Stemmingsstabilisatoren zijn geneesmiddelen die worden gebruikt om stemmingsschommelingen te behandelen en te voorkomen, met name bij de bipolaire stoornis. Het doel van deze middelen is niet alleen het behandelen van acute episoden, maar vooral het stabiliseren van het beloop op langere termijn en het voorkomen van terugval. De term “stemmingsstabilisator” is geen strikt farmacologische categorie, maar een klinisch begrip. Er bestaat geen eenduidige definitie en de groep omvat middelen met verschillende werkingsmechanismen. Wat deze middelen gemeen hebben, is dat zij invloed hebben op stemmingsregulatie en het beloop van stemmingsstoornissen. In de praktijk worden onder stemmingsstabilisatoren met name lithium en een aantal anti-epileptica verstaan. Daarnaast worden ook sommige antipsychotica gebruikt voor stemmingsstabilisatie, maar deze worden doorgaans als aparte groep besproken.
Het begrip stemmingsstabilisatie verwijst naar meer dan het onderdrukken van symptomen. Het gaat om het beïnvloeden van de kwetsbaarheid voor ontregeling, zodat zowel manische als depressieve episoden minder frequent en minder ernstig optreden. Niet elk middel dat onder de noemer stemmingsstabilisator valt, werkt op beide polen van de bipolaire stoornis. Sommige middelen hebben vooral effect op manische symptomen, terwijl andere juist meer werkzaam zijn bij bipolaire depressie of in de onderhoudsbehandeling. Dit onderscheid is klinisch belangrijker dan de groepsnaam zelf. Het bepaalt in belangrijke mate welk middel in een bepaalde fase van de stoornis wordt gekozen.
Werkingsmechanisme
Hoewel de onderliggende mechanismen niet volledig opgehelderd zijn, beïnvloeden stemmingsstabilisatoren verschillende neurobiologische systemen die betrokken zijn bij stemmingsregulatie. Zij grijpen onder meer aan op intracellulaire signaalroutes, neurotransmittersystemen (zoals dopamine, glutamaat en GABA) en processen die samenhangen met neuroplasticiteit en stressregulatie. Het effect lijkt minder te berusten op directe symptoomonderdrukking, zoals bij antipsychotica of benzodiazepinen, en meer op het herstellen van een stabielere regulatie van hersennetwerken die betrokken zijn bij emotie, motivatie en gedrag.
Indeling
Binnen de stemmingsstabilisatoren wordt doorgaans onderscheid gemaakt tussen lithium en anti-epileptica. Lithium is het oudste en best onderzochte middel binnen deze groep en heeft een unieke plaats vanwege de effectiviteit op zowel manische als depressieve episoden en de bewezen werking in terugvalpreventie. De anti-epileptica omvatten onder meer valproaat, lamotrigine en carbamazepine. Deze middelen verschillen onderling in hun effectprofiel. Valproaat wordt vooral gebruikt bij manie, terwijl lamotrigine met name een rol speelt bij bipolaire depressie en onderhoudsbehandeling.
Daarnaast worden ook verschillende antipsychotica ingezet voor stemmingsstabilisatie, zoals quetiapine, olanzapine en aripiprazol. Deze middelen hebben een belangrijke plaats in zowel de acute behandeling als de onderhoudsfase, maar worden vanwege hun farmacologische eigenschappen als aparte groep besproken.
Literatuur
- Cipriani A, et al. Comparative efficacy and acceptability of pharmacological treatments for bipolar disorder. Lancet Psychiatry.
- Geddes JR, Miklowitz DJ. Treatment of bipolar disorder. Lancet.
- Goodwin GM, Jamison KR. Manic-Depressive Illness: Bipolar Disorders and Recurrent Depression. Oxford University Press.
- Malhi GS, Bell E, Boyce P, et al. The 2020 Royal Australian and New Zealand College of Psychiatrists guidelines for mood disorders. Aust N Z J Psychiatry.
- Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie. Richtlijn bipolaire stoornissen.
- Stahl SM. Essential Psychopharmacology. Cambridge University Press.