Antidepressiva - bijwerkingen

Antidepressiva kunnen bijwerkingen geven. Deze treden vooral op in de eerste weken na de start van de behandeling of na een dosisverhoging. Veel bijwerkingen zijn dosisafhankelijk. Dat betekent dat ze vaker of sterker optreden bij een hogere dosering. Een deel van de bijwerkingen neemt na één tot enkele weken af doordat gewenning optreedt. Dit geldt bijvoorbeeld voor misselijkheid, lichte duizeligheid, sufheid of slaapverstoring. Andere bijwerkingen, zoals seksuele disfunctie, gewichtstoename of emotionele vervlakking, kunnen juist langer blijven bestaan.
Het bijwerkingenprofiel verschilt duidelijk per middelgroep. Serotonerge antidepressiva, zoals SSRI’s en SNRI’s, geven in de beginfase vooral klachten die passen bij centrale activatie, zoals innerlijke onrust, agitatie, toegenomen angst, slaapproblemen en levendig dromen. Daarnaast komen misselijkheid en andere gastro-intestinale klachten frequent voor, vooral in de eerste weken. Seksuele disfunctie en zweten zijn typische bijwerkingen van deze groep en kunnen langer blijven bestaan.
Tricyclische antidepressiva hebben een ander bijwerkingenprofiel, dat vooral wordt bepaald door anticholinerge en antihistaminerge effecten. Daarbij staan droge mond, obstipatie, wazig zien, urineretentie, sufheid en gewichtstoename meer op de voorgrond. Ook orthostatische hypotensie en cardiale geleidingsstoornissen kunnen optreden, vooral bij hogere doseringen, ouderen of patiënten met cardiale kwetsbaarheid. Mirtazapine en mianserine geven relatief vaak sedatie en gewichtstoename, vooral in het begin van de behandeling.

Veelvoorkomende bijwerkingen

In de eerste weken komen misselijkheid, diarree, obstipatie, hoofdpijn, duizeligheid, zweten, slaapstoornissen en vermoeidheid regelmatig voor. Bij serotonerge middelen kunnen ook onrust, agitatie, tremor, levendig dromen en een tijdelijke toename van angst optreden. Deze klachten zijn meestal het duidelijkst bij het starten of verhogen van de dosis en nemen vaak af naarmate het lichaam aan het middel gewend raakt.

Seksuele disfunctie is een van de meest voorkomende en klinisch relevante bijwerkingen van antidepressiva, vooral bij serotonerge middelen zoals SSRI’s en SNRI’s. In studies wordt een prevalentie van meer dan 50% gevonden, terwijl patiënten deze klachten spontaan veel minder vaak rapporteren. De klachten betreffen verminderd libido, verminderde opwinding, erectiestoornissen, verminderde genitale gevoeligheid en met name vertraagd of uitblijvend orgasme. Orgasmeproblemen komen het meest voor. De klachten zijn vaak dosisafhankelijk en verdwijnen niet altijd spontaan. Tolerantie voor seksuele bijwerkingen treedt minder vaak op dan bij andere bijwerkingen. Bij een groot deel van de patiënten blijven de klachten bestaan zolang het antidepressivum wordt gebruikt. Serotonerge antidepressiva geven het hoogste risico, terwijl middelen zoals bupropion, mirtazapine en moclobemide minder vaak seksuele bijwerkingen veroorzaken.
In zeldzame gevallen blijven seksuele functiestoornissen bestaan na het stoppen van een serotonerg antidepressivum. Dit wordt aangeduid als post-SSRI sexual dysfunction (PSSD). Hoewel de frequentie en risicofactoren nog onvoldoende duidelijk zijn, is het klinisch relevant omdat de klachten langdurig en belastend kunnen zijn.

Gewichtstoename verschilt sterk per middel. Mirtazapine en tricyclische antidepressiva geven relatief vaak gewichtstoename. Bij SSRI’s is gewichtstoename gemiddeld minder uitgesproken in de eerste fase, maar kan deze bij langdurig gebruik alsnog optreden. Ook vermoeidheid, afgenomen initiatief en emotionele vervlakking worden beschreven bij langer gebruik van serotonerge antidepressiva. Het onderscheid met restklachten van depressie is daarbij soms moeilijk.

Bijwerkingen op langere termijn

Bij langdurig gebruik staan vooral seksuele disfunctie, gewichtstoename, zweten, slaapverstoring, emotionele vervlakking en moeite met stoppen op de voorgrond. Onttrekkingsverschijnselen worden apart besproken op de pagina. NICE benadrukt dat onttrekkingsklachten soms ernstig kunnen zijn en bij een deel van de patiënten langer kunnen aanhouden, vooral na abrupt stoppen of te snelle afbouw.  Een bijzondere vorm van langdurige seksuele klachten is persisterende seksuele disfunctie na gebruik van SSRI’s of SNRI’s, vaak aangeduid als post-SSRI sexual dysfunction. Hierbij blijven seksuele functiestoornissen bestaan na het stoppen van het antidepressivum. De frequentie en risicofactoren zijn nog onvoldoende vastgesteld, maar het beeld is inmiddels erkend in geneesmiddelenbewaking en verdient vermelding omdat de klachten ernstig en langdurig kunnen zijn.

Psychiatrische bijwerkingen

In de beginfase van behandeling kunnen antidepressiva leiden tot toegenomen onrust, agitatie, prikkelbaarheid, slapeloosheid en impulsiviteit. Deze klachten treden met name op bij start of dosisverhoging en nemen vaak af na gewenning, maar vereisen alertheid. Bij kinderen, adolescenten en jongvolwassenen tot ongeveer 25 jaar is er een verhoogd risico op suïcidale gedachten en gedrag in de eerste fase van behandeling. Dit vraagt om zorgvuldige monitoring, vooral in de eerste weken en bij dosisaanpassingen. Antidepressiva kunnen daarnaast een hypomanie of manie uitlokken, vooral bij patiënten met een bipolaire kwetsbaarheid. Dit risico is verhoogd bij een familiaire belasting voor stemmingsstoornissen, eerdere hypomane symptomen, psychotische kenmerken en ernstige depressies.

