Rouw: wat is normaal, wanneer wordt het ingewikkeld, en hoe kun je iemand ondersteunen?
Rouw is een bijna universele menselijke ervaring. Iedereen krijgt er vroeg of laat mee te maken. Toch blijft het één van de meest ontregelende gebeurtenissen in het leven, intens, pijnlijk en vaak verwarrend. Veel mensen vragen zich af: "Is dit normaal?" of “Hoelang duurt dit?”.
Rouw en verlies: wat bedoelen we precies?
Rouw ("grief") verwijst naar de emotionele reactie op een ingrijpend verlies, de pijn, het verdriet en het verlangen naar wat er niet meer is.¹ Meestal gaat het om het overlijden van een dierbare, maar ook andere verliezen kunnen een rouwproces uitlokken: het stuklopen van een relatie, verlies van gezondheid of werk, of het wegvallen van een rol die betekenis gaf. Hoewel rouw pijnlijk en vaak eenzaam voelt, is het een normale menselijke reactie op verlies, waarvoor de meeste mensen géén professionele hulp nodig hebben.² Rouw is daarmee een proces van aanpassen aan een nieuwe werkelijkheid.³ "Verlies"(bereavement) verwijst naar de feitelijke toestand waarin iemand zich bevindt na een overlijden, rouw is de beleving ervan: verdriet, verlangen, desoriëntatie, fysieke spanning, piekeren, slapeloosheid of moeite met concentratie.
Hoe verloopt rouw?
De eerste weken voelen veel mensen alsof ze op "automatische piloot" functioneren: regelzaken, bezoek, condoleances, praktische beslissingen. Daarna kan het gevoel juist sterker worden, vaak rond week 4–6, wanneer de drukte afneemt en steun van de omgeving wat wegvalt. Rouw verloopt niet lineair.4Mensen verwachten soms dat er vaste “stadia” zijn, maar rouw komt eerder in golven: periodes van hevig verdriet worden afgewisseld met momenten van afleiding of rust. Dit sluit aan bij het Duale Procesmodel van rouw (Stroebe& Schut), dat laat zien dat gezonde rouw bestaat uit een voortdurendebeweging tussen verliesgerichte momenten (zoals verdriet en verlangen) en herstelgerichte momenten (zoals afleiding en het oppakken van dagelijkseactiviteiten).4 Die natuurlijke “oscillatie” verklaart waarom rouw vaak als golven wordt ervaren.Veel mensen denken nog steeds in termen van de vijf fasen van rouw (ontkenning, woede, marchanderen, depressie en aanvaarding), zoals beschreven door Elisabeth Kübler-Ross in On Death and Dying5, terwijl deze fasen oorspronkelijk bedoeld waren om het proces van mensen met een terminale ziekte te beschrijven en niet om het rouwproces na een overlijden te duiden.
Hoe mensen rouwen verschilt sterk
Rouwreacties hangen o.a. af van: de relatie met de overledene, de omstandigheden van het overlijden, eerdere ervaringen met verlies en persoonlijkheid en copingstijl. Sommigen huilen veel en zoeken contact; anderen trekken zich terug. Beide reacties kunnen gezond zijn. Ook anticiperende of uitgesteld rouw, verdriet dat al begint vóór een overlijden, bijvoorbeeld bij ernstige ziekte. komt veel voor. Wanneer iemand niet "mag" rouwen, zoals bij het verlies van een verborgen relatie of een huisdier, spreken we van ongeschreven rouw (disenfranchised grief).
Klachten bij een normale rouwreactie
- emotionele verdoving of juist heftige, snel wisselende emoties
- vertraagd of vertraagd aanvoelend denken
- piekeren en verminderde concentratie
- een passieve, lusteloze houding of juist overactiviteit
- lichamelijke spanningsklachten
- slecht slapen of verstoord slaapritme
- sombere of depressieve gevoelens
Kinderen en jongeren
Kinderen beleven rouw anders dan volwassenen. Ze bewegen vaak snel tussen spel en verdriet en verwerken verlies in korte, intensieve ‘stukjes’. Eerlijke, begrijpelijke uitleg is essentieel, net als ruimte om vragen te stellen. Het helpt om kinderen te betrekken bij rituelen wanneer zij dat zelf willen en om de school te informeren, zodat daar extra aandacht en ondersteuning beschikbaar is.
