke rol bij het ontstaan van anorexia nervosa. Tweeling- en familieonderzoek laat zien dat de erfelijke component aanzienlijk is en vergelijkbaar met andere ernstige psychiatrische stoornissen. Genetische variaties die samenhangen met eetlustregulatie, serotonerge en dopaminerge systemen, interoceptie en angstgevoeligheid lijken hieraan bij te dragen. In sommige studies zijn afwijkingen in genen zoals AgRP beschreven, die betrokken zijn bij honger en verzadiging, al is dit geen sluitende verklaring op zichzelf. De kans op anorexia is 1 op de 200 maar heeft iemand in je naaste familie het, dan stijgt die kans naar 1 op de 30. Krijgt iemand van een eeneiige tweeling anorexia, dan heeft de ander 50% kans om het ook te krijgen. Het AgRP gen bevat de code voor een neuropeptide dat werkzaam is in de hersenen en daar de eetlust stimuleert. Teveel AgRP zorgt voor vreet- en vetzucht. Te weinig AgRP zou wel eens tot vermagerzucht kunnen leiden. Recent onderzoek door het UMC vond bij 16 van 145 onderzochte patiënten met anorexia nervosa (11%), een afwijkende AgRP gen aan.
Daarnaast blijken neurobiologische factoren invloedrijk. Bij ondergewicht en langdurige restrictie ontstaat een verandering in neurotransmitters en hormoonhuishouding die rigiditeit, angst en controlebehoefte verder kunnen versterken. Functiestoornissen in belonings- en interoceptieve systemen kunnen leiden tot een verminderde ervaring van honger en een verhoogde gevoeligheid voor het belonende effect van gewichtsverlies. Deze biologische effecten kunnen de stoornis zowel uitlokken als in stand houden.

Psychologische factoren

Psychologische kwetsbaarheden vormen een belangrijke ingang tot het ontstaan van anorexia nervosa. Veel patiënten beschrijven een combinatie van perfectionisme, faalangst, een grote behoefte aan controle, gevoeligheid voor verwachtingen van anderen en een lage zelfwaardering. Sociale vergelijking, met name via social media, versterkt dat gevoel vaak.
Lijnen wordt dan een manier om controle te herwinnen of spanning te verminderen. Voor sommige jongeren voelt het restrictieve gedrag als “iets waarin ze goed zijn”, wat tijdelijk een gevoel van eigenwaarde kan geven. Emotieregulatieproblemen spelen eveneens een rol: negatieve emoties worden eerder onderdrukt dan geuit, en controle over eten biedt dan een ogenschijnlijke oplossing.
Hoewel traumatische ervaringen in de jeugd, zoals emotionele verwaarlozing of fysieke mishandeling, vaker worden gezien bij eetstoornissen in het algemeen, is een direct causaal verband met anorexia nervosa minder overtuigend dan bij bijvoorbeeld boulimia of grensoverschrijdend eetpatroon. Wel kunnen trauma’s indirect bijdragen door het versterken van angst, perfectionisme of rigiditeit.
Gezinsculturen, zoals sterk prestatiegerichtheid en gevoelsarm, kunnen bijdragen aan het ontstaan of voortbestaan van anorexia. Ook gezinnen waar veel nadruk op gewicht, gezond eten of sportprestaties ligt, kunnen de ontwikkeling van streng dieetgedrag bij jongeren versterken, zeker wanneer zij al kwetsbaar zijn. Pesten, kritiek op het uiterlijk of negatieve opmerkingen over gewicht zijn eveneens belangrijke risicofactoren. Ze versterken het gevoel van schaamte en tekortschieten en kunnen leiden tot het ontstaan van rigide eetregels als copingmechanisme.

