Benzodiazepinen zijn slaap- en kalmeringsmiddelen die worden voorgeschreven bij slapeloosheid, angst, onrust en bij specifieke indicaties zoals alcoholonttrekking of epileptische aanvallen. Op korte termijn kunnen ze effectief zijn, maar ze zijn niet bedoeld voor langdurig gebruik. Richtlijnen adviseren daarom terughoudendheid en een beperkte behandelduur, doorgaans niet langer dan enkele weken.
Wanneer wordt gebruik problematisch?
Problematisch gebruik ontstaat wanneer iemand benzodiazepinen blijft gebruiken terwijl de oorspronkelijke indicatie voorbij is, wanneer afbouwen niet meer lukt, of Problematisch gebruik ontstaat wanneer benzodiazepinen langer worden gebruikt dan beoogd, wanneer afbouwen niet lukt, of wanneer het gebruik geleidelijk een centrale rol gaat spelen in het dagelijks functioneren. In de praktijk begint dit vaak met voorschrijven voor een legitieme indicatie, waarna het gebruik zich ongemerkt voortzet. Een belangrijk onderscheid is dat tussen lichamelijke afhankelijkheid en verslaving. Lichamelijke afhankelijkheid is een voorspelbaar farmacologisch effect bij langdurig gebruik en uit zich in tolerantie en ontwenningsklachten bij stoppen. Dit komt relatief vaak voor en zegt op zichzelf weinig over gedrag. Van een stoornis in het gebruik is pas sprake wanneer er verlies van controle ontstaat, het gebruik een dwingend karakter krijgt en leidt tot beperkingen in functioneren of tot lijdensdruk. Dat onderscheid is klinisch essentieel, omdat veel patiënten langdurig gebruiken zonder verslavingsgedrag, maar wel afhankelijk zijn geraakt.
Afhankelijkheid
Benzodiazepinen kunnen zowel lichamelijke als psychische afhankelijkheid veroorzaken. Lichamelijke afhankelijkheid blijkt uit ontwenningsverschijnselen bij stoppen, zoals angst, slapeloosheid, onrust, tremor en vegetatieve klachten. In ernstigere gevallen kunnen derealisatie, hallucinaties of insulten optreden. Psychische afhankelijkheid ontstaat wanneer iemand het gevoel krijgt niet meer zonder het middel te kunnen functioneren, slapen of tot rust te komen. Dit kan ook optreden bij gebruik binnen therapeutische doseringen en zonder dat er sprake is van verslaving in strikte zin.
Afbouwen en stoppen
Plotseling stoppen na langdurig gebruik wordt ontraden vanwege het risico op ontwenningsverschijnselen. Afbouwen gebeurt bij voorkeur geleidelijk en in overleg met de patiënt, met ruimte voor aanpassing van het tempo op basis van klachten. Omzetting naar een langwerkend middel zoals diazepam kan behulpzaam zijn, maar is niet altijd noodzakelijk en wordt tegenwoordig meer selectief toegepast. Een directe, geleidelijke afbouw van het gebruikte middel is in veel gevallen ook goed mogelijk. De kern is een gepersonaliseerd afbouwschema, waarbij kleine stappen worden genomen en stabilisatieperiodes worden ingebouwd indien nodig. Hulpmiddelen zoals taperingstrips kunnen hierbij ondersteunend zijn. Psychologische begeleiding, met name cognitieve gedragstherapie (CGT) gericht op slapeloosheid of angst, vergroot de kans op succesvol stoppen. Belangrijk is ook aandacht voor onderliggende klachten, omdat terugval vaak samenhangt met het opnieuw optreden van angst of slaapproblemen.
DSM-5-TR
In de DSM-5-TR wordt gesproken van een stoornis in het gebruik van middelen wanneer er sprake is van een patroon van gebruik dat leidt tot klinisch significante beperkingen of lijdensdruk. Dit komt tot uiting in meerdere kenmerken die zich binnen een periode van twaalf maanden voordoen.
Het gaat onder andere om het gebruik in grotere hoeveelheden of gedurende een langere periode dan de bedoeling was, en om een aanhoudende wens of mislukte pogingen om het gebruik te verminderen of onder controle te krijgen. Ook kan er veel tijd gaan zitten in het verkrijgen, gebruiken of herstellen van de effecten van het middel, en kan er sprake zijn van een sterke drang of zucht (craving). Verder kunnen tolerantie en ontwenningsverschijnselen optreden.
Daarnaast kan het gebruik ertoe leiden dat verplichtingen op het werk, op school of thuis niet meer goed worden nagekomen, of dat het gebruik wordt voortgezet ondanks sociale of interpersoonlijke problemen die erdoor veroorzaakt of verergerd worden. Belangrijke activiteiten kunnen worden opgegeven of verminderd, en het middel kan worden gebruikt in situaties waarin dit fysiek gevaarlijk is.
Literatuur
- Ashton H. Benzodiazepines: how they work and how to withdraw.
- Brett J, Murnion B. Management of benzodiazepine misuse and dependence. Aust Prescr.
- Billioti de Gage S et al. Benzodiazepine use and risk of dementia: systematic review and meta-analysis (controversieel maar relevant voor discussie).
- GGZ Standaard. Drugs (niet-opioïden): stoornissen in het gebruik van cannabis, cocaïne, amfetamine, ecstasy, GHB en benzodiazepines.
- NHG / Thuisarts. Ik ga slaappillen slikken en Ik wil stoppen met slaappillen.
- NHG-Standaard Slaapproblemen en NHG-Standaard Angst.
- Jellinek. Slaap- en kalmeringsmiddelen / benzodiazepinen en Hoe kun je ontwennen van slaap- en kalmeringsmiddelen?
- Lader M. Benzodiazepine harm: how can it be reduced? Br J Clin Pharmacol.
- Soumerai, S. B., Simoni-Wastila, L., Singer, C., Mah, C., Gao, X., Salzman, C., & Ross-Degnan, D. (2003). Lack of relationship between long-term use of benzodiazepines and escalation to high dosages. Psychiatric Services, 54(7), 1006-1011. Deze studie is relevant omdat zij laat zien dat langdurig gebruik niet automatisch betekent dat doseringen steeds verder escaleren
- Oude Voshaar RC et al. Discontinuation of benzodiazepines in long-term users.