Cognitieve gedragstherapie (CGT)

Cognitieve gedragstherapie, vaak afgekort als CGT, is een wetenschappelijk onderbouwde vorm van psychotherapie die wereldwijd wordt toegepast bij uiteenlopende psychische klachten. CGT is ontstaan uit twee deels afzonderlijke tradities: de gedragstherapie en de cognitieve therapie. De gedragstherapie ontwikkelde zich vanaf de jaren vijftig en zestig vanuit de leertheorie, waarin gedrag wordt gezien als iets dat kan worden aangeleerd, bekrachtigd en ook weer veranderd. De cognitieve therapie kreeg vanaf de jaren zestig en zeventig steeds meer vorm, vooral door het werk van Aaron T. Beck, en richtte zich op de invloed van gedachten, interpretaties en overtuigingen op emoties en gedrag. Tegenwoordig worden beide benaderingen meestal niet meer los van elkaar gezien, omdat onderzoek en klinische ervaring laten zien dat denken, voelen en doen nauw met elkaar samenhangen

Omschrijving

CGT is een actieve, gestructureerde en doelgerichte vorm van psychotherapie. De behandeling richt zich op de wisselwerking tussen gedachten, gevoelens, lichamelijke reacties en gedrag. Uitgangspunt is dat psychische klachten vaak in stand worden gehouden door hardnekkige interpretaties, ineffectieve gewoonten en vermijdingspatronen. In CGT onderzoeken therapeut en patiënt samen welke patronen daarbij een rol spelen en hoe deze kunnen worden veranderd. De behandeling is meestal concreet, transparant en gericht op het dagelijks functioneren. Vaak wordt gewerkt met oefeningen en opdrachten buiten de sessies, zodat nieuwe inzichten ook in het gewone leven kunnen worden toegepast. Deze nadruk op structuur, samenwerking en het oefenen van nieuwe vaardigheden wordt ook in hedendaagse beschrijvingen van CGT als kenmerkend gezien.

Werkingsmechanismen

Het werkingsmechanisme van CGT berust op het veranderen van processen die klachten uitlokken of in stand houden. Aan de cognitieve kant gaat het om het herkennen en bijstellen van eenzijdige, onjuiste of weinig helpende gedachten en overtuigingen. Mensen leren gebeurtenissen minder automatisch vanuit angst, somberheid of zelfkritiek te interpreteren. Aan de gedragskant gaat het om het doorbreken van vermijding, veiligheidsgedrag en andere patronen die op korte termijn verlichting geven, maar op langere termijn juist bijdragen aan het voortbestaan van klachten.
Door nieuwe ervaringen op te doen, bijvoorbeeld via exposure, gedragsexperimenten of vaardigheidsoefeningen, kan iemand merken dat gevreesde uitkomsten vaak minder waarschijnlijk of minder onhanteerbaar zijn dan gedacht. Op die manier beïnvloeden veranderingen in gedrag en veranderingen in betekenisgeving elkaar over en weer. Juist die wederzijdse versterking maakt CGT effectief. Moderne beschrijvingen van CGT benadrukken bovendien dat de behandeling niet alleen gericht is op symptoomreductie, maar ook op het aanleren van vaardigheden waarmee iemand later zelfstandig verder kan.

Techniek

Binnen CGT wordt eerst zorgvuldig in kaart gebracht welke klachten er zijn, in welke situaties die optreden en welke gedachten, gevoelens en gedragingen daarbij een rol spelen. Op basis daarvan wordt een behandelplan opgesteld. De techniek bestaat vervolgens uit een combinatie van uitleg, zelfobservatie, cognitieve herstructurering en gedragsmatige oefeningen.

Cognitieve technieken zijn gericht op het onderzoeken van automatische gedachten, aannames en diepere overtuigingen. De therapeut helpt de patiënt om na te gaan hoe realistisch en helpend deze gedachten zijn, en om alternatieve interpretaties te ontwikkelen. Gedragstherapeutische technieken zijn gericht op het daadwerkelijk oefenen van ander gedrag. Daarbij kan het gaan om exposure bij angstklachten, gedragsexperimenten om overtuigingen te toetsen, activering bij depressieve klachten, of training van vaardigheden zoals emotieregulatie, assertiviteit of probleemoplossing.

Kenmerkend voor CGT is dat de behandeling actief en samenwerkend is. Therapeut en patiënt formuleren samen doelen, evalueren regelmatig het effect en bouwen de behandeling stap voor stap op. Daardoor is CGT meestal helder van opzet, zonder dat het een rigide of voor iedereen identiek protocol hoeft te zijn.

