Cliëntgerichte psychotherapie

Meer informatie
No items found.

Cliëntgerichte psychotherapie vindt haar oorsprong in het werk van de Amerikaanse psycholoog Carl Rogers. In Nederland werd deze benadering aanvankelijk aangeduid als Rogeriaanse psychotherapie. Rogers introduceerde de term "client-centered" om zich te onderscheiden van destijds dominante stromingen zoals de psychoanalyse en de opkomende gedragstherapie. Internationaal wordt tegenwoordig vaak gesproken van person-centered experiential psychotherapy, waarbij de toevoeging ‘experiential’ het belang van direct ervaren en doorvoelen benadrukt. Hoewel de benadering zich sindsdien verder heeft ontwikkeld, vormen de oorspronkelijke uitgangspunten van Rogers nog steeds de kern.

Omschrijving

Cliëntgerichte psychotherapie is een vorm van psychotherapie die uitgaat van het vermogen van mensen om zich te ontwikkelen en richting te geven aan hun eigen leven. Psychische klachten worden niet los gezien van de persoon, maar begrepen in samenhang met iemands beleving, levensgeschiedenis en relaties. De therapie richt zich op het verdiepen van zelfinzicht en het herstellen van contact met eigen gevoelens en behoeften. De therapeut neemt geen sturende of voorschrijvende rol aan, maar faciliteert een proces van zelfonderzoek waarin de cliënt zelf ontdekt wat van betekenis is en welke richting passend is. Daarmee staat niet de klacht centraal, maar de manier waarop iemand zich tot zichzelf en zijn ervaringen verhoudt.

Werkingsmechanismen

Het werkingsmechanisme van cliëntgerichte psychotherapie ligt in het tot stand brengen van een specifieke therapeutische relatie, gekenmerkt door empathie, onvoorwaardelijke acceptatie en echtheid. Binnen zo’n relatie ontstaat een context waarin cliënten zich voldoende veilig voelen om ervaringen toe te laten die eerder vermeden of vervormd werden. Veel psychische klachten hangen samen met experiëntiële vermijding en een verstoorde verhouding tot eigen gevoelens en behoeften. Door deze ervaringen alsnog te onderzoeken en te doorleven, ontstaat meer samenhang in het zelfbeeld en neemt de psychologische flexibiliteit toe. Dit proces wordt vaak beschreven als het vergroten van congruentie: een betere afstemming tussen voelen, denken en handelen. Hedendaags onderzoek laat zien dat deze relationele en ervaringsgerichte processen behoren tot de belangrijkste werkzame factoren van psychotherapie in het algemeen. Binnen de cliëntgerichte benadering worden deze factoren expliciet en consequent centraal gesteld.

Techniek

Cliëntgerichte psychotherapie kent weinig vastgelegde technieken. De kern ligt in de houding van de therapeut en in het nauwkeurig volgen van de beleving van de cliënt. De therapeut helpt de cliënt om ervaringen preciezer waar te nemen, te verwoorden en te begrijpen, zonder deze te sturen, te interpreteren of te beoordelen. In de praktijk betekent dit dat de therapeut vertraagt, reflecteert en woorden geeft aan wat de cliënt ervaart, waardoor impliciete gevoelens en betekenissen explicieter worden. Hierdoor ontstaat ruimte om anders met deze ervaringen om te gaan en nieuwe keuzes te maken. Het proces speelt zich grotendeels af in het hier-en-nu van de therapeutische relatie, waarin oude patronen zichtbaar en ervaarbaar worden.

Doel

Cliëntgerichte psychotherapie is gericht op duurzame persoonlijkheidsveranderingen. Het gaat om een proces van groei en ontwikkeling. Hierdoor worden niet alleen klachten effectief bestreden, maar wordt de algemene levensstandaard in termen van geluk, zingeving en gezondheid verhoogd. Ook wordt de kans op terugval gereduceerd, evenals de kans op symptoomverschuiving. Cliëntgerichte psychotherapie is persoonsgericht en niet uitsluitend symptoom- of klachtgericht. Cliëntgerichte psychotherapie helpt de cliënt emoties, gedachten en gedrag in een doorleefde samenhang met de eigen situatie en geschiedenis een plaats te geven en/of te verwerken. Men leert zichzelf kennen, leert eigen mogelijkheden benutten en om te gaan met beperkingen waardoor symptomen verdwijnen. De gewenste klachtreductie is een gevolg van een bredere persoonsgerichte benadering, niet het doel op zich. Vanzelfsprekend wordt ook aandacht besteed aan de klachten.

Literatuur

  • Elliott R, Watson JC, Goldman RN & Greenberg LS. (2004). Learning emotion-focused therapy. American Psychological Association.
  • Elliott R, Greenberg LS & Lietaer G. (2004). Research on experiential psychotherapies. In M. J. Lambert (Ed.), Bergin and Garfield’s handbook of psychotherapy and behavior change.
  • Norcross JC & Wampold BE. (2019). Relationships and responsiveness in the psychological treatment of trauma. Psychotherapy, 56(3), 329–339.
  • Rogers CR. (1957). The necessary and sufficient conditions of therapeutic personality change. Journal of Consulting Psychology, 21, 95–103.
  • Wampold BE & Imel ZE. (2015). The great psychotherapy debate. Routledge.

