DMS-5-TR
Boulimia nervosa wordt in de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM-5-TR) omschreven als een eetstoornis die wordt gekenmerkt door terugkerende episodes van eetbuien. Tijdens zo’n episode eet iemand binnen een afgebakende tijd, vaak binnen ongeveer twee uur, duidelijk meer voedsel dan de meeste mensen onder vergelijkbare omstandigheden zouden doen. Tegelijk is er een sterk gevoel van controleverlies: de persoon kan niet stoppen met eten of heeft het gevoel geen invloed te hebben op wat of hoeveel er gegeten wordt.
Na deze eetbuien volgt inadequaat compensatiegedrag om gewichtstoename te voorkomen. Dit kan bestaan uit zelf uitgelokt braken, misbruik van laxantia of diuretica, het gebruik van andere middelen die bedoeld zijn om het gewicht te beïnvloeden, periodes van vasten of excessieve lichaamsbeweging. Om te voldoen aan de criteria moeten zowel de eetbuien als het compensatiegedrag gemiddeld minstens één keer per week voorkomen gedurende drie maanden.
Een ander belangrijk kenmerk is dat lichaamsvorm en lichaamsgewicht een disproportioneel grote invloed hebben op de zelfwaardering. Mensen met boulimia nervosa beoordelen zichzelf voor een belangrijk deel op basis van hoe hun lichaam eruitziet, wat de eetstoornis in stand kan houden. De diagnose wordt alleen gesteld wanneer deze symptomen niet exclusief optreden tijdens episoden van anorexia nervosa.
Subtypes
In tegenstelling tot anorexia nervosa worden binnen boulimia nervosa in de DSM-5-TR geen formele subtypes onderscheiden. Wel variëren patiënten sterk in het patroon, de ernst en het type compensatiegedrag. Sommige mensen compenseren voornamelijk door te braken, anderen door laxantia, diuretica of intensief bewegen. Deze variatie heeft klinische relevantie, maar vormt geen officieel subtype binnen de DSM-systematiek.
Remissie
De DSM-5-TR maakt onderscheid tussen een gedeeltelijke remissie, wanneer de kernsymptomen nog aanwezig zijn maar minder frequent voorkomen, en volledige remissie, waarbij gedurende langere tijd geen eetbuien en compensatiegedrag meer voorkomen. De ernst wordt bepaald op basis van het gemiddeld aantal compensatie-episoden per week, variërend van licht (ongeveer één tot drie episoden per week) tot zeer ernstig (veertien of meer episoden per week).
Ernst
De ernst van boulimia nervosa wordt vastgesteld op basis van de frequentie van het compensatiegedrag. Een lichte ernst correspondeert met ongeveer één tot drie episoden per week. Wanneer compensatie gemiddeld vier tot zeven keer per week optreedt, spreekt men van een matige ernst. Bij acht tot dertien episoden per week is de stoornis ernstig, terwijl een frequentie van veertien of meer episoden per week wordt geclassificeerd als zeer ernstig. Deze indeling helpt bij het bepalen van de noodzakelijke intensiteit van behandeling en bij het monitoren van het beloop tijdens herstel.
Literatuur
American Psychiatric Association. (2022). Diagnostic and statistical manual of mental disorders (5th ed., text rev.; DSM-5-TR). American Psychiatric Publishing.