Cognitieve gedragstherapie (CGT)
Cognitieve gedragstherapie, vaak afgekort als CGT, is een wetenschappelijk onderbouwde vorm van psychotherapie die wereldwijd wordt toegepast bij uiteenlopende psychische klachten. CGT is ontstaan uit twee afzonderlijke stromingen, cognitieve therapie en gedragstherapie, die de afgelopen decennia steeds nauwer met elkaar zijn verweven. Tegenwoordig vormen zij één geïntegreerd behandelmodel, omdat onderzoek steeds opnieuw laat zien dat denken en doen onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.
Achtergrond en ontwikkeling
Gedragstherapie ontwikkelde zich in de jaren ’50 en ’60 vanuit de leertheorie. De kern: ons gedrag wordt aangeleerd, bekrachtigd en kan dus ook weer worden afgeleerd of veranderd. Cognitieve therapie, die in de jaren ’70 breder vorm kreeg, richtte zich juist op hoe gedachten, overtuigingen en interpretaties bepalen wat we voelen en hoe we handelen. In de afgelopen 15 jaar is duidelijk geworden dat veranderingen in denken en veranderingen in gedrag elkaar versterken. Daarom worden beide stromingen tegenwoordig geïntegreerd in CGT.
Wat houdt cognitieve therapie in?
Cognitieve therapie richt zich op de manier waarop iemand gebeurtenissen interpreteert. Mensen die geneigd zijn om situaties vanuit een negatief of angstig perspectief te bekijken, raken eerder gespannen, somber of onzeker. In de behandeling onderzoeken therapeut en patiënt samen of deze gedachten realistisch en helpend zijn. Waar nodig worden alternatieve, even realistische maar minder negatieve interpretaties ontwikkeld. Dit gebeurt via concrete oefeningen, reflectie, gedragsexperimenten en huiswerkopdrachten. Door anders te leren denken, verandert vaak ook hoe iemand zich voelt.
Wat houdt gedragstherapie in?
In gedragstherapie staat het doen en laten van de patiënt centraal. Hoe iemand handelt, bepaalt in grote mate hoe die zich voelt. Vermijding kan bijvoorbeeld angst versterken, terwijl gebrek aan vaardigheden zoals assertiviteit of emotieregulatie onzekerheid of irritatie kan vergroten. In behandeling brengen therapeut en cliënt daarom eerst samen het problematische gedrag en de omstandigheden waarin dit ontstaat zorgvuldig in kaart. Vervolgens wordt stap voor stap gewerkt aan het aanleren van nieuw, passend en helpend gedrag.
Gedragstherapie maakt gebruik van verschillende technieken om verandering te bereiken. Een veelgebruikte methode is exposuretherapie, waarbij iemand geleidelijk wordt geconfronteerd met situaties of prikkels die angst oproepen. Door die confrontatie te oefenen en vol te houden, neemt de angstreactie af en groeit het gevoel van controle. Exposure kan plaatsvinden in gedachten (imaginaire exposure) gericht op het verwerken van angstige of traumatische herinneringen, of in de werkelijkheid )exposure in vivo) waarbij iemand begeleid wordt om situaties die spanning oproepen daadwerkelijk op te zoeken.
Daarnaast worden regelmatig gedragsexperimenten ingezet. Hierbij probeert de patiënt bewust nieuw gedrag uit om te ontdekken welk effect dat heeft op angst, stress, somberheid of andere klachten. Dit maakt het mogelijk om oude aannames te toetsen en nieuw, effectiever gedrag te versterken. Zoals bij alle onderdelen van CGT gebeurt dit in een actieve en gelijkwaardige samenwerking tussen patiënt en therapeut, ondersteund door praktische oefeningen en huiswerkopdrachten die aansluiten bij het dagelijks leven.
