Antipsychotica - bijwerkingen

Antipsychotica verschillen onderling sterk in bijwerkingenprofiel. Deze verschillen hangen samen met de mate van dopamine-D2-receptorblokkade en de affiniteit voor andere receptoren, zoals serotonerge, histaminerge, muscarinerge en adrenerge receptoren. In de praktijk is het bijwerkingenprofiel vaak minstens zo bepalend voor de keuze van een middel als de effectiviteit.

Extrapiramidaal (EPS)

Blokkade van dopamine D2-receptoren in het nigrostriatale systeem kan leiden tot bewegingsstoornissen. Acute dystonie, parkinsonisme en akathisie kunnen al in de eerste dagen tot weken optreden, terwijl tardieve dyskinesie zich meestal pas na langdurig gebruik ontwikkelt. Het risico op extrapiramidale bijwerkingen neemt toe bij hogere D2-bezetting en komt vaker voor bij klassieke (typische) antipsychotica en bij hogere doseringen van atypische middelen. Akathisie verdient bijzondere aandacht, omdat het subjectief wordt ervaren als innerlijke onrust en gepaard kan gaan met toegenomen agitatie en suïcidaliteit. Dit kan ten onrechte worden geïnterpreteerd als verergering van de onderliggende aandoening.

Metabool

Veel antipsychotica kunnen leiden tot gewichtstoename en metabole ontregeling. Dit betreft vooral toename van buikomvang, stijging van triglyceriden, daling van HDL-cholesterol, verhoogde bloeddruk en verhoogde nuchtere glucose. Wanneer meerdere van deze afwijkingen samen voorkomen, wordt gesproken van het metabool syndroom. Dit syndroom verhoogt het risico op diabetes mellitus type 2 en hart- en vaatziekten. Het risico verschilt sterk per middel. Clozapine en olanzapine geven het hoogste risico op gewichtstoename en metabole ontregeling. Quetiapine geeft eveneens een relevant risico, zij het gemiddeld lager dan clozapine en olanzapine. Middelen zoals aripiprazol, haloperidol en flufenazine hebben gemiddeld minder ongunstige metabole effecten, al blijft individuele monitoring nodig. Gewichtstoename hangt onder meer samen met antihistaminerge en serotonerge effecten, vooral via H1- en 5-HT2C-receptoren. Omdat metabole veranderingen zich geleidelijk kunnen ontwikkelen, is regelmatige controle van gewicht, buikomvang, bloeddruk, glucose en lipidenprofiel noodzakelijk, zeker bij start en dosisverhoging.

Negatieve symptomen

Met name klassieke antipsychotica en hogere doseringen kunnen (secundaire) negatieve symptomen veroorzaken of versterken. Daarbij kunnen apathie, dysforie, emotionele vervlakking, vertraagd denken, sedatie en stoornissen in aandacht, concentratie en geheugen optreden. Klinisch is dit onderscheid belangrijk, omdat deze klachten ten onrechte kunnen worden toegeschreven aan de onderliggende psychotische stoornis.

Dysfore reactie

Antipsychotica kunnen, vooral bij sterke dopamine-D2-blokkade, een dysfore reactie geven. Patiënten beschrijven dan een onaangenaam innerlijk gevoel, emotionele vervlakking, verlies van initiatief en het gevoel dat denken en bewegen vertraagd verlopen. Dit kan lijken op een depressie of op negatieve symptomen van schizofrenie. Met name klassieke antipsychotica en hogere doseringen kunnen negatieve symptomen versterken of deels veroorzaken. Het gaat dan om apathie, verminderde concentratie, geheugenproblemen, vertraagd denken, minder mimiek, emotionele vervlakking en sedatie. Dit onderscheid is klinisch belangrijk, omdat verhoging van de dosering bij dergelijke klachten de symptomen juist kan verergeren. Bij nieuwe of toenemende negatieve symptomen tijdens behandeling moet daarom worden beoordeeld of er sprake is van de onderliggende aandoening, depressie, sedatie, extrapiramidale bijwerkingen of een medicamenteus effect. Soms kan dosisverlaging of overstappen naar een middel met een gunstiger profiel verbetering geven.