Sociaal-culturele invloeden

Culturele factoren spelen een belangrijke rol in het ontstaan van anorexia nervosa. De slankheidscultuur in westerse samenlevingen, idealisering van een extreem laag gewicht en het voortdurende vergelijken met sociale media zijn bekende risicofactoren. Jongeren die veel tijd op dergelijke platforms doorbrengen of algoritmen volgen die slankheidsidealen, extreme diëten of “fitspiration”-content promoten, lopen een extra risico. Daarnaast kunnen sportomgevingen met gewichtsklassen of esthetische normen (klassiek ballet, turnen, gymnastiek, paardendressuur, modellenwerk) een sterk sturende rol hebben. Sommige online gemeenschappen en influencers normaliseren of promoten zelfs anorectisch gedrag, wat de kans op het ontwikkelen van een eetstoornis vergroot.

Instandhoudende factoren

Als anorexia nervosa eenmaal is ontstaan, spelen verschillende mechanismen een rol in het voortbestaan. Restrictie leidt tot neurobiologische veranderingen die angst en rigiditeit versterken. Het ondergewicht zorgt voor een gevoel van “duidelijkheid” of controle, wat het gedrag verder structureert. Voor sommige volwassenen gaat anorexia deel uitmaken van de identiteit: het biedt een gevoel van autonomie, structuur en identiteit, vooral bij langdurige ziekte. Daarnaast kan de directe omgeving, ondanks goede bedoelingen, onbedoeld instandhoudend werken wanneer eten structureel wordt aangepast, vermeden of conflict probeert te voorkomen. Hierdoor blijft het restrictieve eetpatroon intact en wordt verandering moeilijker.

Literatuur

  • American Psychiatric Association. (2022). Diagnostic and statistical manual of mental disorders (5th ed., text rev.; DSM-5-TR). American Psychiatric Publishing.
  • Culbert KM, Racine, SE, & Klump KL (2015). Research review: What we have learned about the causes of eating disorders. Journal of Child Psychology and Psychiatry, 56(11), 1141–1164. https://doi.org/10.1111/jcpp.12441Kovács-Tóth B, Oláh B, Kuritárné Szabó I, Túry F.
    Adverse childhood experiences increase the risk for eating disorders among adolescents. Front Psychol. 2022 Dec 12;13:1063693. doi: 10.3389/fpsyg.2022.1063693. PMID: 36578685; PMCID: PMC9791
  • Le Grange D, Swanson SA, Crow SJ, & Merikangas KR (2012). Eating disorder not otherwise specified presentation in the US population. International Journal of Eating Disorders, 45(5), 711–718.
  • Micali N, Martini MG, Thomas JJ, Eddy KT, Kothari R & Treasure J.(2017). Epidemiology and aetiology of eating disorders. The Lancet Psychiatry, 4(4), 308–318. https://doi.org/10.1016/S2215-0366(17)30004-7
  • Misra M, & Klibanski A (2014). Endocrine consequences of anorexia nervosa. The Lancet Diabetes & Endocrinology, 2(7), 581–592.
  • Rienecke RD, Johnson C, Le Grange D, Manwaring J, Mehler PS, Duffy A, McClanahan S, Blalock DV.
    Adverse childhood experiences among adults with eating disorders: comparison to a nationally representative sample and identification of trauma.
    J Eat Disord. 2022 May 20;10(1):72. doi: 10.1186/s40337-022-00594-x. Erratum in: J Eat Disord. 2022 Aug 8;10(1):115. PMID: 35596196; PMCID: PMC9123748.
  • Smink FR, Hoeken, D v, & Hoek HW (2013). Epidemiology, course, and outcome of anorexia nervosa. Current Opinion in Psychiatry, 26(6), 543–548.
  • Zorgstandaard Eetstoornissen (2025).

Het ontstaan van anorexia nervosa is nooit terug te voeren op één enkele oorzaak. De aandoening ontstaat uit een complex samenspel van genetische kwetsbaarheid, persoonlijkheidsfactoren, sociale invloeden en leerervaringen. In de meeste gevallen is er sprake van een aangeboren gevoeligheid die zichtbaar wordt wanneer iemand begint met lijnen of controle probeert te krijgen over spanning, emoties of een gevoel van tekortschieten.

