Schizofrenie - oorzaken

Meer informatie
No items found.

De oorzaak van schizofrenie is niet eenduidig vast te stellen. Er is geen sprake van één oorzaak, één gen of één hersenafwijking die de stoornis verklaart. Schizofrenie wordt tegenwoordig begrepen als het resultaat van een complex samenspel van biologische kwetsbaarheid en omgevingsfactoren. Daarnaast is duidelijk dat schizofrenie geen uniform ziektebeeld is, maar een heterogeen spectrum. Dat betekent dat verschillende mensen via verschillende wegen tot vergelijkbare klachten kunnen komen. Er is geen eenvoudige verklaring en geen enkele factor is op zichzelf doorslaggevend. Het huidige inzicht is dat verschillende routes kunnen leiden tot vergelijkbare klachten. Dat past bij het idee dat schizofrenie geen eenduidige ziekte is, maar een spectrum van stoornissen met uiteenlopende oorzaken en beloop.

Kwetsbaarheid

Een veelgebruikt model om schizofrenie te begrijpen is het kwetsbaarheid-stressmodel. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat iemand een bepaalde biologische of psychologische kwetsbaarheid heeft. Of en wanneer die kwetsbaarheid tot uiting komt, hangt mede af van de belasting die iemand ervaart en van beschermende factoren. Wanneer de draaglast groter wordt dan de draagkracht, bijvoorbeeld door stress, slaapgebrek, middelengebruik of ingrijpende levensgebeurtenissen, kunnen psychotische symptomen ontstaan.

Genetisch

Uit familie-, tweeling- en adoptieonderzoek blijkt dat erfelijke factoren een belangrijke rol spelen bij schizofrenie. De erfelijkheid wordt geschat op ongeveer 60–80%, maar dit betekent niet dat schizofrenie “vastligt” in de genen. Er is geen enkel gen dat schizofrenie veroorzaakt. Het gaat om een groot aantal genetische variaties die samen een kwetsbaarheid vergroten. Veel mensen met een verhoogde genetische aanleg ontwikkelen nooit een psychotische stoornis. Daarnaast komt schizofrenie ook regelmatig voor bij mensen zonder familiegeschiedenis. Erfelijkheid is dus een belangrijke factor, maar niet voldoende op zichzelf.

Neurobiologisch

Onderzoek laat zien dat er bij sommige mensen met schizofrenie subtiele verschillen bestaan in hersenstructuur en -functie. Zo worden gemiddeld kleine verschillen gevonden in hersenvolume en in bepaalde hersengebieden, zoals de hippocampus. Ook spelen neurotransmittersystemen, zoals dopamine, een rol bij psychotische symptomen. Dit is onder andere gebaseerd op het effect van antipsychotica, die dopaminerge systemen beïnvloeden. Tegelijk is het dopamine-model slechts een gedeeltelijke verklaring en onvoldoende om de complexiteit van schizofrenie volledig te begrijpen. Belangrijk is dat deze biologische bevindingen: niet specifiek zijn voor schizofrenie, niet bij alle patiënten voorkomen en niet één-op-één de oorzaak verklaren

Omgevingsfactoren

Naast genetische kwetsbaarheid spelen ook omgevingsfactoren een rol. Deze factoren werken niet op zichzelf, maar in interactie met iemands kwetsbaarheid. Niet iedereen die aan deze factoren wordt blootgesteld, ontwikkelt schizofrenie. Factoren die in onderzoek in verband zijn gebracht met een verhoogd risico zijn onder andere: traumatische ervaringen, vooral in de kindertijd, chronische stress en sociale ontregeling, cannabisgebruik, vooral op jonge leeftijd en bij hoge THC-gehaltes en complicaties tijdens zwangerschap of geboorte.

Literatuur

  • American Psychiatric Association. Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (5th ed., text rev.; DSM-5-TR). Washington, DC: APA; 2022.
  • GGZ Standaarden. Zorgstandaard Psychose. Utrecht: Akwa GGZ.
  • McCutcheon RA, Abi-Dargham A, Howes OD. Schizophrenia, dopamine and the striatum: from biology to symptoms. Trends Neurosci. 2019;42(3):205–220.
  • Murray RM, Englund A, Abi-Dargham A, et al. Cannabis-associated psychosis. Neuropharmacology. 2017;124:89–104.
  • National Institute for Health and Care Excellence (NICE). Psychosis and schizophrenia in adults (CG178). London: NICE; 2014 (update 2025).
  • Sullivan PF, Kendler KS, Neale MC. Schizophrenia as a complex trait: evidence from twin studies. Arch Gen Psychiatry. 2003;60:1187–1192.
  • van Os J, Kenis G, Rutten BPF. The environment and schizophrenia. Nature. 2010;468:203–212.