Hyperprolactinemie

Door blokkade van dopamine in het tuberoinfundibulaire systeem kan de prolactinespiegel stijgen. Dit komt met name voor bij risperidon en paliperidon. Klinisch kan dit leiden tot amenorroe, galactorroe, seksuele disfunctie en verminderde botdichtheid op de lange termijn. Partiële dopamine-agonisten zoals aripiprazol geven juist weinig tot geen prolactinestijging en kunnen deze soms zelfs verlagen.

Sedatie

Sedatie is een veelvoorkomende bijwerking en hangt samen met antihistaminerge en anticholinerge effecten. Middelen zoals clozapine en quetiapine geven vaak duidelijke sedatie, vooral in de beginfase van de behandeling. Naast sedatie kunnen antipsychotica ook leiden tot cognitieve vertraging, verminderd reactievermogen en concentratieproblemen. Dit is klinisch relevant, bijvoorbeeld voor functioneren overdag en rijvaardigheid.

Anticholinerg

Antagonisme van muscarinereceptoren kan leiden tot droge mond, obstipatie, urineretentie, wazig zien en cognitieve stoornissen. Deze bijwerkingen komen vooral voor bij clozapine en sommige klassieke antipsychotica. Obstipatie bij clozapine verdient bijzondere aandacht, omdat deze ernstig en zelfs levensbedreigend kan verlopen door paralytische ileus.

Cardiovasculair

Antipsychotica kunnen orthostatische hypotensie veroorzaken door alfa-1-blokkade. Daarnaast is QT-verlenging een bekende bijwerking, die het risico op hartritmestoornissen (torsades de pointes) kan verhogen. Dit risico verschilt per middel en is onder andere relevant bij citalopram-achtige structuren en sommige klassieke antipsychotica.

Clozapine

Clozapine neemt een bijzondere plaats in vanwege het unieke bijwerkingenprofiel. Het middel is zeer effectief bij therapieresistente schizofrenie, maar vereist intensieve monitoring. Agranulocytose is de meest bekende, maar zeldzame bijwerking. Regelmatige controle van het bloedbeeld is verplicht, vooral in de eerste maanden van behandeling. Daarnaast kan clozapine myocarditis en cardiomyopathie veroorzaken, met name in de beginfase. Klinische symptomen zijn vaak aspecifiek (koorts, malaise, tachycardie), waardoor alertheid noodzakelijk is. Verder komen speekselvloed (sialorroe), ernstige sedatie, gewichtstoename en insulten voor. Het risico op insulten is dosisafhankelijk. Ook obstipatie kan bij clozapine ernstig verlopen en vraagt actieve monitoring en behandeling.

Maligne neurolepticasyndroom

Het maligne neurolepticasyndroom is een zeldzame, maar potentieel levensbedreigende complicatie. Het wordt gekenmerkt door spierstijfheid, koorts, autonome ontregeling en verlaagd bewustzijn. Het syndroom vereist onmiddellijke herkenning en behandeling. De oorzaak is onbekend, maar waarschijnlijk is het (ook) een extrapiramidale bijwerking. Andere symptomen zijn onder andere: vegetatieve verschijnselen snelle hartwerking, versnelde ademhaling, labiele bloeddruk, onregelmatige pols, bleekheid, zweten, incontinentie; voorts extrapiramidale verschijnselen en veranderingen van bewustzijn. Complicaties kunnen zijn: acuut nierfalen, verstoord hartritme, hartinfarct, longontsteking, uitdroging, stolling bloed. De incidentie ligt rond de 1%, dus relatief zeldzaam.

Overige

Andere bijwerkingen die kunnen voorkomen zijn seksuele disfunctie, temperatuurregulatiestoornissen en dermatologische reacties. Daarnaast kan langdurig gebruik bijdragen aan een verhoogd cardiovasculair risico, mede door metabole veranderingen. Het gebruik van antipsychotica wordt geassocieerd met een verhoogd risico op diep veneuze trombose en longembolie