Verwante vormen

Acceptance and Commitment Therapy (ACT)

Dialectische Gedragstherapie (DGT) is gebaseerd op gedragstherapeutische principes gecombineerd met dialectische en zen-boeddhistische principes. De behandeling richt zich op het aanleren van adequate vaardigheden: emotieregulatie, stresstolerantie, impulsbeheersing, omgaan met crisis, interpersoonlijke en mindfulness vaardigheden. DGT is een combinatie van individuele psychotherapie en vaardigheidstraining in groepen.

Rationeel-Emotieve Therapie (RET) is een vorm van cognitieve gedragstherapie die werd ontwikkeld door Albert Ellis. Ellis ging ervan uit dat niet de gebeurtenis zelf, maar vooral onze overtuigingen daarover bepalen hoe we ons voelen. Hij vat dit samen in het ABCDE-model: een Activating event (de situatie) roept bepaalde Beliefs (vaak irrationele gedachten) op, die leiden tot Consequences in emoties en gedrag. In therapie volgt Discussion, waarin deze gedachten worden onderzocht, en Evaluation, waarbij gezocht wordt naar meer realistische en helpende overtuigingen.

Schematherapie (ST) is een integratieve behandelmethode die elementen uit cognitieve gedragstherapie, interpersoonlijke therapie en experiëntiële technieken samenbrengt. Schematherapie richt zich op dieperliggende patronen, de zogenoemde schema’s en modi, die zijn ontstaan door onvervulde emotionele basisbehoeften in de jeugd. In de behandeling wordt gewerkt aan het herkennen van deze patronen, het versterken van gezonde coping en het opbouwen van een meer vervullende manier van omgaan met jezelf en anderen.

Literatuur

  • Beck JS. (2020). Cognitive behavior therapy: Basics and beyond (3rd ed.). Guilford Press.
  • Clark DM. (1986). A cognitive approach to panic. Behaviour Research and Therapy, 24(4), 461-470.
  • Hofmann SG, Asnaani A, Vonk IJJ, Sawyer AT & Fang A. (2012). The efficacy of cognitive behavioral therapy: A review of meta-analyses. Cognitive Therapy and Research, 36, 427-440.
  • Marks I, Lovell K, Noshirvani H, Livanou M & Thrasher S. (1998). Treatment of posttraumatic stress disorder by exposure and/or cognitive restructuring: A controlled study. Archives of General Psychiatry, 55(4), 317-325.
  • Van den Bout J. (2018). (Cognitieve) gedragstherapie en cognitieve (gedrags)therapie. Tijdschrift voor Gedragstherapie en Cognitieve Therapie.

Cognitieve gedragstherapie, vaak afgekort als CGT, is een wetenschappelijk onderbouwde vorm van psychotherapie die wereldwijd wordt toegepast bij uiteenlopende psychische klachten. CGT is ontstaan uit twee deels afzonderlijke tradities: de gedragstherapie en de cognitieve therapie. De gedragstherapie ontwikkelde zich vanaf de jaren vijftig en zestig vanuit de leertheorie, waarin gedrag wordt gezien als iets dat kan worden aangeleerd, bekrachtigd en ook weer veranderd. De cognitieve therapie kreeg vanaf de jaren zestig en zeventig steeds meer vorm, vooral door het werk van Aaron T. Beck, en richtte zich op de invloed van gedachten, interpretaties en overtuigingen op emoties en gedrag. Tegenwoordig worden beide benaderingen meestal niet meer los van elkaar gezien, omdat onderzoek en klinische ervaring laten zien dat denken, voelen en doen nauw met elkaar samenhangen

Omschrijving

CGT is een actieve, gestructureerde en doelgerichte vorm van psychotherapie. De behandeling richt zich op de wisselwerking tussen gedachten, gevoelens, lichamelijke reacties en gedrag. Uitgangspunt is dat psychische klachten vaak in stand worden gehouden door hardnekkige interpretaties, ineffectieve gewoonten en vermijdingspatronen. In CGT onderzoeken therapeut en patiënt samen welke patronen daarbij een rol spelen en hoe deze kunnen worden veranderd. De behandeling is meestal concreet, transparant en gericht op het dagelijks functioneren. Vaak wordt gewerkt met oefeningen en opdrachten buiten de sessies, zodat nieuwe inzichten ook in het gewone leven kunnen worden toegepast. Deze nadruk op structuur, samenwerking en het oefenen van nieuwe vaardigheden wordt ook in hedendaagse beschrijvingen van CGT als kenmerkend gezien.

