Schizofrenie - vroege symptomen (prodromi)

Meer informatie
No items found.

Aan een eerste psychotische episode kan soms een periode voorafgaan waarin iemand langzaam begint te veranderen in denken, voelen, gedrag of functioneren. Deze fase wordt de prodromale fase genoemd. In deze periode is er meestal nog geen duidelijke psychose, maar wel kunnen er subtiele signalen ontstaan die achteraf gezien onderdeel blijken van het begin van een psychotische stoornis.

De prodromale fase is vaak moeilijk te herkennen. Veel klachten zijn namelijk niet specifiek en kunnen ook voorkomen bij andere psychische problemen, stress, overbelasting of een sombere periode. Juist daarom is het belangrijk om niet naar één los symptoom te kijken, maar naar het gehele patroon, de duur en de verandering ten opzichte van hoe iemand eerder functioneerde.

Vroege symptomen betekenen niet automatisch dat iemand schizofrenie of een andere psychotische stoornis ontwikkelt. Veel van deze klachten zijn aspecifiek en komen ook voor bij andere psychische problemen. Toch is het verstandig om hulp te zoeken wanneer iemand duidelijk verandert in functioneren, toenemend vastloopt of signalen laat zien van achterdocht, vervreemding of verlies van grip op de werkelijkheid. Vroege herkenning en begeleiding kunnen helpen om ernstigere ontregeling mogelijk te beperken en sneller passende hulp op gang te brengen.

Sociaal functioneren

Vaak valt als eerste op dat iemand zich anders gaat gedragen dan voorheen. Iemand kan zich meer gaan terugtrekken, stiller worden, minder contact zoeken of zich moeilijker mengen in sociale situaties. Ook kunnen er problemen ontstaan op school, werk of in relaties, bijvoorbeeld doordat iemand minder goed functioneert, afspraken niet nakomt of minder aansluiting vindt.

Cognitie

In de prodromale fase kunnen gedachten geleidelijk minder vanzelfsprekend en minder logisch aanvoelen. Iemand kan vager, meer abstract of moeilijker te volgen gaan denken. Soms ontstaan ook vreemde ideeën, een toegenomen gevoeligheid voor verborgen betekenissen of een gevoel dat dingen “niet kloppen”. Ook kunnen wantrouwen en achterdocht toenemen. Iemand kan bijvoorbeeld het gevoel krijgen dat anderen over hem of haar praten, dat situaties een bijzondere betekenis hebben of dat er iets dreigends in de lucht hangt. Soms is er sprake van een zogenaamde waanstemming: een moeilijk onder woorden te brengen gevoel dat de wereld opeens vreemd, geladen of raadselachtig is geworden. Veel mensen in een vroege fase van psychose ervaren problemen met concentratie, aandacht of geheugen. Het lukt minder goed om informatie vast te houden, overzicht te bewaren of hoofdzaken van bijzaken te onderscheiden. Daardoor kunnen school, studie, werk of dagelijkse taken meer moeite gaan kosten.

Waarneming

Soms treden al vóór een duidelijke psychose subtiele veranderingen op in de manier waarop iemand de wereld ervaart. Dingen kunnen bijvoorbeeld vreemder, intenser of vervreemdend aanvoelen. Geluiden kunnen harder of scherper binnenkomen, kleuren of vormen kunnen anders lijken, of gewone situaties kunnen een ongewone of moeilijk te plaatsen lading krijgen.

Algemeen

Angst-, en slaap- en stemmingsklachten, prikkelbaarheid, energieverlies, veranderingen in eetlust, dag-nachtritme of zelfzorg.

Literatuur

  • American Psychiatric Association. Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (5th ed., text rev.; DSM-5-TR). Washington, DC: American Psychiatric Association Publishing; 2022.
  • Fusar-Poli P, Cappucciati M, Bonoldi I, et al. Prognosis of brief psychotic episodes: a meta-analysis. JAMA Psychiatry. 2016;73(3):211–220.
  • National Institute for Health and Care Excellence (NICE). Psychosis and schizophrenia in adults: prevention and management (CG178). London: NICE.

