Non-REM-slaap-arousalstoornissen zijn slaapstoornissen waarbij iemand gedeeltelijk ontwaakt uit diepe slaap, zonder echt volledig wakker te worden. Daardoor kunnen gedrag, beweging, angst of verwarring optreden terwijl de persoon in neurologische zin nog niet echt wakker is. Deze stoornissen treden meestal op in het eerste deel van de nacht, wanneer de diepe non-REM-slaap overheerst. Ze komen vooral voor bij kinderen, maar kunnen ook op volwassen leeftijd voorkomen. In veel gevallen zijn ze onschuldig en verdwijnen ze spontaan, maar soms kunnen ze leiden tot verwondingen, verstoring van de nachtrust of diagnostische verwarring. De drie belangrijkste vormen zijn verward ontwaken, slaapwandelen en slaapterreur.
Bij deze stoornissen raakt iemand als het ware half wakker en half slapend. Het brein schakelt niet netjes van diepe slaap naar volledig wakker zijn, maar blijft in een tussenfase hangen. Daardoor kan iemand de ogen open hebben, bewegen, praten, rondlopen of angstig reageren, terwijl het bewustzijn en het contact met de omgeving duidelijk verstoord zijn. Dat is ook de reden waarom iemand tijdens zo’n episode vaak moeilijk aanspreekbaar is, zich vreemd of doelloos kan gedragen en zich er de volgende ochtend meestal niets of nauwelijks iets van herinnert.
Verward ontwaken
Bij verward ontwaken wordt iemand gedeeltelijk wakker uit diepe slaap, maar blijft in een toestand van desoriëntatie en verwardheid. Iemand kan rechtop in bed zitten, om zich heen kijken, mompelen, huilen, mopperen of afwerend reageren, zonder echt wakker te zijn. Bij kinderen wordt dit soms gezien als “heel moeilijk wakker te krijgen zijn”, maar het kan ook onrustiger verlopen. Bij volwassenen komt het eveneens voor, soms in samenhang met slaaptekort, stress, alcohol, medicatie of andere slaapstoornissen. Verward ontwaken blijft meestal in bed of beperkt zich tot relatief eenvoudige gedragingen, in tegenstelling tot slaapwandelen waarbij iemand daadwerkelijk uit bed komt.
Slaapwandelen (somnambulisme)
Bij slaapwandelen komt iemand tijdens de slaap uit bed en gaat rondlopen of andere handelingen verrichten. Dat kan beperkt blijven tot rondlopen in de kamer, maar soms gaat iemand zich aankleden, voorwerpen verplaatsen, deuren openen of andere ogenschijnlijk doelgerichte handelingen uitvoeren. Hoewel slaapwandelaars hun omgeving soms gedeeltelijk lijken waar te nemen en bijvoorbeeld obstakels kunnen ontwijken, zijn zij niet echt wakker en reageren zij meestal beperkt op aanspreken. De volgende ochtend is er meestal weinig of geen herinnering aan wat er gebeurd is. Slaapwandelen komt relatief vaak voor bij kinderen en verdwijnt vaak spontaan met het ouder worden. Bij volwassenen verdient het meer aandacht, vooral wanneer het frequent voorkomt, gepaard gaat met gevaarlijk gedrag of pas op latere leeftijd is begonnen. Bij volwassenen kan het bovendien gepaard gaan met letsel, nachtelijke onrust en duidelijke impact op de kwaliteit van leven.
Slaapterreur (sleep terrors, pavor nocturnus)
Bij slaapterreur wordt iemand abrupt en onvolledig wakker uit diepe slaap met een intense angstreactie. Iemand kan plotseling rechtop in bed zitten, schreeuwen, wild om zich heen slaan, hevig zweten, snel ademen of een bonzend hart hebben. Voor omstanders oogt dit vaak alsof iemand in paniek of doodsangst verkeert. Toch is er meestal geen volledig bewust contact mogelijk. De persoon is vaak moeilijk te troosten of gerust te stellen en blijft meestal in een toestand van verwarring totdat de episode spontaan afneemt. De volgende ochtend is er vaak geen of slechts een fragmentarische herinnering. Slaapterreur komt vooral voor bij kinderen, meestal tussen de peuterleeftijd en de puberteit, en verdwijnt vaak vanzelf. Bij volwassenen komt het minder vaak voor en is het vaker reden om verder te kijken naar onderliggende factoren of andere slaapstoornissen.
