Diagnostiek bij persoonlijkheidsproblematiek is meer dan het vaststellen van een etiket (classificatie). Het doel is niet alleen om te bepalen welke classificatie past, maar vooral om te begrijpen hoe iemand psychisch functioneert, waar terugkerende problemen vandaan komen en welke behandeling het meest passend is. Goede diagnostiek kijkt daarom niet alleen naar symptomen, maar ook naar de manier waarop iemand zichzelf beleeft, met emoties omgaat, relaties aangaat, spanning reguleert en terugkerende patronen in het dagelijks leven laat zien. Juist bij persoonlijkheidsproblematiek is dat belangrijk, omdat klachten vaak niet los staan van de persoon, maar verweven zijn met iemands manier van omgaan met zichzelf en met anderen. Een classificatie persoonlijkheidsstoornis wordt niet gesteld op basis van één kenmerk of één lastig gedragspatroon. Het gaat om een duurzaam patroon van functioneren dat op meerdere levensgebieden zichtbaar is en leidt tot lijdensdruk of beperkingen.
Onderzoek
Zelfbeeld en identiteit
Een belangrijk onderdeel van de diagnostiek is hoe iemand zichzelf ervaart. Is er sprake van een stabiel gevoel van identiteit, of wisselt het zelfbeeld sterk? Kan iemand tegenstrijdige gevoelens over zichzelf verdragen, of slaat het zelfgevoel snel om in schaamte, leegte, minderwaardigheid of zelfoverschatting?
Relaties en hechting
Ook wordt gekeken naar de manier waarop iemand relaties aangaat en beleeft. Is er sprake van vertrouwen, wederkerigheid en nabijheid, of juist van terugkerende patronen van wantrouwen, afhankelijkheid, vermijding, conflict, idealisering of afstoting? Vaak geeft juist de manier waarop iemand zich verhoudt tot anderen veel informatie over persoonlijkheidsfunctioneren.
Emotieregulatie en impulscontrole
Een ander belangrijk gebied is de manier waarop iemand gevoelens beleeft en reguleert. Hoe snel raakt iemand overspoeld? Hoe wordt omgegaan met spanning, frustratie, schaamte, boosheid of afwijzing? En hoe wordt onder druk gehandeld? Bij sommige mensen staan impulsiviteit, zelfbeschadiging, agressie of ontregeling op de voorgrond, bij anderen juist remming, terugtrekking of overcontrole.
Denken, waarnemen en mentaliseren
Persoonlijkheidsdiagnostiek kijkt ook naar de manier waarop iemand zichzelf en anderen begrijpt. Kan iemand stilstaan bij gevoelens, bedoelingen en perspectieven van zichzelf en anderen, of wordt gedrag snel zwart-wit, wantrouwend of concreet geïnterpreteerd? Ook de mate van realiteitstoetsing en het vermogen tot mentaliseren kunnen hierbij een rol spelen.
Afweer en coping
Mensen ontwikkelen allemaal manieren om zichzelf psychisch te beschermen tegen spanning, conflict, schaamte, verlies of innerlijke tegenstrijdigheid. In psychodynamische termen worden zulke manieren soms afweermechanismen genoemd. In bredere zin kun je ook spreken van copingstijlen of beschermingspatronen. Goede diagnostiek kijkt niet alleen naar wat iemand voelt of doet, maar ook naar hoe iemand zichzelf innerlijk overeind probeert te houden.
Classificatie
Classificatie gaat over de vraag of iemand voldoet aan de criteria van een specifieke persoonlijkheidsstoornis, zoals borderline, ontwijkende, narcistische of paranoïde persoonlijkheidsstoornis. In de DSM-5-TR gebeurt dit nog grotendeels via categorieën. Ook de traditionele indeling in cluster A, B en C wordt daarbij nog gebruikt.