Cliëntgerichte psychotherapie vindt haar oorsprong in het werk van de Amerikaanse psycholoog Carl Rogers. In Nederland werd deze benadering aanvankelijk aangeduid als Rogeriaanse psychotherapie. Rogers introduceerde de term "client-centered" om zich te onderscheiden van destijds dominante stromingen zoals de psychoanalyse en de opkomende gedragstherapie. Internationaal wordt tegenwoordig vaak gesproken van person-centered experiential psychotherapy, waarbij de toevoeging ‘experiential’ het belang van direct ervaren en doorvoelen benadrukt. Hoewel de benadering zich sindsdien verder heeft ontwikkeld, vormen de oorspronkelijke uitgangspunten van Rogers nog steeds de kern.

Omschrijving

Cliëntgerichte psychotherapie is een vorm van psychotherapie die uitgaat van het vermogen van mensen om zich te ontwikkelen en richting te geven aan hun eigen leven. Psychische klachten worden niet los gezien van de persoon, maar begrepen in samenhang met iemands beleving, levensgeschiedenis en relaties. De therapie richt zich op het verdiepen van zelfinzicht en het herstellen van contact met eigen gevoelens en behoeften. De therapeut neemt geen sturende of voorschrijvende rol aan, maar faciliteert een proces van zelfonderzoek waarin de cliënt zelf ontdekt wat van betekenis is en welke richting passend is. Daarmee staat niet de klacht centraal, maar de manier waarop iemand zich tot zichzelf en zijn ervaringen verhoudt.

Werkingsmechanismen

Het werkingsmechanisme van cliëntgerichte psychotherapie ligt in het tot stand brengen van een specifieke therapeutische relatie, gekenmerkt door empathie, onvoorwaardelijke acceptatie en echtheid. Binnen zo’n relatie ontstaat een context waarin cliënten zich voldoende veilig voelen om ervaringen toe te laten die eerder vermeden of vervormd werden. Veel psychische klachten hangen samen met experiëntiële vermijding en een verstoorde verhouding tot eigen gevoelens en behoeften. Door deze ervaringen alsnog te onderzoeken en te doorleven, ontstaat meer samenhang in het zelfbeeld en neemt de psychologische flexibiliteit toe. Dit proces wordt vaak beschreven als het vergroten van congruentie: een betere afstemming tussen voelen, denken en handelen. Hedendaags onderzoek laat zien dat deze relationele en ervaringsgerichte processen behoren tot de belangrijkste werkzame factoren van psychotherapie in het algemeen. Binnen de cliëntgerichte benadering worden deze factoren expliciet en consequent centraal gesteld.

Techniek

Cliëntgerichte psychotherapie kent weinig vastgelegde technieken. De kern ligt in de houding van de therapeut en in het nauwkeurig volgen van de beleving van de cliënt. De therapeut helpt de cliënt om ervaringen preciezer waar te nemen, te verwoorden en te begrijpen, zonder deze te sturen, te interpreteren of te beoordelen. In de praktijk betekent dit dat de therapeut vertraagt, reflecteert en woorden geeft aan wat de cliënt ervaart, waardoor impliciete gevoelens en betekenissen explicieter worden. Hierdoor ontstaat ruimte om anders met deze ervaringen om te gaan en nieuwe keuzes te maken. Het proces speelt zich grotendeels af in het hier-en-nu van de therapeutische relatie, waarin oude patronen zichtbaar en ervaarbaar worden.

Doel

Cliëntgerichte psychotherapie is gericht op duurzame persoonlijkheidsveranderingen. Het gaat om een proces van groei en ontwikkeling. Hierdoor worden niet alleen klachten effectief bestreden, maar wordt de algemene levensstandaard in termen van geluk, zingeving en gezondheid verhoogd. Ook wordt de kans op terugval gereduceerd, evenals de kans op symptoomverschuiving. Cliëntgerichte psychotherapie is persoonsgericht en niet uitsluitend symptoom- of klachtgericht. Cliëntgerichte psychotherapie helpt de cliënt emoties, gedachten en gedrag in een doorleefde samenhang met de eigen situatie en geschiedenis een plaats te geven en/of te verwerken. Men leert zichzelf kennen, leert eigen mogelijkheden benutten en om te gaan met beperkingen waardoor symptomen verdwijnen. De gewenste klachtreductie is een gevolg van een bredere persoonsgerichte benadering, niet het doel op zich. Vanzelfsprekend wordt ook aandacht besteed aan de klachten.

Literatuur

  • Elliott R, Watson JC, Goldman RN & Greenberg LS. (2004). Learning emotion-focused therapy. American Psychological Association.
  • Elliott R, Greenberg LS & Lietaer G. (2004). Research on experiential psychotherapies. In M. J. Lambert (Ed.), Bergin and Garfield’s handbook of psychotherapy and behavior change.
  • Norcross JC & Wampold BE. (2019). Relationships and responsiveness in the psychological treatment of trauma. Psychotherapy, 56(3), 329–339.
  • Rogers CR. (1957). The necessary and sufficient conditions of therapeutic personality change. Journal of Consulting Psychology, 21, 95–103.
  • Wampold BE & Imel ZE. (2015). The great psychotherapy debate. Routledge.