Waarom de combinatie zo effectief is
CGT werkt vanuit de samenhang tussen gedachten, gevoelens en gedrag. Soms ligt de nadruk meer op denken, soms meer op doen; vaak worden beide tegelijkertijd aangepakt. Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat deze geïntegreerde aanpak zeer effectief is voor zowel angst- en stemmingsklachten als voor stressgerelateerde problemen, trauma, verslaving, slaapproblemen en zelfs somatische klachten.
De kracht van CGT zit in de actieve en gelijkwaardige samenwerking tussen patiënt en therapeut, binnen een duidelijke structuur met concrete doelen. In de behandeling wordt gewerkt met praktische oefeningen en huiswerkopdrachten, die helpen om nieuwe manieren van denken én handelen aan te leren. Hierdoor ontwikkelen patiënten vaardigheden die niet alleen hun huidige klachten verminderen, maar die zij ook op de lange termijn kunnen blijven toepassen.
Waarvoor is CGT geschikt?
CGT is een eerste-keusbehandeling voor veel psychische problemen, waaronder angststoornissen, depressie, paniekklachten, dwangstoornis, PTSS, psychosomatische klachten, slaapstoornissen en stress- of burn-outklachten. Ook bij persoonlijkheidsproblematiek, chronische pijn en ADHD kan CGT, vaak in combinatie met andere behandelvormenm belangrijke onderdelen bieden.
Andere vormen binnen het CGT-spectrum
Acceptance and Commitment Therapy (ACT) richt zich niet op het veranderen van gedachten, maar op het ontwikkelen van psychologische flexibiliteit: leren omgaan met moeilijke gevoelens en gedachten zonder erdoor meegesleept te worden, en tegelijkertijd handelen naar persoonlijke waarden. Het doel is niet om klachten weg te duwen, maar om ruimte te maken voor een betekenisvol leven, ook wanneer ongemak aanwezig blijft.
Dialectische Gedragstherapie (DGT) is gebaseerd op gedragstherapeutische principes gecombineerd met dialectische en zen-boeddhistische principes. De behandeling richt zich op het aanleren van adequate vaardigheden: emotieregulatie, stresstolerantie, impulsbeheersing, omgaan met crisis, interpersoonlijke en mindfulness vaardigheden. DGT is een combinatie van individuele psychotherapie en vaardigheidstraining in groepen.
Rationeel-Emotieve Therapie (RET) is een vorm van cognitieve gedragstherapie die werd ontwikkeld door Albert Ellis. Ellis ging ervan uit dat niet de gebeurtenis zelf, maar vooral onze overtuigingen daarover bepalen hoe we ons voelen. Hij vat dit samen in het ABCDE-model: een Activating event (de situatie) roept bepaalde Beliefs (vaak irrationele gedachten) op, die leiden tot Consequences in emoties en gedrag. In therapie volgt Discussion, waarin deze gedachten worden onderzocht, en Evaluation, waarbij gezocht wordt naar meer realistische en helpende overtuigingen.
Schematherapie (ST) is een integratieve behandelmethode die elementen uit cognitieve gedragstherapie, interpersoonlijke therapie en experiëntiële technieken samenbrengt. Schematherapie richt zich op dieperliggende patronen, de zogenoemde schema’s en modi, die zijn ontstaan door onvervulde emotionele basisbehoeften in de jeugd. In de behandeling wordt gewerkt aan het herkennen van deze patronen, het versterken van gezonde coping en het opbouwen van een meer vervullende manier van omgaan met jezelf en anderen.
Literatuur
- Clark DM
A Cognitive approach to panic
Behaviour Research and Therapy (1986) 24, 461-470 - Beck JS
Cognitieve therapie
Hb uitgevers (1995) - Bout, J van den
(Cognitieve) gedragstherapie en cognitieve (gedrags)therapie (2018)Tijdschrift voor gedragstherapie en cognitieve therapie - Marks I, Lovell, K, Noshirvani H, Livanou M, Thrasher S
Treatment of posttraumatic stress disorders by exposure and/or cognitive restructuring: A controlled study
Archives of General Psychiatry (1998), 55, 317-325