Slaapapneu is een slaapstoornis waarbij de ademhaling tijdens de slaap herhaaldelijk vermindert of kortdurend stopt. Daardoor raakt de slaap telkens verstoord, vaak zonder dat iemand zich daarvan volledig bewust is. Veel mensen met slaapapneu slapen ogenschijnlijk “een hele nacht”, maar worden toch niet uitgerust wakker. Het probleem is dus niet alleen snurken of kortdurend stoppen met ademen, maar vooral dat de slaap steeds opnieuw wordt onderbroken. Daardoor kan slaapapneu leiden tot vermoeidheid, slaperigheid overdag, concentratieproblemen, prikkelbaarheid en een verhoogde lichamelijke belasting.
Tijdens de slaap verslappen de spieren van de bovenste luchtweg. Bij sommige mensen vernauwt of sluit de luchtweg dan tijdelijk af, waardoor de ademhaling vermindert of stopt. Het lichaam reageert daarop met een korte ontwaakreactie om weer lucht te krijgen. Vaak merkt iemand dat zelf niet bewust, maar de slaap wordt daardoor wel steeds opnieuw verstoord. Dat kan tientallen keren per uur gebeuren. Hoe vaker dat gebeurt, hoe groter meestal de impact op de slaapkwaliteit, het zuurstofgehalte en het dagelijks functioneren.
Slaapapneu is meer dan een snurkprobleem. Wanneer de ademhaling tijdens de slaap telkens verstoord raakt, leidt dat tot herhaalde ontwaakreacties, slaapfragmentatie en soms ook zuurstofdalingen. Op de langere termijn kan dat bijdragen aan een verhoogd risico op hoge bloeddruk, hart- en vaatziekten, hartritmestoornissen en metabole ontregeling, zoals insulineresistentie of diabetes. Daarnaast kan slaapapneu ook psychische en cognitieve klachten versterken of nabootsen. Mensen kunnen zich prikkelbaar, somber, gespannen of mentaal traag voelen. Juist daarom is het belangrijk om bij aanhoudende vermoeidheid, concentratieproblemen of slecht herstel niet alleen aan stress, burn-out of depressieve klachten te denken.
Indeling
De meest voorkomende vorm is obstructieve slaapapneu. Daarbij ontstaat tijdens de slaap een tijdelijke blokkade of vernauwing van de bovenste luchtweg, meestal in de keelregio. Dit gaat vaak samen met snurken, ademstops en een onrustige slaap. Bij centrale slaapapneu ligt het probleem niet primair in een afgesloten luchtweg, maar in de aansturing van de ademhaling vanuit de hersenen. Deze vorm komt minder vaak voor en vraagt meestal om specialistische beoordeling. Soms is er sprake van een combinatie van obstructieve en centrale kenmerken. Dat wordt soms complexe of gemengde slaapapneu genoemd.
Symptomen
Slaapapneu kan zich op verschillende manieren uiten. Sommige mensen denken vooral aan luid snurken, maar de klachten zijn vaak breder. Mogelijke signalen zijn luid of onregelmatig snurken, ademstops tijdens de slaap die vaak door een partner worden opgemerkt, plotseling naar lucht happen of onrustig wakker worden, wakker worden met een droge mond of keelpijn, ochtendhoofdpijn, niet uitgerust wakker worden, overmatige slaperigheid of vermoeidheid overdag, en concentratieproblemen, vergeetachtigheid of prikkelbaarheid. Niet iedereen met slaapapneu herkent zichzelf direct in “slaperigheid”. Soms staan eerder uitputting, mentale traagheid, stemmingsverandering of slecht herstel op de voorgrond.
DSM-5-TR
De DSM-5-TR onderscheidt binnen de slaap-waakstoornissen verschillende vormen van slaapgerelateerde ademhalingsstoornissen, waaronder obstructieve slaapapneu-hypopneu, centrale slaapapneu en slaapgerelateerde hypoventilatie. Bij obstructieve slaapapneu is er sprake van herhaalde episoden van obstructie van de bovenste luchtweg tijdens de slaap, wat leidt tot verstoorde slaap en vaak ook slaperigheid of vermoeidheid overdag. De diagnose wordt in de praktijk meestal gesteld met behulp van slaaponderzoek.
Risicofactoren
Slaapapneu kan bij iedereen voorkomen, maar bepaalde factoren verhogen de kans. Overgewicht speelt vaak een belangrijke rol, net als een smallere of kwetsbare bovenste luchtweg, hogere leeftijd en familiaire aanleg. Ook alcoholgebruik in de avond, slaapmiddelen of andere sederende medicatie, roken en chronische neusverstopping kunnen de klachten verergeren. Tegelijk is het belangrijk om te beseffen dat slaapapneu niet alleen voorkomt bij mensen met obesitas. Ook mensen zonder duidelijk overgewicht kunnen deze aandoening hebben.
Behandeling
De behandeling hangt af van de ernst van de klachten, het type slaapapneu en de lichamelijke situatie. Bij milde of matige klachten kunnen leefstijlaanpassingen al veel verschil maken. Gewichtsverlies, minder alcohol in de avond, stoppen met roken, terughoudendheid met slaapmiddelen en soms aanpassing van de slaaphouding kunnen de klachten verminderen. De meest gebruikte en vaak meest effectieve behandeling bij obstructieve slaapapneu is CPAP (continuous positive airway pressure). Daarbij wordt via een masker lucht onder lichte druk toegediend, zodat de luchtweg tijdens de slaap open blijft. Bij sommige mensen kan ook een mondbeugel, meestal een mandibulair repositieapparaat (MRA), helpen. Die houdt de onderkaak en tong in een gunstiger positie, waardoor de luchtweg minder snel dichtvalt. In sommige gevallen kan een operatie worden overwogen, bijvoorbeeld wanneer er duidelijke anatomische factoren zijn die de luchtweg vernauwen. Dat is meestal niet de eerste stap, maar soms wel passend.
Literatuur
- American Academy of Sleep Medicine. (2023). International classification of sleep disorders (3rd ed., text revision; ICSD-3-TR). Darien, IL: American Academy of Sleep Medicine.
- American Psychiatric Association. (2022). Diagnostic and statistical manual of mental disorders (5th ed., text rev.; DSM-5-TR). Washington, DC: American Psychiatric Publishing.
- Jordan A.S, McSharry DG & Malhotra A. (2014). Adult obstructive sleep apnoea. The Lancet, 383(9918), 736–747.
- Punjabi NM. (2008). The epidemiology of adult obstructive sleep apnea. Proceedings of the American Thoracic Society, 5(2), 136–143.
- Senaratna CV, Perret JL, Lodge CJ et al. (2017). Prevalence of obstructive sleep apnea in the general population: A systematic review. Sleep Medicine Reviews, 34, 70–81.
- Sateia MJ. (2014). International classification of sleep disorders, third edition. Chest, 146(5), 1387–1394.