Non-remslaap-arousalstoornissen

Non-REM-slaap-arousalstoornissen zijn slaapstoornissen waarbij iemand gedeeltelijk ontwaakt uit de slaap, zonder volledig wakker te worden. Iemand kan daarbij praten, rondlopen, angstig reageren of soms ingewikkelde handelingen uitvoeren, terwijl het bewustzijn en contact met de omgeving verminderd zijn. De volgende ochtend bestaat vaak weinig of geen herinnering aan de gebeurtenis. De episoden ontstaan meestal vanuit de diepe non-REM-slaap en daarom vooral in het eerste deel van de nacht. Ze komen vooral voor bij kinderen en verdwijnen vaak vanzelf. Bij volwassenen komen ze minder vaak voor en kunnen ze meer gevolgen hebben, bijvoorbeeld door verwondingen, gevaarlijk gedrag of verstoring van de nachtrust. De DSM-5-TR onderscheidt twee vormen: slaapwandelen en slaapterreur. Bij slaapwandelen kunnen ook bijzondere vormen van gedrag optreden, waaronder slaapgerelateerd eten en seksueel gedrag tijdens de slaap (sekssomnia). In de slaapgeneeskunde wordt daarnaast verward ontwaken als een afzonderlijke vorm van non-REM-arousalstoornis onderscheiden.

Wat gebeurt er tijdens zo'n episode?

Tijdens een non-REM-slaap-arousalstoornis verloopt de overgang van slapen naar wakker zijn niet volledig. Delen van de hersenen die beweging en gedrag mogelijk maken kunnen al actief zijn, terwijl hersenfuncties die betrokken zijn bij bewustzijn, beoordeling en herinnering nog grotendeels in de slaaptoestand verkeren. Er ontstaat als het ware een tussentoestand van slapen en wakker zijn. Iemand kan de ogen open hebben, praten, lopen of andere handelingen uitvoeren, maar reageert vaak nauwelijks of vreemd op de omgeving en is moeilijk volledig wakker te krijgen. Achteraf ontbreekt de herinnering aan de episode vaak geheel of gedeeltelijk. Non-REM-slaap-arousalstoornissen worden vaak verward met nachtmerries, maar het zijn niet dezelfde verschijnselen. Bij een nachtmerrie wordt iemand meestal wakker uit de REM-slaap, is vaak snel goed georiënteerd en kan de droom meestal nog redelijk navertellen.

Slaapwandelen (somnambulisme)

Bij slaapwandelen komt iemand tijdens de slaap uit bed en voert handelingen uit zonder volledig wakker te zijn. Dat kan beperkt blijven tot rondlopen door de slaapkamer of het huis, maar soms worden complexere handelingen uitgevoerd. De ogen zijn meestal open, maar het contact met de omgeving is beperkt. De persoon reageert weinig op aanspreken en is moeilijk wakker te krijgen. De volgende ochtend bestaat meestal weinig of geen herinnering aan het voorval. Slaapwandelen is meestal onschuldig, maar kan gevaarlijk worden wanneer iemand bijvoorbeeld een trap afloopt, het huis verlaat of andere handelingen uitvoert waarbij letsel kan ontstaan.
Een bijzondere vorm van slaapwandelen is sekssomnia: slaapgerelateerd seksueel gedrag tijdens een episode van onvolledig ontwaken. Het gedrag kan variëren van seksuele geluiden, aanraken en masturberen tot seksuele toenadering of geslachtsgemeenschap. De persoon is daarbij niet volledig wakker en heeft achteraf vaak weinig of geen herinnering aan wat er is gebeurd.

Slaapterreur (sleep terrors, pavor nocturnus)

Bij slaapterreur ontstaat tijdens de slaap plotseling hevige angst. De persoon kan hard schreeuwen, rechtop in bed gaan zitten en sterk lichamelijk reageren, bijvoorbeeld met zweten, een snelle hartslag en versnelde ademhaling. Hoewel iemand zeer angstig lijkt, is contact maken meestal moeilijk. Troosten of volledig wakker maken lukt vaak nauwelijks. Na afloop valt iemand meestal weer in slaap en de volgende ochtend bestaat doorgaans weinig of geen herinnering aan de episode. Slaapterreur komt vooral bij kinderen voor en neemt meestal af met het ouder worden.

