Na het overlijden van een dierbare ervaren de meeste mensen een periode van intens verdriet, gemis en ontregeling. In de loop van de tijd lukt het meestal geleidelijk om het verlies een plaats te geven en het dagelijkse leven weer op te pakken. Bij een deel van de mensen blijft het rouwproces echter langdurig vastlopen. Wanneer rouwklachten langdurig aanhouden en het functioneren ernstig blijven verstoren, kan sprake zijn van een persisterende complexe rouwstoornis, ook wel prolonged grief disorder genoemd. Uit onderzoek blijkt dat dit soort klachten zich voornamelijk ontwikkelen na een zogenaamd "traumatisch verlies", zoals moord, suïcide, een ramp, of wanneer er sprake was van een ongezonde gehechtheid aan en/of afhankelijkheid van de overledene. Daarnaast kunnen factoren zoals het ontbreken van sociale steun, een eerdere psychische kwetsbaarheid, of aanhoudende schuldgevoelens bijdragen aan het ontstaan van langdurige rouwklachten. De criteria van Persisterende-rouwstoornis zijn sterk gebaseerd op het werk van Prigerson en collega’s. Deze publicatie wordt vaak gezien als de basis voor de latere DSM- en ICD-definities.
DSM-5-TR
In de DSM-5-TR wordt deze stoornis beschreven als een rouwreactie die langer aanhoudt en ernstiger is dan past binnen de culturele of sociale context. De klachten leiden tot duidelijke beperkingen in het dagelijks functioneren. Kenmerkend zijn een intens en kwellend verlangen naar de overledene en/of een voortdurende preoccupatie met de overledene of de omstandigheden van het overlijden. Daarnaast kunnen klachten optreden zoals het gevoel dat een deel van jezelf is gestorven, aanhoudend ongeloof of moeite om het overlijden te aanvaarden, vermijding van herinneringen aan het verlies, intense emotionele pijn, moeite om het dagelijks leven en relaties weer op te pakken, emotionele verdoving en gevoelens van zinloosheid, leegte of eenzaamheid.
Prevalentie
Geschat wordt dat ongeveer 5 tot 10 procent van de mensen die een dierbare verliezen een persisterende rouwstoornis ontwikkelt. De meeste mensen doorlopen wel een intens rouwproces, maar herstellen geleidelijk zonder dat er sprake is van een psychiatrische stoornis. Het risico op langdurige rouwklachten lijkt groter na een traumatisch of onverwacht overlijden, zoals suïcide, moord, een ongeluk of een ramp. Ook een voorgeschiedenis van psychische klachten, het overlijden van een kind, een gebrek aan steun uit de omgeving of meerdere verliezen in korte tijd vergroten de kans op een gecompliceerd rouwproces.
Behandelopties
Behandelingen die vaak worden toegepast zijn onder andere Cognitieve Gedragstherapie (CGT), Complicated Grief Therapy (een specifieke rouwbehandeling gebaseerd op CGT), Narratieve therapie, EMDR wanneer traumatische herinneringen een rol spelen, en therapievormen die zich richten op betekenisgeving en acceptatie, zoals Acceptance and Commitment Therapy (ACT). De behandeling richt zich doorgaans op het verminderen van vermijding, het verwerken van pijnlijke herinneringen aan het verlies en het opnieuw oppakken van betekenisvolle activiteiten en relaties.
Literatuur
- American Psychiatric Association (2022). Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, Fifth Edition, Text Revision (DSM-5-TR). Washington DC: APA.
- GGZ-Standaard Trauma- en stressorgerelateerde stoornissen: Persisterende rouwstoornis. (2020)
- Prigerson HG, Horowitz MJ, Jacobs SC et al. (2009). Prolonged grief disorder: Psychometric validation of criteria proposed for DSM-V and ICD-11. PLoS Medicine, 6(8): e1000121.