Literatuur

  • Chow RTS, Majeed A, Koola MM, et al. An umbrella review of adverse effects associated with antipsychotic use. Neuroscience & Biobehavioral Reviews. 2023;148:105132.
  • Correll CU, Detraux J, De Lepeleire J, De Hert M. Effects of antipsychotics on metabolic risk. World Psychiatry. 2015;14:119-136.
  • De Haan L, Lavalaye J, van Bruggen M, et al. Subjective experience and dopamine D2 receptor occupancy in patients treated with antipsychotics: clinical implications. Canadian Journal of Psychiatry. 2004;49:290-296.
  • De Hert M, Detraux J, van Winkel R, Yu W, Correll CU. Metabolic and cardiovascular adverse effects associated with antipsychotic drugs. Nature Reviews Endocrinology. 2012;8:114-126.
  • Huhn M, Nikolakopoulou A, Schneider-Thoma J, et al. Comparative efficacy and tolerability of 32 oral antipsychotics for the acute treatment of adults with multi-episode schizophrenia: a systematic review and network meta-analysis. Lancet. 2019;394:939-951.
  • Jönsson AK, Schill J, Olsson H, Spigset O, Hägg S. Venous Thromboembolism During Treatment with Antipsychotics: A Review of Current Evidence. CNS Drugs. 2018 Jan;32(1):47-64. doi: 10.1007/s40263-018-0495-7. PMID: 29423659; PMCID: PMC5843694.
  • Keks N, Hope J, Schwartz D, et al. Comparative tolerability of dopamine D2/D3 receptor partial agonists for schizophrenia. CNS Drugs. 2020;34:473-507.
  • Naarding P, Risselada AJ. Molemans praktische psychofarmacologie. Prelum; 2021.
  • Schneider-Thoma J, Zhu Y, Qin M, et al. Comparative efficacy and tolerability of antidopaminergic and muscarinic antipsychotics for acute schizophrenia: a network meta-analysis. Lancet. 2026;407:876-891.
  • Schulte PFJ. Risk of clozapine-associated agranulocytosis and mandatory white blood cell monitoring. Schizophrenia Research. 2023.
  • Stahl SM. Stahl’s Essential Psychopharmacology. 5e editie. Cambridge University Press; 2021.
  • Stroup TS, Gray N. Management of common adverse effects of antipsychotic medications. World Psychiatry. 2018;17:341-356.
  • Wu HE, Okusaga OO. Antipsychotic medication-induced dysphoria: its meaning, association with typical versus atypical medications and impact on adherence. Journal of Clinical Psychopharmacology. 2015;35:317-322.

Antipsychotica verschillen onderling sterk in bijwerkingenprofiel. Deze verschillen hangen samen met de mate van dopamine-D2-receptorblokkade en de affiniteit voor andere receptoren, zoals serotonerge, histaminerge, muscarinerge en adrenerge receptoren. In de praktijk is het bijwerkingenprofiel vaak minstens zo bepalend voor de keuze van een middel als de effectiviteit.

Extrapiramidaal (EPS)

Blokkade van dopamine D2-receptoren in het nigrostriatale systeem kan leiden tot bewegingsstoornissen. Acute dystonie, parkinsonisme en akathisie kunnen al in de eerste dagen tot weken optreden, terwijl tardieve dyskinesie zich meestal pas na langdurig gebruik ontwikkelt. Het risico op extrapiramidale bijwerkingen neemt toe bij hogere D2-bezetting en komt vaker voor bij klassieke (typische) antipsychotica en bij hogere doseringen van atypische middelen. Akathisie verdient bijzondere aandacht, omdat het subjectief wordt ervaren als innerlijke onrust en gepaard kan gaan met toegenomen agitatie en suïcidaliteit. Dit kan ten onrechte worden geïnterpreteerd als verergering van de onderliggende aandoening.

Metabool

Veel antipsychotica kunnen leiden tot gewichtstoename en metabole ontregeling. Dit betreft vooral toename van buikomvang, stijging van triglyceriden, daling van HDL-cholesterol, verhoogde bloeddruk en verhoogde nuchtere glucose. Wanneer meerdere van deze afwijkingen samen voorkomen, wordt gesproken van het metabool syndroom. Dit syndroom verhoogt het risico op diabetes mellitus type 2 en hart- en vaatziekten. Het risico verschilt sterk per middel. Clozapine en olanzapine geven het hoogste risico op gewichtstoename en metabole ontregeling. Quetiapine geeft eveneens een relevant risico, zij het gemiddeld lager dan clozapine en olanzapine. Middelen zoals aripiprazol, haloperidol en flufenazine hebben gemiddeld minder ongunstige metabole effecten, al blijft individuele monitoring nodig. Gewichtstoename hangt onder meer samen met antihistaminerge en serotonerge effecten, vooral via H1- en 5-HT2C-receptoren. Omdat metabole veranderingen zich geleidelijk kunnen ontwikkelen, is regelmatige controle van gewicht, buikomvang, bloeddruk, glucose en lipidenprofiel noodzakelijk, zeker bij start en dosisverhoging.

