Alcohol - DSM-5-TR

Meer informatie
No items found.

De stoornis in het gebruik van alcohol is de officiële DSM-5-TR-diagnose voor problematisch alcoholgebruik. Er is sprake van een patroon van alcoholgebruik dat leidt tot duidelijke problemen, beperkingen of psychisch lijden. Dat kan gaan om controleverlies, lichamelijke afhankelijkheid, sociale of relationele problemen, of het blijven drinken ondanks schade. In de DSM-5-TR wordt niet langer onderscheid gemaakt tussen het oude alcoholmisbruik en alcoholafhankelijkheid. In plaats daarvan wordt gesproken van één stoornis, met een ernstindeling op basis van het aantal criteria waaraan iemand voldoet.

Niet iedereen die veel drinkt heeft automatisch een stoornis in het gebruik van alcohol. Tegelijk geldt ook dat problematisch alcoholgebruik lang niet altijd direct zichtbaar is. Juist omdat alcohol sociaal zo ingeburgerd is, worden controleverlies, afhankelijkheid en schade vaak lang onderschat of genormaliseerd. De DSM-5-TR-criteria helpen om daar meer precies naar te kijken: niet alleen hoeveel iemand drinkt, maar vooral wat alcohol in iemands leven is gaan doen.

DSM-5-TR-criteria

De diagnose wordt gesteld wanneer binnen een periode van 12 maanden sprake is van ten minste twee van de volgende kenmerken:

1. Meer drinken dan voorgenomen
Alcohol wordt vaak in grotere hoeveelheden of gedurende een langere periode gebruikt dan iemand van plan was.

2. Niet goed kunnen minderen of stoppen
Er is een aanhoudende wens om te stoppen of minderen, of er zijn mislukte pogingen geweest om het alcoholgebruik onder controle te krijgen.

3. Veel tijd kwijt aan alcohol

Er gaat veel tijd zitten in het verkrijgen van alcohol, het drinken zelf of het herstellen van de effecten ervan.

4. Sterke drang om te drinken
Er is sprake van craving: een sterke behoefte of drang om alcohol te gebruiken.

5. Problemen op werk, school of thuis

Het alcoholgebruik leidt ertoe dat iemand belangrijke verplichtingen niet goed nakomt.

6. Doorgaan ondanks sociale of relationele problemen
 
Iemand blijft drinken terwijl dat terugkerende problemen veroorzaakt in relaties, gezin, werk of sociale contacten.

7. Belangrijke activiteiten nemen af
Sociale, beroepsmatige of recreatieve activiteiten worden verminderd of opgegeven vanwege het alcoholgebruik.

8. Gebruik in gevaarlijke situaties

Er wordt alcohol gebruikt in situaties waarin dat lichamelijk riskant is, bijvoorbeeld in het verkeer of bij het bedienen van machines.

9. Doorgaan ondanks lichamelijke of psychische schade

Iemand blijft drinken terwijl hij of zij weet dat alcohol een lichamelijk of psychisch probleem veroorzaakt of verergert.

10. Tolerantie

Er is steeds meer alcohol nodig om hetzelfde effect te bereiken, of hetzelfde gebruik heeft minder effect dan voorheen.

11. Onttrekking

Er treden ontwenningsverschijnselen op wanneer iemand stopt of mindert, of iemand drinkt om die ontwenningsverschijnselen te voorkomen of te verminderen.

Ernst

De ernst wordt in de DSM-5-TR ingedeeld op basis van het aantal criteria: licht: 2–3 criteria; matig: 4–5 criteria en ernstig: 6 of meer criteria.

Specificaties

De DSM-5-TR maakt daarnaast onderscheid tussen verschillende fasen van herstel: In vroege remissie: gedurende minstens 3 maanden maar korter dan 12 maanden wordt, behalve mogelijk craving, niet meer voldaan aan de criteria, In aanhoudende remissie: gedurende 12 maanden of langer wordt, behalve mogelijk craving, niet meer voldaan aan de criteria en In een gecontroleerde omgeving: bijvoorbeeld tijdens opname, detentie of verblijf in een beschermde setting, waar alcoholgebruik beperkt of onmogelijk is.

Literatuur

  • American Psychiatric Association. (2022). Diagnostic and statistical manual of mental disorders (5th ed., text rev.; DSM-5-TR).
  • Hasin, DS et al. (2013). DSM-5 criteria for substance use disorders: Recommendations and rationale. American Journal of Psychiatry, 170(8), 834–851.  