Werkingsmechanismen

Het werkingsmechanisme van CGT berust op het veranderen van processen die klachten uitlokken of in stand houden. Aan de cognitieve kant gaat het om het herkennen en bijstellen van eenzijdige, onjuiste of weinig helpende gedachten en overtuigingen. Mensen leren gebeurtenissen minder automatisch vanuit angst, somberheid of zelfkritiek te interpreteren. Aan de gedragskant gaat het om het doorbreken van vermijding, veiligheidsgedrag en andere patronen die op korte termijn verlichting geven, maar op langere termijn juist bijdragen aan het voortbestaan van klachten.
Door nieuwe ervaringen op te doen, bijvoorbeeld via exposure, gedragsexperimenten of vaardigheidsoefeningen, kan iemand merken dat gevreesde uitkomsten vaak minder waarschijnlijk of minder onhanteerbaar zijn dan gedacht. Op die manier beïnvloeden veranderingen in gedrag en veranderingen in betekenisgeving elkaar over en weer. Juist die wederzijdse versterking maakt CGT effectief. Moderne beschrijvingen van CGT benadrukken bovendien dat de behandeling niet alleen gericht is op symptoomreductie, maar ook op het aanleren van vaardigheden waarmee iemand later zelfstandig verder kan.

Techniek

Binnen CGT wordt eerst zorgvuldig in kaart gebracht welke klachten er zijn, in welke situaties die optreden en welke gedachten, gevoelens en gedragingen daarbij een rol spelen. Op basis daarvan wordt een behandelplan opgesteld. De techniek bestaat vervolgens uit een combinatie van uitleg, zelfobservatie, cognitieve herstructurering en gedragsmatige oefeningen.

Cognitieve technieken zijn gericht op het onderzoeken van automatische gedachten, aannames en diepere overtuigingen. De therapeut helpt de patiënt om na te gaan hoe realistisch en helpend deze gedachten zijn, en om alternatieve interpretaties te ontwikkelen. Gedragstherapeutische technieken zijn gericht op het daadwerkelijk oefenen van ander gedrag. Daarbij kan het gaan om exposure bij angstklachten, gedragsexperimenten om overtuigingen te toetsen, activering bij depressieve klachten, of training van vaardigheden zoals emotieregulatie, assertiviteit of probleemoplossing.

Kenmerkend voor CGT is dat de behandeling actief en samenwerkend is. Therapeut en patiënt formuleren samen doelen, evalueren regelmatig het effect en bouwen de behandeling stap voor stap op. Daardoor is CGT meestal helder van opzet, zonder dat het een rigide of voor iedereen identiek protocol hoeft te zijn.

Verwante vormen

Acceptance and Commitment Therapy (ACT)

Dialectische Gedragstherapie (DGT) is gebaseerd op gedragstherapeutische principes gecombineerd met dialectische en zen-boeddhistische principes. De behandeling richt zich op het aanleren van adequate vaardigheden: emotieregulatie, stresstolerantie, impulsbeheersing, omgaan met crisis, interpersoonlijke en mindfulness vaardigheden. DGT is een combinatie van individuele psychotherapie en vaardigheidstraining in groepen.

Rationeel-Emotieve Therapie (RET) is een vorm van cognitieve gedragstherapie die werd ontwikkeld door Albert Ellis. Ellis ging ervan uit dat niet de gebeurtenis zelf, maar vooral onze overtuigingen daarover bepalen hoe we ons voelen. Hij vat dit samen in het ABCDE-model: een Activating event (de situatie) roept bepaalde Beliefs (vaak irrationele gedachten) op, die leiden tot Consequences in emoties en gedrag. In therapie volgt Discussion, waarin deze gedachten worden onderzocht, en Evaluation, waarbij gezocht wordt naar meer realistische en helpende overtuigingen.

Schematherapie (ST) is een integratieve behandelmethode die elementen uit cognitieve gedragstherapie, interpersoonlijke therapie en experiëntiële technieken samenbrengt. Schematherapie richt zich op dieperliggende patronen, de zogenoemde schema’s en modi, die zijn ontstaan door onvervulde emotionele basisbehoeften in de jeugd. In de behandeling wordt gewerkt aan het herkennen van deze patronen, het versterken van gezonde coping en het opbouwen van een meer vervullende manier van omgaan met jezelf en anderen.

Literatuur

  • Beck JS. (2020). Cognitive behavior therapy: Basics and beyond (3rd ed.). Guilford Press.
  • Clark DM. (1986). A cognitive approach to panic. Behaviour Research and Therapy, 24(4), 461-470.
  • Hofmann SG, Asnaani A, Vonk IJJ, Sawyer AT & Fang A. (2012). The efficacy of cognitive behavioral therapy: A review of meta-analyses. Cognitive Therapy and Research, 36, 427-440.
  • Marks I, Lovell K, Noshirvani H, Livanou M & Thrasher S. (1998). Treatment of posttraumatic stress disorder by exposure and/or cognitive restructuring: A controlled study. Archives of General Psychiatry, 55(4), 317-325.
  • Van den Bout J. (2018). (Cognitieve) gedragstherapie en cognitieve (gedrags)therapie. Tijdschrift voor Gedragstherapie en Cognitieve Therapie.