Negatieve symptomen

Met name klassieke antipsychotica en hogere doseringen kunnen (secundaire) negatieve symptomen veroorzaken of versterken. Daarbij kunnen apathie, dysforie, emotionele vervlakking, vertraagd denken, sedatie en stoornissen in aandacht, concentratie en geheugen optreden. Klinisch is dit onderscheid belangrijk, omdat deze klachten ten onrechte kunnen worden toegeschreven aan de onderliggende psychotische stoornis.

Dysfore reactie

Antipsychotica kunnen, vooral bij sterke dopamine-D2-blokkade, een dysfore reactie geven. Patiënten beschrijven dan een onaangenaam innerlijk gevoel, emotionele vervlakking, verlies van initiatief en het gevoel dat denken en bewegen vertraagd verlopen. Dit kan lijken op een depressie of op negatieve symptomen van schizofrenie. Met name klassieke antipsychotica en hogere doseringen kunnen negatieve symptomen versterken of deels veroorzaken. Het gaat dan om apathie, verminderde concentratie, geheugenproblemen, vertraagd denken, minder mimiek, emotionele vervlakking en sedatie. Dit onderscheid is klinisch belangrijk, omdat verhoging van de dosering bij dergelijke klachten de symptomen juist kan verergeren. Bij nieuwe of toenemende negatieve symptomen tijdens behandeling moet daarom worden beoordeeld of er sprake is van de onderliggende aandoening, depressie, sedatie, extrapiramidale bijwerkingen of een medicamenteus effect. Soms kan dosisverlaging of overstappen naar een middel met een gunstiger profiel verbetering geven.

Hyperprolactinemie

Door blokkade van dopamine in het tuberoinfundibulaire systeem kan de prolactinespiegel stijgen. Dit komt met name voor bij risperidon en paliperidon. Klinisch kan dit leiden tot amenorroe, galactorroe, seksuele disfunctie en verminderde botdichtheid op de lange termijn. Partiële dopamine-agonisten zoals aripiprazol geven juist weinig tot geen prolactinestijging en kunnen deze soms zelfs verlagen.

Sedatie

Sedatie is een veelvoorkomende bijwerking en hangt samen met antihistaminerge en anticholinerge effecten. Middelen zoals clozapine en quetiapine geven vaak duidelijke sedatie, vooral in de beginfase van de behandeling. Naast sedatie kunnen antipsychotica ook leiden tot cognitieve vertraging, verminderd reactievermogen en concentratieproblemen. Dit is klinisch relevant, bijvoorbeeld voor functioneren overdag en rijvaardigheid.

Anticholinerg

Antagonisme van muscarinereceptoren kan leiden tot droge mond, obstipatie, urineretentie, wazig zien en cognitieve stoornissen. Deze bijwerkingen komen vooral voor bij clozapine en sommige klassieke antipsychotica. Obstipatie bij clozapine verdient bijzondere aandacht, omdat deze ernstig en zelfs levensbedreigend kan verlopen door paralytische ileus.

Cardiovasculair

Antipsychotica kunnen orthostatische hypotensie veroorzaken door alfa-1-blokkade. Daarnaast is QT-verlenging een bekende bijwerking, die het risico op hartritmestoornissen (torsades de pointes) kan verhogen. Dit risico verschilt per middel en is onder andere relevant bij citalopram-achtige structuren en sommige klassieke antipsychotica.

Clozapine

Clozapine neemt een bijzondere plaats in vanwege het unieke bijwerkingenprofiel. Het middel is zeer effectief bij therapieresistente schizofrenie, maar vereist intensieve monitoring. Agranulocytose is de meest bekende, maar zeldzame bijwerking. Regelmatige controle van het bloedbeeld is verplicht, vooral in de eerste maanden van behandeling. Daarnaast kan clozapine myocarditis en cardiomyopathie veroorzaken, met name in de beginfase. Klinische symptomen zijn vaak aspecifiek (koorts, malaise, tachycardie), waardoor alertheid noodzakelijk is. Verder komen speekselvloed (sialorroe), ernstige sedatie, gewichtstoename en insulten voor. Het risico op insulten is dosisafhankelijk. Ook obstipatie kan bij clozapine ernstig verlopen en vraagt actieve monitoring en behandeling.