De stoornis in het gebruik van alcohol is de officiële DSM-5-TR-diagnose voor problematisch alcoholgebruik. Er is sprake van een patroon van alcoholgebruik dat leidt tot duidelijke problemen, beperkingen of psychisch lijden. Dat kan gaan om controleverlies, lichamelijke afhankelijkheid, sociale of relationele problemen, of het blijven drinken ondanks schade. In de DSM-5-TR wordt niet langer onderscheid gemaakt tussen het oude alcoholmisbruik en alcoholafhankelijkheid. In plaats daarvan wordt gesproken van één stoornis, met een ernstindeling op basis van het aantal criteria waaraan iemand voldoet.

Niet iedereen die veel drinkt heeft automatisch een stoornis in het gebruik van alcohol. Tegelijk geldt ook dat problematisch alcoholgebruik lang niet altijd direct zichtbaar is. Juist omdat alcohol sociaal zo ingeburgerd is, worden controleverlies, afhankelijkheid en schade vaak lang onderschat of genormaliseerd. De DSM-5-TR-criteria helpen om daar meer precies naar te kijken: niet alleen hoeveel iemand drinkt, maar vooral wat alcohol in iemands leven is gaan doen.

DSM-5-TR-criteria

De diagnose wordt gesteld wanneer binnen een periode van 12 maanden sprake is van ten minste twee van de volgende kenmerken:

1. Meer drinken dan voorgenomen
Alcohol wordt vaak in grotere hoeveelheden of gedurende een langere periode gebruikt dan iemand van plan was.

2. Niet goed kunnen minderen of stoppen
Er is een aanhoudende wens om te stoppen of minderen, of er zijn mislukte pogingen geweest om het alcoholgebruik onder controle te krijgen.

3. Veel tijd kwijt aan alcohol

Er gaat veel tijd zitten in het verkrijgen van alcohol, het drinken zelf of het herstellen van de effecten ervan.

4. Sterke drang om te drinken
Er is sprake van craving: een sterke behoefte of drang om alcohol te gebruiken.

5. Problemen op werk, school of thuis

Het alcoholgebruik leidt ertoe dat iemand belangrijke verplichtingen niet goed nakomt.

6. Doorgaan ondanks sociale of relationele problemen
 
Iemand blijft drinken terwijl dat terugkerende problemen veroorzaakt in relaties, gezin, werk of sociale contacten.

7. Belangrijke activiteiten nemen af
Sociale, beroepsmatige of recreatieve activiteiten worden verminderd of opgegeven vanwege het alcoholgebruik.

8. Gebruik in gevaarlijke situaties

Er wordt alcohol gebruikt in situaties waarin dat lichamelijk riskant is, bijvoorbeeld in het verkeer of bij het bedienen van machines.

9. Doorgaan ondanks lichamelijke of psychische schade

Iemand blijft drinken terwijl hij of zij weet dat alcohol een lichamelijk of psychisch probleem veroorzaakt of verergert.

10. Tolerantie

Er is steeds meer alcohol nodig om hetzelfde effect te bereiken, of hetzelfde gebruik heeft minder effect dan voorheen.

11. Onttrekking

Er treden ontwenningsverschijnselen op wanneer iemand stopt of mindert, of iemand drinkt om die ontwenningsverschijnselen te voorkomen of te verminderen.

Ernst

De ernst wordt in de DSM-5-TR ingedeeld op basis van het aantal criteria: licht: 2–3 criteria; matig: 4–5 criteria en ernstig: 6 of meer criteria.

Specificaties

De DSM-5-TR maakt daarnaast onderscheid tussen verschillende fasen van herstel: In vroege remissie: gedurende minstens 3 maanden maar korter dan 12 maanden wordt, behalve mogelijk craving, niet meer voldaan aan de criteria, In aanhoudende remissie: gedurende 12 maanden of langer wordt, behalve mogelijk craving, niet meer voldaan aan de criteria en In een gecontroleerde omgeving: bijvoorbeeld tijdens opname, detentie of verblijf in een beschermde setting, waar alcoholgebruik beperkt of onmogelijk is.

Literatuur

  • American Psychiatric Association. (2022). Diagnostic and statistical manual of mental disorders (5th ed., text rev.; DSM-5-TR).
  • Hasin, DS et al. (2013). DSM-5 criteria for substance use disorders: Recommendations and rationale. American Journal of Psychiatry, 170(8), 834–851.