Genetische en biologische kwetsbaarheid

Genetische factoren spelen een duidelijke rol bij het ontstaan van anorexia nervosa. Tweeling- en familieonderzoek laat zien dat de erfelijke component aanzienlijk is en vergelijkbaar met andere ernstige psychiatrische stoornissen. Genetische variaties die samenhangen met eetlustregulatie, serotonerge en dopaminerge systemen, interoceptie en angstgevoeligheid lijken hieraan bij te dragen. In sommige studies zijn afwijkingen in genen zoals AgRP beschreven, die betrokken zijn bij honger en verzadiging, al is dit geen sluitende verklaring op zichzelf. De kans op anorexia is 1 op de 200 maar heeft iemand in je naaste familie het, dan stijgt die kans naar 1 op de 30. Krijgt iemand van een eeneiige tweeling anorexia, dan heeft de ander 50% kans om het ook te krijgen. Het AgRP gen bevat de code voor een neuropeptide dat werkzaam is in de hersenen en daar de eetlust stimuleert. Teveel AgRP zorgt voor vreet- en vetzucht. Te weinig AgRP zou wel eens tot vermagerzucht kunnen leiden. Recent onderzoek door het UMC vond bij 16 van 145 onderzochte patiënten met anorexia nervosa (11%), een afwijkende AgRP gen aan.
Daarnaast blijken neurobiologische factoren invloedrijk. Bij ondergewicht en langdurige restrictie ontstaat een verandering in neurotransmitters en hormoonhuishouding die rigiditeit, angst en controlebehoefte verder kunnen versterken. Functiestoornissen in belonings- en interoceptieve systemen kunnen leiden tot een verminderde ervaring van honger en een verhoogde gevoeligheid voor het belonende effect van gewichtsverlies. Deze biologische effecten kunnen de stoornis zowel uitlokken als in stand houden.

Psychologische factoren

Psychologische kwetsbaarheden vormen een belangrijke ingang tot het ontstaan van anorexia nervosa. Veel patiënten beschrijven een combinatie van perfectionisme, faalangst, een grote behoefte aan controle, gevoeligheid voor verwachtingen van anderen en een lage zelfwaardering. Sociale vergelijking, met name via social media, versterkt dat gevoel vaak.
Lijnen wordt dan een manier om controle te herwinnen of spanning te verminderen. Voor sommige jongeren voelt het restrictieve gedrag als “iets waarin ze goed zijn”, wat tijdelijk een gevoel van eigenwaarde kan geven. Emotieregulatieproblemen spelen eveneens een rol: negatieve emoties worden eerder onderdrukt dan geuit, en controle over eten biedt dan een ogenschijnlijke oplossing.
Hoewel traumatische ervaringen in de jeugd, zoals emotionele verwaarlozing of fysieke mishandeling, vaker worden gezien bij eetstoornissen in het algemeen, is een direct causaal verband met anorexia nervosa minder overtuigend dan bij bijvoorbeeld boulimia of grensoverschrijdend eetpatroon. Wel kunnen trauma’s indirect bijdragen door het versterken van angst, perfectionisme of rigiditeit.
Gezinsculturen, zoals sterk prestatiegerichtheid en gevoelsarm, kunnen bijdragen aan het ontstaan of voortbestaan van anorexia. Ook gezinnen waar veel nadruk op gewicht, gezond eten of sportprestaties ligt, kunnen de ontwikkeling van streng dieetgedrag bij jongeren versterken, zeker wanneer zij al kwetsbaar zijn. Pesten, kritiek op het uiterlijk of negatieve opmerkingen over gewicht zijn eveneens belangrijke risicofactoren. Ze versterken het gevoel van schaamte en tekortschieten en kunnen leiden tot het ontstaan van rigide eetregels als copingmechanisme.