Maligne neurolepticasyndroom

Het maligne neurolepticasyndroom is een zeldzame, maar potentieel levensbedreigende complicatie. Het wordt gekenmerkt door spierstijfheid, koorts, autonome ontregeling en verlaagd bewustzijn. Het syndroom vereist onmiddellijke herkenning en behandeling. De oorzaak is onbekend, maar waarschijnlijk is het (ook) een extrapiramidale bijwerking. Andere symptomen zijn onder andere: vegetatieve verschijnselen snelle hartwerking, versnelde ademhaling, labiele bloeddruk, onregelmatige pols, bleekheid, zweten, incontinentie; voorts extrapiramidale verschijnselen en veranderingen van bewustzijn. Complicaties kunnen zijn: acuut nierfalen, verstoord hartritme, hartinfarct, longontsteking, uitdroging, stolling bloed. De incidentie ligt rond de 1%, dus relatief zeldzaam.

Overige

Andere bijwerkingen die kunnen voorkomen zijn seksuele disfunctie, temperatuurregulatiestoornissen en dermatologische reacties. Daarnaast kan langdurig gebruik bijdragen aan een verhoogd cardiovasculair risico, mede door metabole veranderingen. Het gebruik van antipsychotica wordt geassocieerd met een verhoogd risico op diep veneuze trombose en longembolie

Literatuur

  • Chow RTS, Majeed A, Koola MM, et al. An umbrella review of adverse effects associated with antipsychotic use. Neuroscience & Biobehavioral Reviews. 2023;148:105132.
  • Correll CU, Detraux J, De Lepeleire J, De Hert M. Effects of antipsychotics on metabolic risk. World Psychiatry. 2015;14:119-136.
  • De Haan L, Lavalaye J, van Bruggen M, et al. Subjective experience and dopamine D2 receptor occupancy in patients treated with antipsychotics: clinical implications. Canadian Journal of Psychiatry. 2004;49:290-296.
  • De Hert M, Detraux J, van Winkel R, Yu W, Correll CU. Metabolic and cardiovascular adverse effects associated with antipsychotic drugs. Nature Reviews Endocrinology. 2012;8:114-126.
  • Huhn M, Nikolakopoulou A, Schneider-Thoma J, et al. Comparative efficacy and tolerability of 32 oral antipsychotics for the acute treatment of adults with multi-episode schizophrenia: a systematic review and network meta-analysis. Lancet. 2019;394:939-951.
  • Jönsson AK, Schill J, Olsson H, Spigset O, Hägg S. Venous Thromboembolism During Treatment with Antipsychotics: A Review of Current Evidence. CNS Drugs. 2018 Jan;32(1):47-64. doi: 10.1007/s40263-018-0495-7. PMID: 29423659; PMCID: PMC5843694.
  • Keks N, Hope J, Schwartz D, et al. Comparative tolerability of dopamine D2/D3 receptor partial agonists for schizophrenia. CNS Drugs. 2020;34:473-507.
  • Naarding P, Risselada AJ. Molemans praktische psychofarmacologie. Prelum; 2021.
  • Schneider-Thoma J, Zhu Y, Qin M, et al. Comparative efficacy and tolerability of antidopaminergic and muscarinic antipsychotics for acute schizophrenia: a network meta-analysis. Lancet. 2026;407:876-891.
  • Schulte PFJ. Risk of clozapine-associated agranulocytosis and mandatory white blood cell monitoring. Schizophrenia Research. 2023.
  • Stahl SM. Stahl’s Essential Psychopharmacology. 5e editie. Cambridge University Press; 2021.
  • Stroup TS, Gray N. Management of common adverse effects of antipsychotic medications. World Psychiatry. 2018;17:341-356.
  • Wu HE, Okusaga OO. Antipsychotic medication-induced dysphoria: its meaning, association with typical versus atypical medications and impact on adherence. Journal of Clinical Psychopharmacology. 2015;35:317-322.