DSM-5-TR
Anorexia nervosa wordt in de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM-5-TR) omschreven als een eetstoornis waarbij iemand langdurig minder energie inneemt dan het lichaam nodig heeft. Dit leidt tot een significant te laag lichaamsgewicht, rekening houdend met leeftijd, lengte, geslacht en de lichamelijke ontwikkeling. Bij volwassenen gaat het om een gewicht dat onder het minimaal gezonde niveau ligt, terwijl bij kinderen en adolescenten sprake is van onvoldoende gewichtstoename in verhouding tot wat in de groeifase verwacht mag worden.
Een tweede kenmerk is een intense en voortdurend aanwezige angst om aan te komen. Deze angst blijft bestaan, zelfs wanneer het gewicht ernstig is gedaald. Veel patiënten proberen gewichtstoename actief te voorkomen door te lijnen, te vasten, overmatig te bewegen of andere vormen van compensatie in te zetten. Deze gedragingen worden ervaren als noodzakelijk om spanning en angst te verminderen.
Daarnaast is er sprake van een duidelijk verstoorde lichaamsbeleving. Het eigen lichaam wordt als te groot of “dik” ervaren, ondanks een vaak ernstig ondergewicht. Het lichaamsgewicht en de lichaamsvorm hebben een onevenredig grote invloed op hoe iemand zichzelf beoordeelt. Ook komt het voor dat patiënten de ernst van hun ondergewicht niet erkennen of de risico’s ervan bagatelliseren, wat het zoeken van hulp bemoeilijkt
Subtypes
Binnen anorexia nervosa worden in de DSM-5 TR twee varianten onderscheiden. Bij het restrictieve type verliezen patiënten gewicht door langdurig en strikt te lijnen, te vasten of door excessieve lichaamsbeweging. Er is in de voorafgaande drie maanden geen sprake geweest van terugkerende eetbuien of purgeergedrag.
Bij het eetbuien/purgerend type komen wel eetbuien voor of momenten van purgeergedrag, zoals zelf opgewekt braken of het gebruik van laxantia. Dit gebeurt terugkerend en is vaak onderdeel van een patroon waarin spanning of schuldgevoel wordt gereguleerd door compensatie. Purgeren kan verschillende vormen aannemen. Braken wordt vaak kunstmatig opgewekt en kan, na verloop van tijd, zo automatisch gaan dat het bijna spontaan lijkt te gebeuren. Laxantia of diuretica worden soms gebruikt, al zijn ze weinig effectief voor gewichtscontrole omdat voeding al in de dunne darm wordt opgenomen voordat deze middelen effect hebben. Daarnaast worden soms eetlustremmers, “dieetpillen” of andere middelen gebruikt in pogingen om gewichtstoename te voorkomen.
Remissie
De DSM-5-TR onderscheidt gedeeltelijke en volledige remissie. Bij gedeeltelijke remissie zijn sommige kernsymptomen verminderd, maar niet geheel verdwenen; er kan bijvoorbeeld sprake zijn van gewichtsstabilisatie, terwijl angst voor gewichtstoename nog aanwezig blijft. Bij volledige remissie zijn de symptomen gedurende langere tijd afwezig, inclusief herstel van eetgedrag, lichaamsbeleving en een stabiel, gezond gewicht.
Ernst
De ernst van anorexia nervosa wordt in de DSM-5-TR bepaald aan de hand van de BMI. Een lichte vorm correspondeert met een BMI van 17 of hoger; een matige vorm met een BMI tussen 16 en 16,99; een ernstige vorm met een BMI tussen 15 en 15,99; en een zeer ernstige vorm met een BMI onder de 15. De DSM geeft aan dat deze classificatie mag worden verhoogd wanneer andere factoren, zoals psychische lijdensdruk, medische instabiliteit of extreem compensatiegedrag, wijzen op een ernstiger klinisch beeld. Daarnaast wordt aangegeven of iemand gedeeltelijk of volledig in remissie is. Bij gedeeltelijke remissie zijn sommige kenmerken afgenomen, maar niet geheel verdwenen; bij volledige remissie zijn alle kernkenmerken gedurende langere tijd afwezig.
Literatuur
American Psychiatric Association. (2022). Diagnostic and statistical manual of mental disorders (5th ed., text rev.; DSM-5-TR). American Psychiatric Publishing.