Psychostimulantia zijn geneesmiddelen die de activiteit van het centrale zenuwstelsel verhogen en worden vooral gebruikt bij de behandeling van ADHD. Zij verbeteren aandacht, concentratie en impulscontrole en verminderen hyperactiviteit. De meest gebruikte middelen zijn methylfenidaat, dexamfetamine en lisdexamfetamine. Daarnaast bestaan niet-stimulerende alternatieven, zoals atomoxetine en alfa-2-agonisten. Psychostimulantia vallen grotendeels onder de Opiumwet vanwege hun potentieel misbruik, maar bij therapeutisch gebruik onder medische begeleiding is het risico op verslaving beperkt.
Effectiviteit
Psychostimulantia behoren tot de meest effectieve farmacologische behandelingen binnen de psychiatrie. Bij ongeveer 50–70% van de patiënten treedt duidelijke verbetering op van de kernsymptomen van ADHD. Het effect treedt meestal snel op, vaak binnen 30 tot 60 minuten bij kortwerkende middelen. Dit maakt het mogelijk om het effect relatief direct te beoordelen en de dosering aan te passen.
Methylfenidaat
Methylfenidaat remt de heropname van dopamine en noradrenaline. Dat betekent dat deze signaalstoffen langer beschikbaar blijven tussen zenuwcellen. Het is beschikbaar in kortwerkende en langwerkende vormen. Kortwerkende preparaten werken ongeveer 3 tot 4 uur, langwerkende varianten 6 tot 12 uur. Het middel geldt in de meeste richtlijnen als eerstekeusbehandeling, vanwege de effectiviteit en het relatief gunstige bijwerkingenprofiel.
Dexamfetamine
Dexamfetamine remt niet alleen de heropname van dopamine en noradrenaline, maar stimuleert ook de afgifte ervan uit presynaptische vesikels. Hierdoor is het farmacologisch krachtiger dan methylfenidaat. De werkingsduur bedraagt meestal 4 tot 6 uur. In de praktijk wordt vaak een lagere dosering gebruikt dan bij methylfenidaat, omdat de potentie hoger is.
Lisdexamfetamine
Lisdexamfetamine is geen "slow release" preparaat, maar een prodrug van dexamfetamine. Het middel is zelf inactief en wordt pas in het lichaam omgezet in de werkzame stof. Hierdoor ontstaat geen vertraagde afgifte vanuit het preparaat zelf, maar een geleidelijke activatie in het lichaam. Het klinische effect treedt daardoor later op dan bij dexamfetamine, meestal na één tot twee uur, maar is vervolgens stabieler en houdt langer aan gedurende de dag. Dit leidt tot minder schommelingen in effect en een lagere piekspiegel.
Atomoxetine
Atomoxetine is een selectieve noradrenalineheropnameremmer en geen stimulant. Het effect ontwikkelt zich geleidelijk, meestal over meerdere weken, en is gemiddeld minder sterk dan dat van stimulantia. Het middel kan een alternatief zijn bij intolerantie voor stimulantia, bij comorbiditeit of wanneer er zorgen zijn over misbruik.
Overige middelen
Alfa-2-agonisten (medciatie tegen hoge hoge bloeddruk) zoals guanfacine en clonidine beïnvloeden de noradrenerge regulatie in de prefrontale cortex. Zij worden met name gebruikt bij kinderen, bijvoorbeeld bij ADHD in combinatie met tics of gedragsproblemen. Het effect is doorgaans minder sterk dan bij stimulantia en treedt langzamer op. Het werkingsmechanisme bij ADHD is onduidelijk, mogelijk dat beide middelen de neurotransmissie van noradrenaline vergroten. Guanfacine en clonidine zijn onvoldoende onderzocht bij volwassenen. Andere middelen zoals bupropion (antidepressivum, remt heropname van serotonine en noradrenaline) of modafinil (stimulerend middel, bevordert de waakzaamheid, versterkt cognitieve functies) worden soms off-label toegepast, maar het bewijs voor effectiviteit is beperkter.
Bijwerkingen
De meest voorkomende bijwerkingen zijn verminderde eetlust, gewichtsverlies, slapeloosheid, nervositeit, hoofdpijn en hartkloppingen. Deze zijn meestal mild en dosisafhankelijk. Daarnaast kunnen reboundverschijnselen optreden wanneer het effect van kortwerkende middelen uitwerkt, gekenmerkt door tijdelijke toename van onrust of prikkelbaarheid.
Risico
Psychostimulantia kunnen de hartfrequentie en bloeddruk licht verhogen. Ernstige cardiovasculaire complicaties zijn zeldzaam en lijken bij patiënten zonder onderliggende aandoeningen niet duidelijk verhoogd. De conclusie in een recente review over ernstige cardiovasculaire uitkomsten onder volwassenen zonder een ernstige cardiovasculaire voorgeschiedenis was dat het risico op CVA’s door het gebruik van stimulantia niet verhoogd is op basis van de huidige literatuur. Er is echter nog onvoldoende evidentie met betrekking tot het gebruik van stimulantia en de risico’s bij volwassenen met een ernstige cardiovasculaire voorgeschiedenis.