Verschil met nachtmerries
Non-REM-slaap-arousalstoornissen worden vaak verward met nachtmerries, maar het zijn niet dezelfde verschijnselen. Bij een nachtmerrie wordt iemand meestal wakker uit de REM-slaap, is vaak snel goed georiënteerd en kan de droom meestal nog redelijk navertellen. Bij slaapwandelen, slaapterreur of verward ontwaken is het ontwaken juist onvolledig, treedt het meestal op uit diepe non-REM-slaap, is iemand vaak verward of slecht aanspreekbaar, en is er meestal weinig of geen herinnering aan het voorval achteraf.
Risicofactoren
Deze stoornissen ontstaan meestal niet “zomaar”, maar treden vaker op wanneer de diepe slaap instabieler wordt of wanneer de overgang van diepe slaap naar waken verstoord raakt. Factoren die episoden kunnen uitlokken of verergeren zijn onder andere: slaaptekort, onregelmatige slaaptijden, koorts, stress of overbelasting, alcohol of middelengebruik, sommige medicijnen
Behandeling
In veel gevallen is geruststelling en uitleg al belangrijk, zeker bij kinderen. De behandeling richt zich meestal niet op “de episode zelf”, maar op het verminderen van uitlokkende factoren en het voorkomen van risico’s. Een regelmatig slaapritme, voldoende slaapduur en het beperken van slaaptekort zijn vaak belangrijker dan mensen denken. Ook het verminderen van stress, overbelasting, alcohol en andere ontregelende factoren kan helpen. Bij slaapwandelen of heftige episoden is het belangrijk om de slaapomgeving zo veilig mogelijk te maken. Denk aan gesloten ramen, veilige trappen, het weghalen van gevaarlijke voorwerpen en zo nodig een aangepast slaaparrangement. Alleen wanneer de klachten ernstig, frequent of gevaarlijk zijn, wordt soms verdere behandeling overwogen via een slaapcentrum. De behandeling is dan maatwerk. Recente literatuur suggereert dat gedragsmatige en multicomponente aanpakken die uitlokkende en onderhoudende factoren aanpakken vaak zinvoller zijn dan een puur medicamenteuze benadering.
DSM-5-TR
Volgens de DSM-5-TR is er sprake van een non-REM-slaap-arousalstoornis wanneer iemand terugkerende episoden van onvolledig ontwaken heeft, meestal in het eerste deel van de nacht, in combinatie met slaapwandelen of slaapterreur. Kenmerkend is dat iemand tijdens zo’n episode weinig reageert op anderen, moeilijk wakker te krijgen is, weinig of geen droominhoud herinnert en achteraf meestal amnesie heeft voor het voorval. Daarnaast moeten de episoden leiden tot duidelijke lijdensdruk of beperkingen, en mogen ze niet beter verklaard worden door middelengebruik, een somatische aandoening of een andere psychische stoornis. De DSM-5-TR onderscheidt binnen deze categorie vooral het type slaapwandelen en het type slaapterreur. Varianten zoals slaapgerelateerd eten en slaapgerelateerd seksueel gedrag kunnen eveneens voorkomen.
Literatuur
- American Academy of Sleep Medicine. (2023). International classification of sleep disorders (3rd ed., text revision; ICSD-3-TR). Darien, IL: American Academy of Sleep Medicine.
- American Psychiatric Association. (2013). Diagnostic and statistical manual of mental disorders (5th ed.). Washington, DC: American Psychiatric Publishing.
- Arnulf I, Zhang B, Uguccioni G et al. (2021). Mental activity during episodes of sleepwalking, night terrors or confusional arousals: Differences between children and adults. Sleep, 44(8), zsab046.
- Castelnovo A, Lopez R, Proserpio P, Nobili L & Dauvilliers Y. (2020). Disorders of arousal: A chronobiological perspective. Nature and Science of Sleep, 12, 1057–1068.
- Howell MJ. (2012). Parasomnias: An updated review. Neurotherapeutics, 9(4), 753–775.
- Kaur H & Bhimji SS. (2023). Somnambulism. In StatPearls. Treasure Island, FL: StatPearls Publishing.
- Mason TBA, Pack AI & Mahowald MW. (2006). Disorders of arousal from sleep and violent behavior: The role of physical contact and proximity. Sleep, 29(8), 1039–1047.
- Stallman HM, Kohler M & White J. (2023). Behavioral and psychological treatments for NREM parasomnias: A systematic review. Journal of Sleep Research, 32(6), e13977.