DSM-5-TR
De DSM-5-TR beschrijft Vermijdende/restrictieve voedselinnamestoornis of Avoidant/Restrictive Food Intake Disorder (ARFID) als een voedings- of eetstoornis die wordt gekenmerkt door een duidelijke beperking in de hoeveelheid en/of variëteit van voedsel die iemand tot zich neemt. Deze beperking gaat verder dan “kieskeurigheid”. Er is sprake van aanhoudende vermijding of restrictie van voedselinname door een duidelijk gebrek aan interesse in eten (bijv. weinig of nooit honger), vermijden van eten vanwege de sensorische kenmerken (zoals een afkeer van geur, kleur, smaak, temperatuur of textuur) of vermijden van voedsel uit angst voor aversieve gevolgen (bijv. angst om te stikken, te moeten braken).
De stoornis leidt tot klinisch significante problemen en kan niet worden verklaard door een gebrek aan voedsel, culturele gebruiken of een wens om af te vallen. Er is geen preoccupatie met lichaamsgewicht of lichaamsvorm, wat ARFID onderscheidt van anorexia nervosa. De eetstoornis mag niet beter worden verklaard door een andere medische aandoening of een andere psychische stoornis. Wanneer er wél andere aandoeningen bestaan, mag ARFID alleen gesteld worden wanneer de ernst en het patroon van de eetbeperking de normale verwachtingen van die aandoening overstijgt.
Verder minstens één van de volgende vier gevolgen
Significant gewichtsverlies of deficiënties (bijv. ijzer, vitamine B12, vitamine D, foliumzuur), afhankelijkheid van sondevoeding of voedingssupplementen, ernstig verstoord psychosociaal functioneren
Remissie
De DSM-5-TR beschrijft gedeeltelijke en volledige remissie. Bij gedeeltelijke remissie zijn enkele kernsymptomen verminderd, maar is er nog onvoldoende herstel van voedingsinname of psychosociaal functioneren. Bij volledige remissie zijn de symptomen gedurende langere tijd afwezig, zijn variatie en hoeveelheid van voeding hersteld en functioneren patiënten weer passend bij leeftijd en context.
Ernst
De DSM-5-TR specificeert geen ernstniveaus voor ARFID, zoals bij anorexia of boulimia nervosa. De ernst wordt klinisch bepaald op basis van medische stabiliteit, voedingsstaat, afhankelijkheid van supplementen of sondevoeding, en de mate van psychosociale beperkingen. Belangrijk is hoeveel impact de symptomen hebben op dagelijkse activiteiten, gezinsleven, school of werk, en hoe groot het risico is op lichamelijke complicaties.
Literatuur
American Psychiatric Association. (2022). Diagnostic and statistical manual of mental disorders (5th ed., text rev.; DSM-5-TR). American Psychiatric Publishing.