De oorzaak van schizofrenie is niet eenduidig vast te stellen. Er is geen sprake van één oorzaak, één gen of één hersenafwijking die de stoornis verklaart. Schizofrenie wordt tegenwoordig begrepen als het resultaat van een complex samenspel van biologische kwetsbaarheid en omgevingsfactoren. Daarnaast is duidelijk dat schizofrenie geen uniform ziektebeeld is, maar een heterogeen spectrum. Dat betekent dat verschillende mensen via verschillende wegen tot vergelijkbare klachten kunnen komen. Er is geen eenvoudige verklaring en geen enkele factor is op zichzelf doorslaggevend. Het huidige inzicht is dat verschillende routes kunnen leiden tot vergelijkbare klachten. Dat past bij het idee dat schizofrenie geen eenduidige ziekte is, maar een spectrum van stoornissen met uiteenlopende oorzaken en beloop.

Kwetsbaarheid

Een veelgebruikt model om schizofrenie te begrijpen is het kwetsbaarheid-stressmodel. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat iemand een bepaalde biologische of psychologische kwetsbaarheid heeft. Of en wanneer die kwetsbaarheid tot uiting komt, hangt mede af van de belasting die iemand ervaart en van beschermende factoren. Wanneer de draaglast groter wordt dan de draagkracht, bijvoorbeeld door stress, slaapgebrek, middelengebruik of ingrijpende levensgebeurtenissen, kunnen psychotische symptomen ontstaan.

Genetisch

Uit familie-, tweeling- en adoptieonderzoek blijkt dat erfelijke factoren een belangrijke rol spelen bij schizofrenie. De erfelijkheid wordt geschat op ongeveer 60–80%, maar dit betekent niet dat schizofrenie “vastligt” in de genen. Er is geen enkel gen dat schizofrenie veroorzaakt. Het gaat om een groot aantal genetische variaties die samen een kwetsbaarheid vergroten. Veel mensen met een verhoogde genetische aanleg ontwikkelen nooit een psychotische stoornis. Daarnaast komt schizofrenie ook regelmatig voor bij mensen zonder familiegeschiedenis. Erfelijkheid is dus een belangrijke factor, maar niet voldoende op zichzelf.

Neurobiologisch

Onderzoek laat zien dat er bij sommige mensen met schizofrenie subtiele verschillen bestaan in hersenstructuur en -functie. Zo worden gemiddeld kleine verschillen gevonden in hersenvolume en in bepaalde hersengebieden, zoals de hippocampus. Ook spelen neurotransmittersystemen, zoals dopamine, een rol bij psychotische symptomen. Dit is onder andere gebaseerd op het effect van antipsychotica, die dopaminerge systemen beïnvloeden. Tegelijk is het dopamine-model slechts een gedeeltelijke verklaring en onvoldoende om de complexiteit van schizofrenie volledig te begrijpen. Belangrijk is dat deze biologische bevindingen: niet specifiek zijn voor schizofrenie, niet bij alle patiënten voorkomen en niet één-op-één de oorzaak verklaren

Omgevingsfactoren

Naast genetische kwetsbaarheid spelen ook omgevingsfactoren een rol. Deze factoren werken niet op zichzelf, maar in interactie met iemands kwetsbaarheid. Niet iedereen die aan deze factoren wordt blootgesteld, ontwikkelt schizofrenie. Factoren die in onderzoek in verband zijn gebracht met een verhoogd risico zijn onder andere: traumatische ervaringen, vooral in de kindertijd, chronische stress en sociale ontregeling, cannabisgebruik, vooral op jonge leeftijd en bij hoge THC-gehaltes en complicaties tijdens zwangerschap of geboorte.

Literatuur

  • American Psychiatric Association. Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (5th ed., text rev.; DSM-5-TR). Washington, DC: APA; 2022.
  • GGZ Standaarden. Zorgstandaard Psychose. Utrecht: Akwa GGZ.
  • McCutcheon RA, Abi-Dargham A, Howes OD. Schizophrenia, dopamine and the striatum: from biology to symptoms. Trends Neurosci. 2019;42(3):205–220.
  • Murray RM, Englund A, Abi-Dargham A, et al. Cannabis-associated psychosis. Neuropharmacology. 2017;124:89–104.
  • National Institute for Health and Care Excellence (NICE). Psychosis and schizophrenia in adults (CG178). London: NICE; 2014 (update 2025).
  • Sullivan PF, Kendler KS, Neale MC. Schizophrenia as a complex trait: evidence from twin studies. Arch Gen Psychiatry. 2003;60:1187–1192.
  • van Os J, Kenis G, Rutten BPF. The environment and schizophrenia. Nature. 2010;468:203–212.