Wanneer wordt rouw problematisch?
De meeste mensen passen zich na verloop van tijd aan hun nieuwe situatie aan. Maar bij ongeveer 7–10% 2,6 ontstaat een meer vastlopende vorm van rouw, tegenwoordig geclassificeerd als persisterende rouwstoornis (Prolonged Grief Disorder) in de DSM-5-TR.7 Hierbij is er minstens 12 maanden (bij kinderen: 6 maanden) sprake van hardnekkige, ontwrichtende klachten. De verouderde term pathologische rouw is inmiddels verlaten. In de vorige versie van de DSM werd deze problematiek aangeduid als Persisterende complexe rouwstoornis, terwijl gecompliceerde rouw nog altijd klinisch veel wordt gebruikt, maar geen officiële DSM-diagnose is.
Wat helpt?
Veel mensen ervaren steun aan een vaste dagstructuur, goede zelfzorg en leefstijl, en aan contact met mensen die veiligheid en begrip bieden. Waar rouw in vroegere eeuwen vooral een sociaal gebeuren was, met duidelijke rituelen zoals rouwkleding, burenhulp en wakes, is dat tegenwoordig grotendeels verdwenen. De rol van deze spontane gemeenschapssteun is vervangen door de professionele, maar vaak kortdurende begeleiding van de uitvaartondernemer. Hierdoor is het accent verschoven van langdurige, vanzelfsprekende steun naar een meer beperkte, commerciële betrokkenheid. Tegelijkertijd zien we dat rituelen soms worden geminimaliseerd of zelfs vermeden, waardoor nabestaanden minder houvast hebben en meer op zichzelf worden teruggeworpen. Ook de maatschappelijke ruimte voor rouw is beperkt: men krijgt doorgaans slechts enkele dagen bijzonder verlof, waarna verwacht wordt dat iemand weer volledig meedraait in het dagelijks leven, terwijl het vaak juist pas is begonnen.
Het rouwproces is erop gericht om de innerlijke realiteit, waarin de dood van de overledene nog geen vaste plek heeft, te verbinden met de uiterlijke realiteit van het leven zonder die persoon. Dat proces voltrekt zich stap voor stap. Praten over het verlies en het uiten van gevoelens kan helpen om deze nieuwe werkelijkheid te verwerken. Ook schrijven, zoals het maken van een afscheidsbrief, biedt ruimte om gedachten en emoties te ordenen. Daarnaast kunnen rituelen een krachtige manier vormen om het verlies te verinnerlijken. Denk aan een kleine ceremonie waarin een afscheidsbrief wordt voorgelezen of, op een voor de overledene betekenisvolle plek, symbolisch wordt verbrand. Zulke rituelen helpen om het afscheid tastbaar te maken en de overgang naar een leven zonder de dierbare te markeren.
Literatuur
- American Psychological Association. Grief. In: APA Dictionary of Psychology; 2018.
- Aoun SM, Breen LJ, Howting DA, et al. Who needs bereavement support? A population-based survey of bereavementrisk and support need. PLoS One.2015;10(3):e0121101. PubMed
- Morris S. Overcoming Grief: A Self-Help GuideUsing Cognitive Behavioural Techniques. 2nd ed. Little,Brown Book Group; 2018.
- Stroebe, M., & Schut, H. (1999). The dual process model of coping with bereavement: Rationale and description. Death Studies, 23(3), 197–224.
- Kübler-Ross, E. (1969). On Death and Dying.
- SzuhanyKL, Malgaroli M, Miron CD, et al. Prolonged Grief Disorder: Course, Diagnosis,Assessment, and Treatment. American Psychiatric Publishing; 2021:161–172.
- American Psychiatric Association. Diagnosticand Statistical Manual of Mental Disorders. FifthEdition, Text Revision (DSM-5-TR®). AmericanPsychiatric Association; 2022.