Als het na langere tijd, niet lukt om het leven weer op te pakken wordt dat wel een Persisterende-rouwstoornis (prolonged grief disorder) genoemd. Geschat wordt dat in Nederland jaarlijks vijf tot tien procent van nabestaanden te maken met traumatische rouw. Uit onderzoek blijkt dat dit soort klachten zich voornamelijk ontwikkelen na een zogenaamd "traumatisch verlies", zoals moord, suïcide, een ramp, of wanneer er sprake was van een ongezonde gehechtheid aan en/of afhankelijkheid van de overledene. Daarnaast kunnen factoren zoals het ontbreken van sociale steun, een eerdere psychische kwetsbaarheid, of aanhoudende schuldgevoelens bijdragen aan het ontstaan van langdurige rouwklachten. De criteria van Persisterende-rouwstoornis zijn sterk gebaseerd op het werk van Prigerson en collega’s.1 Deze publicatie wordt vaak gezien als de basis voor de latere DSM- en ICD-definities.2
DSM-5-TR criteria (F43.8)
Bij een Persisterende-rouwstoornis is er minstens 12 maanden (bij kinderen: 6 maanden) sprake van hardnekkige, ontwrichtende klachten (die duidelijk buiten de culturele of sociale verwachtingen vallen én het dagelijks functioneren aantasten) zoals:
- gevoel alsof een deel van jezelf is "gestorven"
- voortdurende ongeloof of ontkenning sinds het overlijden
- vermijding van zaken die doen denken aan dat de persoon is overleden
- intense emotionele pijn
- moeite met het hervatten van dagelijkse activiteiten en relaties weer op te pakken
- emotionele verdoving
- gevoelens van zinloosheid of eenzaamheid
Wie loopt meer risico op vastlopende rouw?
Vastlopende rouw komt vaker voor bij mensen met een voorgeschiedenis van psychische klachten, zoals depressie of middelengebruik, en bij nabestaanden van een onverwacht, traumatisch of gewelddadig overlijden. Ook het overlijden van een kind, spanningen of conflicten binnen het gezin, een gebrek aan steun uit de omgeving of meerdere verliezen in korte tijd vergroten de kans op een gecompliceerd rouwproces. De omstandigheden rond het overlijden spelen daarbij een belangrijke rol: wanneer een overlijden plotseling plaatsvindt, ontbreekt vaak de mogelijkheid om afscheid te nemen of iets uit te spreken, wat het risico op complicaties verder kan verhogen.
Behandelopties
- Cognitieve gedragstherapie
- Complicated Grief Therapy
Richt op het verwerken van verlies, verminderen van vermijding en herintegreren van betekenisvolle activiteiten in het dagelijks leven. - Narratieve therapie
- EMDR
- Mindfulness-based therapieën: Acceptance and Commitment Therapy (ACT) of Mindfulness-Based Cognitive Therapy (MBCT)
Literatuur
1. Prigerson, H. G., Horowitz, M. J., Jacobs, S. C., et al. (2009). Prolonged grief disorder: Psychometric validation of criteria proposed for DSM-V and ICD-11. PLoS Medicine, 6(8): e1000121.
2. American Psychiatric Association. Diagnosticand Statistical Manual of Mental Disorders. FifthEdition, Text Revision (DSM-5-TR®). AmericanPsychiatric Association; 2022.