Sociaal-culturele invloeden

Culturele factoren spelen een belangrijke rol in het ontstaan van anorexia nervosa. De slankheidscultuur in westerse samenlevingen, idealisering van een extreem laag gewicht en het voortdurende vergelijken met sociale media zijn bekende risicofactoren. Jongeren die veel tijd op dergelijke platforms doorbrengen of algoritmen volgen die slankheidsidealen, extreme diëten of “fitspiration”-content promoten, lopen een extra risico. Daarnaast kunnen sportomgevingen met gewichtsklassen of esthetische normen (klassiek ballet, turnen, gymnastiek, paardendressuur, modellenwerk) een sterk sturende rol hebben. Sommige online gemeenschappen en influencers normaliseren of promoten zelfs anorectisch gedrag, wat de kans op het ontwikkelen van een eetstoornis vergroot.

Instandhoudende factoren

Als anorexia nervosa eenmaal is ontstaan, spelen verschillende mechanismen een rol in het voortbestaan. Restrictie leidt tot neurobiologische veranderingen die angst en rigiditeit versterken. Het ondergewicht zorgt voor een gevoel van “duidelijkheid” of controle, wat het gedrag verder structureert. Voor sommige volwassenen gaat anorexia deel uitmaken van de identiteit: het biedt een gevoel van autonomie, structuur en identiteit, vooral bij langdurige ziekte. Daarnaast kan de directe omgeving, ondanks goede bedoelingen, onbedoeld instandhoudend werken wanneer eten structureel wordt aangepast, vermeden of conflict probeert te voorkomen. Hierdoor blijft het restrictieve eetpatroon intact en wordt verandering moeilijker.

Literatuur

  • American Psychiatric Association. (2022). Diagnostic and statistical manual of mental disorders (5th ed., text rev.; DSM-5-TR). American Psychiatric Publishing.
  • Culbert KM, Racine, SE, & Klump KL (2015). Research review: What we have learned about the causes of eating disorders. Journal of Child Psychology and Psychiatry, 56(11), 1141–1164. https://doi.org/10.1111/jcpp.12441Kovács-Tóth B, Oláh B, Kuritárné Szabó I, Túry F.
    Adverse childhood experiences increase the risk for eating disorders among adolescents. Front Psychol. 2022 Dec 12;13:1063693. doi: 10.3389/fpsyg.2022.1063693. PMID: 36578685; PMCID: PMC9791
  • Le Grange D, Swanson SA, Crow SJ, & Merikangas KR (2012). Eating disorder not otherwise specified presentation in the US population. International Journal of Eating Disorders, 45(5), 711–718.
  • Micali N, Martini MG, Thomas JJ, Eddy KT, Kothari R & Treasure J.(2017). Epidemiology and aetiology of eating disorders. The Lancet Psychiatry, 4(4), 308–318. https://doi.org/10.1016/S2215-0366(17)30004-7
  • Misra M, & Klibanski A (2014). Endocrine consequences of anorexia nervosa. The Lancet Diabetes & Endocrinology, 2(7), 581–592.
  • Rienecke RD, Johnson C, Le Grange D, Manwaring J, Mehler PS, Duffy A, McClanahan S, Blalock DV.
    Adverse childhood experiences among adults with eating disorders: comparison to a nationally representative sample and identification of trauma.
    J Eat Disord. 2022 May 20;10(1):72. doi: 10.1186/s40337-022-00594-x. Erratum in: J Eat Disord. 2022 Aug 8;10(1):115. PMID: 35596196; PMCID: PMC9123748.
  • Smink FR, Hoeken, D v, & Hoek HW (2013). Epidemiology, course, and outcome of anorexia nervosa. Current Opinion in Psychiatry, 26(6), 543–548.
  • Zorgstandaard Eetstoornissen (2025).