Groepspsychotherapie

Meer informatie
No items found.

Groepspsychotherapie ontstond in de eerste helft van de twintigste eeuw, vanuit het besef dat psychische problemen niet alleen individueel zijn, maar ook samenhangen met relaties en sociale context. Vroege bijdragen kwamen onder meer van Jacob L. Moreno, die als eerste het begrip groepstherapie gebruikte, en van Trigant Burrow, die de term groepsanalyse introduceerde. Ook het werk van Sigmund Freud en later Kurt Lewin droeg bij aan het inzicht dat menselijk gedrag en psychisch functioneren sterk worden beïnvloed door de groep. In de loop van de twintigste eeuw ontwikkelde groepspsychotherapie zich tot een erkende en breed toegepaste behandelvorm.

Omschrijving

Groepspsychotherapie is een vorm van psychotherapie waarbij meerdere deelnemers gezamenlijk in een groep werken aan hun psychische problemen, onder begeleiding van één of meer therapeuten. Kenmerkend is dat de behandeling niet alleen plaatsvindt in aanwezigheid van anderen, maar juist door de interactie met anderen. De groep vormt het therapeutisch medium. Dat betekent dat wat er gebeurt tussen groepsleden zelf een belangrijk onderdeel van de behandeling is. Hoewel iedere deelnemer met eigen klachten en doelen komt, ontstaat er een gezamenlijk proces waarin herkenning, verschillen en onderlinge reacties centraal staan. De therapie vindt meestal plaats in vaste groepen die regelmatig bijeenkomen.

Werkingsmechanismen

Het werkingsmechanisme van groepspsychotherapie ligt in de combinatie van interpersoonlijke ervaring, reflectie en feedback. Problemen die zich in het dagelijks leven voordoen, komen vaak ook in de groep tot uiting, maar dan in een context waarin ze onderzocht kunnen worden. Belangrijke processen zijn herkenning en universaliteit, waardoor gevoelens van isolement verminderen, en het ontvangen van directe feedback van anderen, waardoor iemand zicht krijgt op eigen gedrag en de impact daarvan op anderen. Ook het ervaren van steun, het kunnen helpen van anderen en het ontwikkelen van nieuwe manieren van omgaan met emoties en relaties spelen een belangrijke rol. Daarnaast kan de groep functioneren als een soort herhaling van eerdere relationele patronen, bijvoorbeeld uit het gezin van herkomst. Binnen de veiligheid van de groep kunnen deze patronen zichtbaar worden en op een andere manier worden doorleefd en gecorrigeerd. De samenhang en veiligheid binnen de groep, vaak aangeduid als groepscohesie, vormen daarbij een belangrijke voorwaarde voor verandering.

Techniek

De techniek van groepspsychotherapie bestaat uit het begeleiden en structureren van het groepsproces. De therapeut richt zich niet alleen op individuele deelnemers, maar vooral op wat er tussen groepsleden gebeurt. In de praktijk betekent dit dat interacties worden vertraagd, benoemd en onderzocht. Groepsleden worden gestimuleerd om te reageren op elkaar, gevoelens te verwoorden en patronen te herkennen. De therapeut helpt om deze processen te verdiepen en in verband te brengen met het dagelijks functioneren buiten de groep. De precieze invulling kan verschillen per stroming. Sommige groepen zijn meer inzichtgevend en gericht op het begrijpen van patronen, andere meer steunend of vaardigheidsgericht. In alle gevallen staat het gebruik van de groep als werkzame factor centraal.

Literatuur

  • Foulkes SH. (1964). Therapeutic group analysis. Allen & Unwin.
  • Lewin K. (1947). Frontiers in group dynamics. Human Relations, 1, 5–41.
  • Yalom ID & Leszcz M. (2020). The theory and practice of group psychotherapy. Basic Books.

Groepspsychotherapie ontstond in de eerste helft van de twintigste eeuw, vanuit het besef dat psychische problemen niet alleen individueel zijn, maar ook samenhangen met relaties en sociale context. Vroege bijdragen kwamen onder meer van Jacob L. Moreno, die als eerste het begrip groepstherapie gebruikte, en van Trigant Burrow, die de term groepsanalyse introduceerde. Ook het werk van Sigmund Freud en later Kurt Lewin droeg bij aan het inzicht dat menselijk gedrag en psychisch functioneren sterk worden beïnvloed door de groep. In de loop van de twintigste eeuw ontwikkelde groepspsychotherapie zich tot een erkende en breed toegepaste behandelvorm.

Omschrijving

Groepspsychotherapie is een vorm van psychotherapie waarbij meerdere deelnemers gezamenlijk in een groep werken aan hun psychische problemen, onder begeleiding van één of meer therapeuten. Kenmerkend is dat de behandeling niet alleen plaatsvindt in aanwezigheid van anderen, maar juist door de interactie met anderen. De groep vormt het therapeutisch medium. Dat betekent dat wat er gebeurt tussen groepsleden zelf een belangrijk onderdeel van de behandeling is. Hoewel iedere deelnemer met eigen klachten en doelen komt, ontstaat er een gezamenlijk proces waarin herkenning, verschillen en onderlinge reacties centraal staan. De therapie vindt meestal plaats in vaste groepen die regelmatig bijeenkomen.

Werkingsmechanismen

Het werkingsmechanisme van groepspsychotherapie ligt in de combinatie van interpersoonlijke ervaring, reflectie en feedback. Problemen die zich in het dagelijks leven voordoen, komen vaak ook in de groep tot uiting, maar dan in een context waarin ze onderzocht kunnen worden. Belangrijke processen zijn herkenning en universaliteit, waardoor gevoelens van isolement verminderen, en het ontvangen van directe feedback van anderen, waardoor iemand zicht krijgt op eigen gedrag en de impact daarvan op anderen. Ook het ervaren van steun, het kunnen helpen van anderen en het ontwikkelen van nieuwe manieren van omgaan met emoties en relaties spelen een belangrijke rol. Daarnaast kan de groep functioneren als een soort herhaling van eerdere relationele patronen, bijvoorbeeld uit het gezin van herkomst. Binnen de veiligheid van de groep kunnen deze patronen zichtbaar worden en op een andere manier worden doorleefd en gecorrigeerd. De samenhang en veiligheid binnen de groep, vaak aangeduid als groepscohesie, vormen daarbij een belangrijke voorwaarde voor verandering.

Techniek

De techniek van groepspsychotherapie bestaat uit het begeleiden en structureren van het groepsproces. De therapeut richt zich niet alleen op individuele deelnemers, maar vooral op wat er tussen groepsleden gebeurt. In de praktijk betekent dit dat interacties worden vertraagd, benoemd en onderzocht. Groepsleden worden gestimuleerd om te reageren op elkaar, gevoelens te verwoorden en patronen te herkennen. De therapeut helpt om deze processen te verdiepen en in verband te brengen met het dagelijks functioneren buiten de groep. De precieze invulling kan verschillen per stroming. Sommige groepen zijn meer inzichtgevend en gericht op het begrijpen van patronen, andere meer steunend of vaardigheidsgericht. In alle gevallen staat het gebruik van de groep als werkzame factor centraal.

Literatuur

  • Foulkes SH. (1964). Therapeutic group analysis. Allen & Unwin.
  • Lewin K. (1947). Frontiers in group dynamics. Human Relations, 1, 5–41.
  • Yalom ID & Leszcz M. (2020). The theory and practice of group psychotherapy. Basic Books.