Er is niet één oorzaak van borderline persoonlijkheidsstoornis (BPS), meestal ontstaat BPS uit een combinatie van biologische kwetsbaarheid, omgevingsfactoren en relationele ervaringen. Dat betekent dat BPS niet simpelweg “door trauma” ontstaat, maar ook niet los te zien is van wat iemand heeft meegemaakt en hoe iemand zich in relatie tot anderen heeft ontwikkeld. BPS kan daarom het beste worden begrepen als een verstoring in de ontwikkeling van emotieregulatie, zelfgevoel, hechting en relationele veiligheid.
Aangeboren kwetsbaarheid
Bij het ontstaan van BPS lijkt vaak sprake van een samenspel tussen biologische kwetsbaarheid en omgevingsinvloeden. Dat betekent niet dat BPS of kenmerken als emotionele instabiliteit, impulsiviteit of relationele gevoeligheid simpelweg “aangeboren” zijn. Zulke patronen ontwikkelen zich juist in wisselwerking met de omstandigheden waarin iemand opgroeit. Sommige mensen lijken gevoeliger voor stress, afwijzing, onveiligheid of relationele ontregeling dan anderen. Die gevoeligheid kan deels samenhangen met genetische of neurobiologische factoren, maar hoe zij zich uit, wordt sterk beïnvloed door de ontwikkeling. Wat later zichtbaar wordt als affectieve instabiliteit, impulsief gedrag of sterke gevoeligheid in relaties, kan daarom ook worden gezien als een reactie op vroege onveiligheid, chronische spanning, onvoldoende afstemming of een onvoorspelbare omgeving. Niet de genetische aanleg op zichzelf veroorzaakt borderline, maar de manier waarop biologische gevoeligheid en ontwikkelingsomstandigheden op elkaar inwerken.
Hechting
De kwaliteit van vroege relaties speelt een centrale rol in het ontstaan van BPS. Kinderen ontwikkelen hun vermogen om gevoelens te reguleren, zichzelf te begrijpen en anderen te vertrouwen niet alleen van binnenuit, maar juist in relatie tot hun opvoeders. In veilige relaties leren zij dat gevoelens verdragen, benoemd en gereguleerd kunnen worden, en dat anderen beschikbaar en betrouwbaar zijn. Wanneer die relaties onveilig, onvoorspelbaar, afwijzend of emotioneel onvoldoende afgestemd zijn, kan dat de ontwikkeling van emotieregulatie en zelfgevoel verstoren. Bij veel mensen met borderline is er sprake geweest van een omgeving waarin gevoelens niet goed werden opgevangen, begrepen of begrensd, of waarin nabijheid en veiligheid niet vanzelfsprekend waren. Dat kan ertoe bijdragen dat emoties later snel overweldigend worden en dat relaties tegelijk intens verlangd én als bedreigend worden ervaren.
Bij een deel van de mensen spelen daarnaast duidelijk traumatische ervaringen een rol, zoals mishandeling, misbruik, verwaarlozing of het opgroeien in een chronisch onveilige omgeving. Vooral wanneer zulke ervaringen langdurig zijn, vroeg beginnen en plaatsvinden binnen belangrijke relaties, kunnen zij diep ingrijpen in de ontwikkeling van vertrouwen, identiteit en emotieregulatie.
Tegelijk is het belangrijk om BPS niet volledig te reduceren tot trauma. Niet iedereen met BPS heeft een duidelijke traumageschiedenis, en niet iedereen met trauma ontwikkelt borderline. Vaak gaat het eerder om een bredere ontwikkelingscontext van onveiligheid, instabiliteit of onvoldoende afstemming, waarin iemand geleidelijk bepaalde manieren heeft ontwikkeld om met spanning, relaties en zichzelf om te gaan.
Emotieregulatie
Een kernprobleem bij BPS is vaak dat het stresssysteem snel en heftig reageert. Veel mensen met BPS lijken als het ware een lagere drempel te hebben voor emotionele ontregeling. Relatief kleine gebeurtenissen, zoals afstand, kritiek, onzekerheid, afwijzing of ambiguïteit in contact, kunnen dan ervaren worden als overweldigend of existentieel bedreigend. Onderzoek laat zien dat mensen met borderline vaak sterker reageren op emotionele en interpersoonlijke stress. Dat betekent niet dat die reacties “uit de lucht komen vallen”, maar juist dat hun systeem vaak langdurig is afgestemd geraakt op alertheid, dreiging, verlies of ontregeling. Wat van buitenaf soms als “overreactie” wordt gezien, is van binnenuit vaak een reële ervaring van verlies van veiligheid of samenhang.
Zelfgevoel en identiteit
Bij veel mensen met BPS is ook het gevoel van een stabiel en samenhangend zelf kwetsbaar ontwikkeld. Dat betekent dat iemand zich van binnen moeilijk vast kan houden, snel kan gaan twijfelen aan zichzelf of zich sterk laat bepalen door hoe anderen reageren. Het zelfgevoel kan daardoor wisselend, afhankelijk of fragiel aanvoelen. Wanneer iemand in de ontwikkeling onvoldoende ruimte heeft gehad om gevoelens, behoeften, grenzen en ervaringen als eigen en betekenisvol te leren herkennen, kan later een instabiel of diffuus zelfgevoel ontstaan. Dat draagt vaak bij aan gevoelens van leegte, innerlijke onzekerheid, schaamte en relationele afhankelijkheid.
Literatuur
- American Psychiatric Association. (2022). Diagnostic and statistical manual of mental disorders (5th ed., text rev.; DSM-5-TR). American Psychiatric Association Publishing.
- Ball JS & Links PS. (2009). Borderline personality disorder and childhood trauma: Evidence for a causal relationship. Current Psychiatry Reports, 11(1), 63–68.
- Crowell SE, Beauchaine TP & Linehan MM. (2009). A biosocial developmental model of borderline personality: Elaborating and extending Linehan’s theory. Psychological Bulletin, 135(3), 495–510.
- Fonagy P & Luyten P. (2009). A developmental, mentalization-based approach to the understanding and treatment of borderline personality disorder. Development and Psychopathology, 21(4), 1355–1381.
- Herman JL, Perry JC & van der Kolk BA. (1989). Childhood trauma in borderline personality disorder. American Journal of Psychiatry, 146, 490–495.
- Stepp SD, Lazarus SA, & Byrd AL. (2016). A systematic review of risk factors prospectively associated with borderline personality disorder: Taking stock and moving forward. Personality Disorders: Theory, Research, and Treatment, 7(4), 316–323.