Opioïden zijn middelen die pijn kunnen verminderen en gevoelens van ontspanning of euforie kunnen veroorzaken. Tot de opioïden behoren zowel illegale middelen, zoals heroïne, als voorgeschreven pijnstillers, zoals morfine, oxycodon, fentanyl, codeïne en tramadol. Daarnaast worden middelen zoals methadon en buprenorfine gebruikt als onderdeel van een behandeling van opioïdverslaving. De laatste jaren is er internationaal steeds meer aandacht voor problematisch opioïdgebruik, mede door de sterke toename van afhankelijkheid van voorgeschreven opioïde pijnstillers en de stijging van sterfte door overdoses, vooral in de Verenigde Staten. In Nederland ligt de situatie anders, maar ook hier neemt het langdurig gebruik van opioïde pijnstillers toe. De zorgstandaard Opiaatverslaving benadrukt dat opioïdverslaving vaak een chronisch en terugkerend beloop kent, waarbij psychische, lichamelijke en sociale problemen regelmatig samengaan.
Wanneer wordt gebruik problematisch?
Problematisch opioïdgebruik ontstaat wanneer iemand opioïden langer of in hogere doseringen gebruikt dan bedoeld, wanneer controleverlies ontstaat, of wanneer het gebruik een centrale plaats gaat innemen in het dagelijks functioneren. Dat kan geleidelijk ontstaan, bijvoorbeeld vanuit behandeling van chronische pijn, maar ook vanuit recreatief gebruik. Een belangrijk onderscheid is dat tussen lichamelijke afhankelijkheid en verslaving. Lichamelijke afhankelijkheid is een voorspelbaar biologisch effect van langdurig opioïdgebruik en uit zich onder andere in tolerantie en ontwenningsverschijnselen bij stoppen. Dat betekent niet automatisch dat sprake is van verslaving. Van een stoornis in het gebruik van opioïden is sprake wanneer het gebruik leidt tot controleverlies, hunkering, beperkingen in functioneren of aanhoudend gebruik ondanks schade of risico’s. Dit onderscheid is klinisch van belang, omdat patiënten met langdurig opioïdgebruik bij pijnbehandeling afhankelijk kunnen worden zonder verslavingsgedrag te vertonen.
Afhankelijkheid
Opioïden kunnen zowel lichamelijke als psychische afhankelijkheid veroorzaken. Lichamelijke afhankelijkheid blijkt uit ontwenningsverschijnselen bij verminderen of stoppen van het gebruik. Typische klachten zijn onrust, angst, spierpijn, zweten, misselijkheid, diarree, slapeloosheid, geeuwen, loopneus en pupilverwijding. Hoewel opioïdonttrekking meestal niet levensbedreigend is, kan deze zeer belastend zijn en aanleiding geven tot terugval. Psychische afhankelijkheid ontstaat wanneer iemand het gevoel krijgt niet meer zonder opioïden te kunnen functioneren, bijvoorbeeld vanwege pijn, spanning, emotionele ontregeling of craving. Vooral kortwerkende opioïden en middelen met snelle piekspiegels kunnen een sterk bekrachtigend effect hebben.
Comorbiditeit
Opioïdverslaving gaat vaak samen met andere psychische en lichamelijke problemen. Angststoornissen, depressieve stoornissen, trauma-gerelateerde klachten, persoonlijkheidsproblematiek en andere verslavingen komen frequent voor. Ook sociaal-maatschappelijke problemen, zoals schulden, instabiele huisvesting, relationele problemen en justitiële contacten, kunnen een belangrijke rol spelen. De zorgstandaard benadrukt daarom het belang van brede diagnostiek, waarbij niet alleen gekeken wordt naar middelengebruik, maar ook naar functioneren, lichamelijke gezondheid, psychische klachten en sociale omstandigheden. Bij langdurig opioïdgebruik bestaat daarnaast verhoogd risico op lichamelijke complicaties, zoals obstipatie, hormonale ontregeling, ademhalingsdepressie, infectieziekten bij injecterend gebruik en cognitieve achteruitgang. Bij gebruik van methadon moet specifiek aandacht bestaan voor het risico op hartritmestoornissen en QT-verlenging.
Overdosis
Een van de ernstigste risico’s van opioïdgebruik is een overdosis. Daarbij ontstaat ademhalingsdepressie, waarbij de ademhaling vertraagt of stopt. Het risico hierop neemt toe bij hoge doseringen, terugval na abstinentie, gecombineerd gebruik met alcohol of benzodiazepinen, en bij gebruik van krachtige synthetische opioïden zoals fentanyl. Een opioïdoverdosis kan levensbedreigend zijn. Kenmerken zijn sufheid, vernauwde pupillen, vertraagde ademhaling en bewusteloosheid. Naloxon kan als antidotum een overdosis tijdelijk opheffen en wordt steeds vaker preventief verstrekt aan risicogroepen.
Behandeling
De behandeling van opioïdverslaving bestaat meestal uit een combinatie van medicamenteuze behandeling, psychosociale begeleiding en herstelondersteuning. De zorgstandaard benadrukt het belang van matched care, gezamenlijke besluitvorming en langdurige begeleiding bij chronische problematiek. Motiverende gespreksvoering speelt vaak een belangrijke rol, evenals cognitieve gedragstherapie en terugvalpreventie. Goede behandeling richt zich niet alleen op abstinentie, maar ook op herstel van functioneren, gezondheid, relaties en maatschappelijke participatie.
Bij opioïdverslaving kunnen opioïdagonisten zoals methadon of buprenorfine worden gebruikt als onderhoudsbehandeling. Deze middelen verminderen craving, stabiliseren het functioneren en verkleinen het risico op illegaal gebruik, overdoses en infectieziekten. Voor sommige patiënten is langdurige onderhoudsbehandeling effectiever dan volledige abstinentie.
Ontgifting kan ambulant of klinisch plaatsvinden, afhankelijk van de ernst van de afhankelijkheid, bijkomende problematiek en de sociale situatie. Bij ernstige of chronische verslaving kan harm reduction een belangrijk behandeldoel zijn, waarbij schadebeperking en kwaliteit van leven centraal staan.
DSM-5-TR
In de DSM-5-TR wordt gesproken van een stoornis in het gebruik van opioïden wanneer sprake is van een problematisch patroon van opioïdgebruik dat leidt tot klinisch significante beperkingen of lijdensdruk. Dit uit zich in kenmerken zoals controleverlies, craving, tolerantie, ontwenningsverschijnselen, voortgezet gebruik ondanks schade en beperkingen in sociaal of beroepsmatig functioneren. De ernst wordt ingedeeld als licht (2–3 symptomen), matig (4–5 symptomen) of ernstig (6 of meer symptomen).
Literatuur
- American Psychiatric Association. (2022). Diagnostic and statistical manual of mental disorders (5th ed., text rev.; DSM-5-TR).
- Degenhardt L, Bucello C, Mathers B, Briegleb C, Ali H, Hickman M & McLaren J. (2011). Mortality among regular or dependent users of heroin and other opioids: A systematic review and meta-analysis. Addiction, 106(1), 32–51.
- Kosten TR & Baxter LE. (2019). Effective management of opioid withdrawal symptoms: A gateway to opioid dependence treatment. American Journal on Addictions, 28(2), 55–62.
- Strang, J et al.(2020). Opioid use disorder. Nature Reviews Disease Primers, 6(1), 3.
- Volkow ND & McLellan TA. (2016). Opioid abuse in chronic pain. Misconceptions and mitigation strategies. New England Journal of Medicine, 374(13), 1253–1263.
- Zorgstandaard Opiaatverslaving. Akwa GGZ.