Functioneren
Daarnaast wordt tegenwoordig steeds meer gekeken naar het niveau van functioneren. Daarmee wordt bedoeld: hoe stabiel en geïntegreerd iemand functioneert op het gebied van identiteit, zelfsturing, empathie, intimiteit, emotieregulatie en realiteitstoetsing. Dit sluit aan bij modernere, meer dimensionele modellen van persoonlijkheidsdiagnostiek, zoals ook in de ICD-11 en het alternatieve model van de DSM-5 wordt teruggezien. Dat is een belangrijke ontwikkeling, omdat twee mensen met dezelfde DSM-classificatie in de praktijk toch heel verschillend kunnen functioneren en dus ook iets anders nodig kunnen hebben in behandeling.
Diagnostisch onderzoek
Diagnostiek van persoonlijkheidsproblematiek bestaat meestal uit meerdere onderdelen. Vaak begint het met één of meer gesprekken waarin niet alleen de klachten, maar ook de levensloop, relaties, coping, ontwikkelingsgeschiedenis en eerdere behandelingen worden besproken. Daarnaast kan gebruik worden gemaakt van: vragenlijsten, (semi)gestructureerde interviews, heteroanamnese en testpsychologisch onderzoek. Bij sommige mensen leveren ook observaties uit groepsbehandeling, vaktherapie of psychomotorische therapie belangrijke diagnostische informatie op. Persoonlijkheidsproblematiek laat zich immers niet alleen zien in wat iemand vertelt, maar ook in hoe iemand spanning reguleert, contact maakt, reageert op nabijheid, frustratie, structuur of grenzen.
Psychodynamische diagnostiek
Naast classificerende diagnostiek bestaan er ook meer verklarende of psychodynamische benaderingen van persoonlijkheidsdiagnostiek. Daarbij ligt de nadruk minder op de vraag welke stoornis iemand heeft en meer op de vraag hoe iemands persoonlijkheid is georganiseerd. Binnen zulke benaderingen wordt bijvoorbeeld gekeken naar de mate van identiteitsintegratie, de kwaliteit van afweermechanismen, de stabiliteit van het zelfgevoel, het vermogen om anderen als afzonderlijke personen te ervaren en de mate van realiteitstoetsing. Ook begrippen als hechting, innerlijke representaties, mentaliseren en relationele patronen spelen hierin een belangrijke rol. Deze manier van kijken is vooral waardevol wanneer diagnostiek niet alleen beschrijvend, maar ook behandelgericht en verklarend moet zijn.
Literatuur
- Abraham, R. E. (1997). Het ontwikkelingsprofiel: Een psychodynamische diagnose van de persoonlijkheid. Van Gorcum.
- American Psychiatric Association. (2022). Diagnostic and statistical manual of mental disorders (5th ed., text rev.; DSM-5-TR). American Psychiatric Association Publishing.
- Bender, D. S., Morey, L. C., & Skodol, A. E. (2011). Toward a model for assessing level of personality functioning in DSM-5, part I: A review of theory and methods. Journal of Personality Assessment, 93(4), 332–346.
- Caligor, E., Kernberg, O. F., Clarkin, J. F., & Yeomans, F. E. (2018). Psychodynamic therapy for personality pathology: Treating self and interpersonal functioning. American Psychiatric Association Publishing.
- Fonagy, P., Gergely, G., Jurist, E. L., & Target, M. (2002). Affect regulation, mentalization, and the development of the self. Other Press.
- Hopwood, C. J., Zimmermann, J., Pincus, A. L., & Krueger, R. F. (2015). Connecting personality structure and dynamics: Toward a more evidence-based and clinically useful diagnostic scheme. Journal of Personality Disorders, 29(4), 431–448.
- Kernberg, O. F. (1984). Severe personality disorders: Psychotherapeutic strategies. Yale University Press.
- Richtlijn persoonlijkheidsstoornissen
- Zorgstaandaard persoonlijkheidsstoornissen