Antidepressiva kunnen wisselwerkingen geven met andere geneesmiddelen. Deze interacties kunnen klinisch relevant zijn doordat zij de effectiviteit van een behandeling beïnvloeden of het risico op bijwerkingen vergroten. Het belang van een interactie hangt onder meer af van het type antidepressivum, de dosering, de leeftijd en lichamelijke kwetsbaarheid van de patiënt, en het gelijktijdig gebruik van andere medicatie. Interacties ontstaan grofweg via twee mechanismen. Enerzijds kunnen middelen elkaars afbraak beïnvloeden, bijvoorbeeld via leverenzymen. Anderzijds kunnen middelen elkaars farmacologische werking versterken, zoals bij serotonerge effecten, sedatie of bloedingsneiging.
Cytochroom P450-systeem
Veel antidepressiva worden in de lever afgebroken door enzymen van het cytochroom P450-systeem. Sommige antidepressiva remmen deze enzymen en kunnen daardoor de bloedspiegels van andere geneesmiddelen verhogen. Dit geldt met name voor paroxetine en fluoxetine (CYP2D6) en fluvoxamine (onder andere CYP1A2 en CYP2C19). Omgekeerd kunnen andere geneesmiddelen de afbraak van antidepressiva beïnvloeden, waardoor spiegels stijgen of dalen. Dit kan leiden tot meer bijwerkingen of juist verlies van effect. Deze interacties zijn vooral relevant bij middelen met een smalle therapeutische breedte en bij patiënten met polyfarmacie.
Serotonerg
Combinatie van antidepressiva met andere middelen die de serotonerge transmissie verhogen kan leiden tot een toename van serotonerge activiteit. In ernstige gevallen kan dit resulteren in een serotoninesyndroom. Dit risico is met name relevant bij combinatie met MAO-remmers, maar ook bij gebruik van andere serotonerge middelen, zoals bepaalde opioïden (bijvoorbeeld tramadol), triptanen, lithium en sommige middelen tegen misselijkheid, waaronder metoclopramide. Het risico verschilt per combinatie, maar bij nieuwe klachten zoals agitatie, tremor, zweten, diarree, koorts of hyperreflexie moet aan serotoninetoxiciteit worden gedacht.
Bloedingsrisico
SSRI’s en SNRI’s beïnvloeden de functie van bloedplaatjes doordat zij de opname van serotonine in trombocyten remmen. Hierdoor kan de bloedingsneiging toenemen. Dit is vooral van belang bij combinatie met andere middelen die het risico op bloedingen verhogen, zoals NSAID’s (bijvoorbeeld ibuprofen, diclofenac en naproxen), acetylsalicylzuur, antistolling en trombocytenaggregatieremmers. De combinatie van een SSRI en een NSAID verhoogt met name het risico op gastro-intestinale bloedingen. Bij patiënten met een verhoogd risico kan maagbescherming met een protonpompremmer worden overwogen. Er zijn aanwijzingen dat NSAID’s mogelijk het antidepressieve effect kunnen verminderen, maar de klinische betekenis hiervan is onzeker. In de praktijk is vooral het verhoogde bloedingsrisico van belang.
Sedatie
Sommige antidepressiva, met name tricyclische antidepressiva, mirtazapine, mianserine en trazodon, hebben een sederend effect. Dit effect kan versterkt worden door gelijktijdig gebruik van andere centraal dempende middelen, zoals benzodiazepinen, opioïden, alcohol en sedatieve antihistaminica. Deze combinatie kan leiden tot toegenomen sufheid, verminderd reactievermogen en een verhoogd risico op vallen, met name bij ouderen.
Cardiaal
Bepaalde antidepressiva, zoals citalopram, escitalopram en tricyclische antidepressiva, kunnen invloed hebben op de cardiale geleiding en het QT-interval verlengen. Combinatie met andere QT-verlengende middelen kan het risico op hartritmestoornissen vergroten. Dit is vooral relevant bij hogere doseringen, elektrolytstoornissen en bij patiënten met cardiale kwetsbaarheid.
MAO-remmers
MAO-remmers hebben een uitgesproken interactieprofiel. Combinatie met serotonerge antidepressiva is gecontra-indiceerd vanwege het risico op serotoninesyndroom. Daarnaast kunnen interacties optreden met sympathicomimetica, bepaalde opioïden en tyraminerijke voeding, met als mogelijk gevolg ernstige hypertensieve reacties.
Literatuur
- de Abajo FJ & García-Rodríguez LA. (2008). Risk of gastrointestinal bleeding with SSRIs. Archives of General Psychiatry
- National Institute for Health and Care Excellence. (2022). Depression in adults: treatment and management (NG222)
- Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb. Meldingen en signaleringen betreffende antidepressiva en interacties
- Stahl SM. (2021). Stahl’s Essential Psychopharmacology