DSM-5-TR
Volgens de DSM-5-TR is er sprake van een paniekstoornis wanneer iemand terugkerende, onverwachte paniekaanvallen heeft. Een paniekaanval is een plotseling opkomende golf van intense angst of een sterk gevoel van onbehagen, die binnen enkele minuten een piek bereikt.
Tijdens zo’n aanval treden ten minste vier symptomen op. Dat kunnen lichamelijke symptomen zijn, zoals hartkloppingen, zweten, trillen, benauwdheid, het gevoel naar adem te happen, pijn of druk op de borst, misselijkheid, buikklachten, duizeligheid, een licht gevoel in het hoofd, koude rillingen, opvliegers of tintelingen. Ook psychische symptomen kunnen optreden, zoals een gevoel van onwerkelijkheid, het gevoel los van zichzelf te staan, angst om de controle te verliezen of gek te worden, en angst om dood te gaan.
Voor de diagnose is verder vereist dat ten minste één van de paniekaanvallen gevolgd wordt door een periode van een maand of langer waarin iemand voortdurend bezig is met de mogelijkheid van nieuwe aanvallen of zich zorgen maakt over de gevolgen daarvan. Ook kan er sprake zijn van een duidelijke gedragsverandering als gevolg van de aanvallen, bijvoorbeeld het vermijden van inspanning, drukke plaatsen of situaties waarin men moeilijk weg zou kunnen.
De klachten mogen niet het gevolg zijn van middelengebruik, medicatie of een lichamelijke aandoening. Ook mogen zij niet beter verklaard worden door een andere psychische stoornis, zoals een sociale angststoornis, specifieke fobie, obsessieve-compulsieve stoornis of posttraumatische stressstoornis.
Literatuur
- American Psychiatric Association. Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (5th ed., text revision; DSM-5-TR). Washington, DC: APA, 2022.