Psychoanalytische psychotherapie is ontstaan als een toepassing van de psychoanalytische theorie in een minder intensieve en beter toegankelijke behandelvorm. Vanuit de klassieke psychoanalyse van Sigmund Freud ontwikkelden zich in de loop van de twintigste eeuw varianten die beter aansloten bij de klinische praktijk. Deze behandelingen behouden de kernprincipes van de psychoanalyse, maar passen de setting en techniek aan.
Omschrijving
Psychoanalytische psychotherapie is een vorm van psychotherapie die gebaseerd is op psychoanalytische theorie, maar minder intensief en minder frequent is dan de klassieke psychoanalyse. De behandeling vindt meestal één tot twee keer per week plaats en kan variëren van enkele maanden tot meerdere jaren. De cliënt en therapeut zitten doorgaans tegenover elkaar. De behandeling richt zich op het begrijpen van terugkerende patronen, onbewuste processen en de invloed van eerdere ervaringen op het huidige functioneren, met meer directe aandacht voor het dagelijks leven dan in de klassieke psychoanalyse.
Werkingsmechanismen
Het werkingsmechanisme is vergelijkbaar met dat van de psychoanalyse, maar wordt toegepast in een meer toegankelijke en vaak meer gestructureerde vorm. In de therapie worden terugkerende patronen in denken, voelen en handelen onderzocht, evenals de manieren waarop iemand omgaat met gevoelens en relaties. Ook hier speelt de therapeutische relatie een belangrijke rol: gevoelens en verwachtingen uit andere relaties kunnen zich in deze relatie herhalen en onderzocht worden. Door inzicht te krijgen in deze processen en deze in het hier-en-nu te ervaren, kan verandering optreden in hoe iemand zichzelf en anderen beleeft.
Techniek
De techniek is actiever en directer dan in de klassieke psychoanalyse. De therapeut stelt vragen, helpt verbanden te leggen en kan sneller ingrijpen wanneer emoties of patronen zichtbaar worden. De behandeling richt zich zowel op het verleden als op het huidige functioneren. Naast inzicht is er vaak ook aandacht voor het omgaan met concrete situaties in het dagelijks leven. Afhankelijk van de intensiteit van de behandeling kan de nadruk meer liggen op verdieping of juist op ondersteuning en stabilisatie.
Literatuur
- Blagys MD & Hilsenroth MJ. (2000). Distinctive features of short-term psychodynamic-interpersonal psychotherapy. Journal of Psychotherapy Practice and Research, 9(4), 167–180.
- Gabbard GO. (2014). Psychodynamic psychiatry in clinical practice.