Potentieel reversibel

Meer informatie
No items found.

Cognitieve achteruitgang is niet altijd het gevolg van een progressieve hersenziekte. In een deel van de gevallen is er sprake van een onderliggende, behandelbare oorzaak. Deze zogenoemde potentieel reversibele vormen van cognitieve stoornissen zijn van groot belang om tijdig te herkennen, omdat gerichte behandeling kan leiden tot gedeeltelijk of soms zelfs volledig herstel van functioneren.

Een belangrijke groep wordt gevormd door metabole en endocriene stoornissen. Zo kan een vitamine B12-tekort leiden tot geheugenproblemen, traagheid en concentratiestoornissen. Ook schildklierfunctiestoornissen, met name hypothyreoïdie, kunnen gepaard gaan met cognitieve klachten en apathie. Daarnaast kunnen elektrolytstoornissen of lever- en nierfunctiestoornissen bijdragen aan cognitieve ontregeling, met name bij kwetsbare of oudere patiënten.

Verder kunnen structurele afwijkingen van de hersenen een rol spelen. Een klassiek voorbeeld is normal-pressure hydrocephalus (NPH), waarbij een verstoorde liquorcirculatie leidt tot een combinatie van loopstoornissen, cognitieve achteruitgang en incontinentie. In geselecteerde gevallen kan behandeling, bijvoorbeeld met een shunt, leiden tot duidelijke verbetering.

Psychiatrische aandoeningen kunnen eveneens gepaard gaan met cognitieve klachten die op dementie lijken. Met name bij depressie kan sprake zijn van concentratieproblemen, geheugenklachten en vertraagd denken, soms aangeduid als pseudo-dementie. Behandeling van de onderliggende depressie leidt in dergelijke gevallen vaak tot herstel van cognitief functioneren.

Het onderscheid tussen een neurodegeneratieve aandoening en een potentieel reversibele oorzaak is niet altijd eenvoudig en vraagt om zorgvuldige diagnostiek. Juist omdat behandeling mogelijk is, verdient deze categorie altijd expliciete aandacht in de diagnostische fase.

Literatuur

  • Clarfield AM. (2003). The decreasing prevalence of reversible dementias: An updated meta-analysis. Archives of Internal Medicine, 163(18), 2219–2229.
  • Knopman DS DeKosky et al. (2001). Practice parameter: Diagnosis of dementia (an evidence-based review). Neurology, 56(9), 1143–1153.
  • Relkin N, Marmarou A, Klinge P et al. (2005). Diagnosing idiopathic normal-pressure hydrocephalus. Neurosurgery, 57(3 Suppl), S4–S16.
  • Rock PL, Roiser JP, Riedel WJ & Blackwell AD. (2014). Cognitive impairment in depression: A systematic review and meta-analysis. Psychological Medicine, 44(10), 2029–2040.
  • Smith AD, Refsum H. (2016). Vitamin B12 and cognition in the elderly. The American Journal of Clinical Nutrition, 103(4), 959–960.

Cognitieve achteruitgang is niet altijd het gevolg van een progressieve hersenziekte. In een deel van de gevallen is er sprake van een onderliggende, behandelbare oorzaak. Deze zogenoemde potentieel reversibele vormen van cognitieve stoornissen zijn van groot belang om tijdig te herkennen, omdat gerichte behandeling kan leiden tot gedeeltelijk of soms zelfs volledig herstel van functioneren.

Een belangrijke groep wordt gevormd door metabole en endocriene stoornissen. Zo kan een vitamine B12-tekort leiden tot geheugenproblemen, traagheid en concentratiestoornissen. Ook schildklierfunctiestoornissen, met name hypothyreoïdie, kunnen gepaard gaan met cognitieve klachten en apathie. Daarnaast kunnen elektrolytstoornissen of lever- en nierfunctiestoornissen bijdragen aan cognitieve ontregeling, met name bij kwetsbare of oudere patiënten.

Verder kunnen structurele afwijkingen van de hersenen een rol spelen. Een klassiek voorbeeld is normal-pressure hydrocephalus (NPH), waarbij een verstoorde liquorcirculatie leidt tot een combinatie van loopstoornissen, cognitieve achteruitgang en incontinentie. In geselecteerde gevallen kan behandeling, bijvoorbeeld met een shunt, leiden tot duidelijke verbetering.

Psychiatrische aandoeningen kunnen eveneens gepaard gaan met cognitieve klachten die op dementie lijken. Met name bij depressie kan sprake zijn van concentratieproblemen, geheugenklachten en vertraagd denken, soms aangeduid als pseudo-dementie. Behandeling van de onderliggende depressie leidt in dergelijke gevallen vaak tot herstel van cognitief functioneren.

Het onderscheid tussen een neurodegeneratieve aandoening en een potentieel reversibele oorzaak is niet altijd eenvoudig en vraagt om zorgvuldige diagnostiek. Juist omdat behandeling mogelijk is, verdient deze categorie altijd expliciete aandacht in de diagnostische fase.

Literatuur

  • Clarfield AM. (2003). The decreasing prevalence of reversible dementias: An updated meta-analysis. Archives of Internal Medicine, 163(18), 2219–2229.
  • Knopman DS DeKosky et al. (2001). Practice parameter: Diagnosis of dementia (an evidence-based review). Neurology, 56(9), 1143–1153.
  • Relkin N, Marmarou A, Klinge P et al. (2005). Diagnosing idiopathic normal-pressure hydrocephalus. Neurosurgery, 57(3 Suppl), S4–S16.
  • Rock PL, Roiser JP, Riedel WJ & Blackwell AD. (2014). Cognitive impairment in depression: A systematic review and meta-analysis. Psychological Medicine, 44(10), 2029–2040.
  • Smith AD, Refsum H. (2016). Vitamin B12 and cognition in the elderly. The American Journal of Clinical Nutrition, 103(4), 959–960.