Aan een eerste psychotische episode kan soms een periode voorafgaan waarin iemand langzaam begint te veranderen in denken, voelen, gedrag of functioneren. Deze fase wordt de prodromale fase genoemd. In deze periode is er meestal nog geen duidelijke psychose, maar wel kunnen er subtiele signalen ontstaan die achteraf gezien onderdeel blijken van het begin van een psychotische stoornis.

De prodromale fase is vaak moeilijk te herkennen. Veel klachten zijn namelijk niet specifiek en kunnen ook voorkomen bij andere psychische problemen, stress, overbelasting of een sombere periode. Juist daarom is het belangrijk om niet naar één los symptoom te kijken, maar naar het gehele patroon, de duur en de verandering ten opzichte van hoe iemand eerder functioneerde.

Vroege symptomen betekenen niet automatisch dat iemand schizofrenie of een andere psychotische stoornis ontwikkelt. Veel van deze klachten zijn aspecifiek en komen ook voor bij andere psychische problemen. Toch is het verstandig om hulp te zoeken wanneer iemand duidelijk verandert in functioneren, toenemend vastloopt of signalen laat zien van achterdocht, vervreemding of verlies van grip op de werkelijkheid. Vroege herkenning en begeleiding kunnen helpen om ernstigere ontregeling mogelijk te beperken en sneller passende hulp op gang te brengen.

Sociaal functioneren

Vaak valt als eerste op dat iemand zich anders gaat gedragen dan voorheen. Iemand kan zich meer gaan terugtrekken, stiller worden, minder contact zoeken of zich moeilijker mengen in sociale situaties. Ook kunnen er problemen ontstaan op school, werk of in relaties, bijvoorbeeld doordat iemand minder goed functioneert, afspraken niet nakomt of minder aansluiting vindt.

Cognitie

In de prodromale fase kunnen gedachten geleidelijk minder vanzelfsprekend en minder logisch aanvoelen. Iemand kan vager, meer abstract of moeilijker te volgen gaan denken. Soms ontstaan ook vreemde ideeën, een toegenomen gevoeligheid voor verborgen betekenissen of een gevoel dat dingen “niet kloppen”. Ook kunnen wantrouwen en achterdocht toenemen. Iemand kan bijvoorbeeld het gevoel krijgen dat anderen over hem of haar praten, dat situaties een bijzondere betekenis hebben of dat er iets dreigends in de lucht hangt. Soms is er sprake van een zogenaamde waanstemming: een moeilijk onder woorden te brengen gevoel dat de wereld opeens vreemd, geladen of raadselachtig is geworden. Veel mensen in een vroege fase van psychose ervaren problemen met concentratie, aandacht of geheugen. Het lukt minder goed om informatie vast te houden, overzicht te bewaren of hoofdzaken van bijzaken te onderscheiden. Daardoor kunnen school, studie, werk of dagelijkse taken meer moeite gaan kosten.

Waarneming

Soms treden al vóór een duidelijke psychose subtiele veranderingen op in de manier waarop iemand de wereld ervaart. Dingen kunnen bijvoorbeeld vreemder, intenser of vervreemdend aanvoelen. Geluiden kunnen harder of scherper binnenkomen, kleuren of vormen kunnen anders lijken, of gewone situaties kunnen een ongewone of moeilijk te plaatsen lading krijgen.

Algemeen

Angst-, en slaap- en stemmingsklachten, prikkelbaarheid, energieverlies, veranderingen in eetlust, dag-nachtritme of zelfzorg.

Literatuur

  • American Psychiatric Association. Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (5th ed., text rev.; DSM-5-TR). Washington, DC: American Psychiatric Association Publishing; 2022.
  • Fusar-Poli P, Cappucciati M, Bonoldi I, et al. Prognosis of brief psychotic episodes: a meta-analysis. JAMA Psychiatry. 2016;73(3):211–220.
  • National Institute for Health and Care Excellence (NICE). Psychosis and schizophrenia in adults: prevention and management (CG178). London: NICE.