Verward ontwaken

In de slaapgeneeskunde wordt ook verward ontwaken (confusional arousal) tot de non-REM-arousalstoornissen gerekend. Iemand wordt daarbij gedeeltelijk wakker, maar blijft gedesoriënteerd en verward. De persoon kan rechtop in bed gaan zitten, onsamenhangend praten, traag reageren of vreemd gedrag vertonen. De episode vindt meestal plaats zonder dat iemand daadwerkelijk uit bed komt. Pogingen om de persoon volledig wakker te maken kunnen de verwarring soms versterken. Achteraf bestaat vaak weinig of geen herinnering aan wat er is gebeurd. Verward ontwaken komt vooral bij kinderen voor en is meestal onschuldig. De DSM-5-TR onderscheidt het niet als afzonderlijk type van de non-REM-slaap-arousalstoornissen.

Oorzaken

De precieze oorzaak is niet bekend. Erfelijke aanleg speelt waarschijnlijk een belangrijke rol. Slaapwandelen en andere non-REM-parasomnieën komen vaker voor binnen bepaalde families. Daarnaast kunnen verschillende factoren het optreden van episodes bevorderen. Vooral omstandigheden die de diepe slaap versterken of het normale slaappatroon verstoren spelen een rol. Voorbeelden zijn: slaaptekort; stress; koorts; intoxicaties (alcohol, drugs, bepaalde medicijnen) en andere slaapstoornissen, zoals obstructieve slaapapneu.

Diagnose

De diagnose wordt meestal gesteld op basis van de beschrijving van de episodes en de omstandigheden waaronder ze optreden. Omdat iemand zich de gebeurtenissen vaak niet herinnert, is informatie van een partner, ouder of andere huisgenoot belangrijk. Er wordt onder meer gekeken naar het tijdstip waarop de episodes optreden, het gedrag tijdens de episode, de mate waarin iemand aanspreekbaar is, de herinnering achteraf, slaapgewoonten, medicatie- en middelengebruik en het voorkomen van parasomnieën bij familieleden. Bij typische en onschuldige episodes is aanvullend slaaponderzoek meestal niet nodig. Bij een onduidelijk of atypisch beeld, frequent of gevaarlijk gedrag of twijfel aan een andere slaapstoornis kan onderzoek in een slaapcentrum nodig zijn. Daarbij kan video-polysomnografie worden gebruikt, waarbij tijdens de slaap onder andere hersenactiviteit, ademhaling, bewegingen en gedrag worden geregistreerd. Het lukt niet altijd om tijdens één nacht slaaponderzoek daadwerkelijk een episode vast te leggen. Het ontbreken van een episode tijdens het onderzoek sluit een non-REM-arousalstoornis daarom niet uit.

Behandeling

Bij kinderen is meestal geen behandeling nodig. Voorlichting en geruststelling zijn vaak voldoende, omdat de verschijnselen doorgaans vanzelf afnemen. Bij volwassenen wordt eerst gekeken naar factoren die episodes kunnen uitlokken of versterken. Voldoende slaap en regelmatige slaaptijden zijn belangrijk. Een onderliggende slaapstoornis, zoals obstructieve slaapapneu, moet zo nodig worden behandeld. Wanneer de episodes frequent blijven optreden, tot gevaarlijke situaties leiden of veel lijdensdruk veroorzaken, kan verwijzing naar een slaapcentrum aangewezen zijn. Soms worden gedragsmatige of medicamenteuze behandelingen toegepast, maar het wetenschappelijke bewijs voor specifieke behandelingen is beperkt.

Literatuur

Meer informatie
No items found.