Bij psychosegevoeligheid is voorzichtigheid geboden. Stimulantia kunnen in zeldzame gevallen psychotische symptomen uitlokken, vooral bij hoge doseringen, snelle dosisopbouw of onderliggende kwetsbaarheid. Recente studies suggereren echter dat zorgvuldig gebruik, met name in combinatie met antipsychotica, niet automatisch leidt tot verslechtering. Vooral lisdexamfetamine lijkt in dit opzicht relatief gunstig, terwijl methylfenidaat bij hoge doseringen en zonder gelijktijdige antipsychotische behandeling mogelijk meer risico geeft. Tegelijkertijd vond een recente Finse studie geen significant verband tussen langdurig methylfenidaatgebruik bij kinderen en adolescenten met ADHD en het ontstaan van een niet-affectieve psychotische stoornis. Tijdens een follow-up tot een leeftijd van ongeveer 22 jaar ontwikkelden 222 personen een niet-affectieve psychose, maar er werd geen significant verband gevonden tussen langdurig methylfenidaatgebruik en het ontstaan van psychose.
Contra-indicaties
Belangrijke contra-indicaties zijn onbehandelde psychose en ernstige cardiovasculaire aandoeningen. Tijdens de zwangerschap wordt gebruik ontraden vanwege onvoldoende gegevens over veiligheid.
Plaats in de behandeling
Bij volwassenen met ADHD gelden methylfenidaat en dexamfetamine als middelen van eerste keuze. Zij zijn volwaardige alternatieven: wanneer methylfenidaat onvoldoende werkt of slecht wordt verdragen, kan dexamfetamine worden geprobeerd, en omgekeerd. Langwerkende preparaten hebben meestal de voorkeur. Zij geven een gelijkmatiger effect over de dag, bevorderen therapietrouw en hebben minder risico op misbruik of doorgebruik door anderen dan kortwerkende preparaten. Wanneer behandeling met methylfenidaat of dexamfetamine onvoldoende effectief is of niet goed wordt verdragen, kan atomoxetine worden overwogen. Bupropion is een derdekeuzemiddel en wordt off-label gebruikt bij ADHD.
Literatuur
- Cortese S, Adamo N, Del Giovane C, et al. Comparative efficacy and tolerability of medications for ADHD in children, adolescents, and adults: a systematic review and network meta-analysis. Lancet Psychiatry. 2018;5:727–738.
- Ermer J, Homolka R, Martin P, et al. Pharmacokinetic properties of lisdexamfetamine dimesylate. Clin Drug Investig. 2010;30(9):581–592.
- Faraone SV, Banaschewski T, Coghill D, et al. The World Federation of ADHD International Consensus Statement: 208 evidence-based conclusions about the disorder. Neurosci Biobehav Rev. 2021;128:789–818.
- Faraone SV, Rohde LA. The pharmacology of attention-deficit/hyperactivity disorder in adults and children. Lancet Psychiatry.
- Fay TB, Alpert MA. Cardiovascular Effects of Drugs Used to Treat Attention-Deficit/Hyperactivity Disorder Part 1: Epidemiology, Pharmacology, and Impact on Hemodynamics and Ventricular Repolarization Cardiology in Review: May/June 2019 - Volume 27 - Issue 3 - p 113-121
- Heal DJ, Smith SL, Gosden J, Nutt DJ. Amphetamine, past and present – a pharmacological and clinical perspective. J Psychopharmacol. 2013;27(6):479–496.
- Healy C, O’Hare K, Lång U, et al. Methylphenidate treatment and risk of psychotic disorder. JAMA Psychiatry. 2026; doi:10.1001/jamapsychiatry.2026.0152.
- Luykx JJ, Taipale H, Tanskanen A, et al. Long-term safety of ADHD medication in patients with schizophrenia spectrum disorders: a nationwide within-individual cohort study. Mol Psychiatry. 2025;30;30(10):4859-4867.
- Maneeton N, Maneeton B, Srisurapanont M, Martin SD Bupropion for adults with attention-deficit hyperactivity disorder: meta-analysis of randomized, placebo-controlled trials Psychiatry Clin Neurosci. 2011 Dec;65(7):611-7.
- Multidisciplinaire Richtlijn ADHD bij volwassenen (2015)
- Multidisciplinaire Richtlijn ADHD bij kinderen (2007)
- NICE. Attention deficit hyperactivity disorder: diagnosis and management (NG87). Updated 2018–2023.
- Nigg, Joel, et al. Confirmation and extension of association of blood lead with ADHD and ADHD symptom domains at population-typical exposure levels
J Child Psychol Psychiatry, 2010 Jan; 51(1): 58-65.