Literatuur

  • Cipriani A et al. (2018). Comparative efficacy and acceptability of 21 antidepressant drugs for the acute treatment of adults with major depressive disorder. The Lancet, 391, 1357–1366.
  • Clayton AH et al. (2014). Sexual dysfunction during antidepressant treatment. Journal of Clinical Psychiatry.
  • Ferreira GE et al. (2023). Efficacy, safety, and tolerability of antidepressants for pain in adults: overview of systematic reviews. BMJ, 380, e072415.  
  • Ferguson JM. (2001). SSRI antidepressant medications: adverse effects and tolerability. Primary Care Companion to The Journal of Clinical Psychiatry, 3(1), 22–27.
  • Henssler J, Heinz A, Brandt L & Bschor T. (2019). Antidepressant withdrawal and rebound phenomena. Deutsches Ärzteblatt International, 116, 355–361.
  • Montejo AL et al. (2019). Management of sexual dysfunction associated with antidepressant treatment. Expert Review of Neurotherapeutics.
  • National Institute for Health and Care Excellence. (2022). Depression in adults: treatment and management (NG222).  
  • Naarding P en Risselada AJ Molemans Praktische psychofarmacologie. Prelum (2021)
  • Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb. Meldingen van persisterende seksuele disfunctie bij SSRI-gebruik.
  • Royal College of Psychiatrists. (2024). Stopping antidepressants.  

Antidepressiva kunnen bijwerkingen geven. Deze treden vooral op in de eerste weken na de start van de behandeling of na een dosisverhoging. Veel bijwerkingen zijn dosisafhankelijk. Dat betekent dat ze vaker of sterker optreden bij een hogere dosering. Een deel van de bijwerkingen neemt na één tot enkele weken af doordat gewenning optreedt. Dit geldt bijvoorbeeld voor misselijkheid, lichte duizeligheid, sufheid of slaapverstoring. Andere bijwerkingen, zoals seksuele disfunctie, gewichtstoename of emotionele vervlakking, kunnen juist langer blijven bestaan.
Het bijwerkingenprofiel verschilt duidelijk per middelgroep. Serotonerge antidepressiva, zoals SSRI’s en SNRI’s, geven in de beginfase vooral klachten die passen bij centrale activatie, zoals innerlijke onrust, agitatie, toegenomen angst, slaapproblemen en levendig dromen. Daarnaast komen misselijkheid en andere gastro-intestinale klachten frequent voor, vooral in de eerste weken. Seksuele disfunctie en zweten zijn typische bijwerkingen van deze groep en kunnen langer blijven bestaan.
Tricyclische antidepressiva hebben een ander bijwerkingenprofiel, dat vooral wordt bepaald door anticholinerge en antihistaminerge effecten. Daarbij staan droge mond, obstipatie, wazig zien, urineretentie, sufheid en gewichtstoename meer op de voorgrond. Ook orthostatische hypotensie en cardiale geleidingsstoornissen kunnen optreden, vooral bij hogere doseringen, ouderen of patiënten met cardiale kwetsbaarheid. Mirtazapine en mianserine geven relatief vaak sedatie en gewichtstoename, vooral in het begin van de behandeling.

Veelvoorkomende bijwerkingen

In de eerste weken komen misselijkheid, diarree, obstipatie, hoofdpijn, duizeligheid, zweten, slaapstoornissen en vermoeidheid regelmatig voor. Bij serotonerge middelen kunnen ook onrust, agitatie, tremor, levendig dromen en een tijdelijke toename van angst optreden. Deze klachten zijn meestal het duidelijkst bij het starten of verhogen van de dosis en nemen vaak af naarmate het lichaam aan het middel gewend raakt.

Seksuele disfunctie is een van de meest voorkomende en klinisch relevante bijwerkingen van antidepressiva, vooral bij serotonerge middelen zoals SSRI’s en SNRI’s. In studies wordt een prevalentie van meer dan 50% gevonden, terwijl patiënten deze klachten spontaan veel minder vaak rapporteren. De klachten betreffen verminderd libido, verminderde opwinding, erectiestoornissen, verminderde genitale gevoeligheid en met name vertraagd of uitblijvend orgasme. Orgasmeproblemen komen het meest voor. De klachten zijn vaak dosisafhankelijk en verdwijnen niet altijd spontaan. Tolerantie voor seksuele bijwerkingen treedt minder vaak op dan bij andere bijwerkingen. Bij een groot deel van de patiënten blijven de klachten bestaan zolang het antidepressivum wordt gebruikt. Serotonerge antidepressiva geven het hoogste risico, terwijl middelen zoals bupropion, mirtazapine en moclobemide minder vaak seksuele bijwerkingen veroorzaken.
In zeldzame gevallen blijven seksuele functiestoornissen bestaan na het stoppen van een serotonerg antidepressivum. Dit wordt aangeduid als post-SSRI sexual dysfunction (PSSD). Hoewel de frequentie en risicofactoren nog onvoldoende duidelijk zijn, is het klinisch relevant omdat de klachten langdurig en belastend kunnen zijn.

Gewichtstoename verschilt sterk per middel. Mirtazapine en tricyclische antidepressiva geven relatief vaak gewichtstoename. Bij SSRI’s is gewichtstoename gemiddeld minder uitgesproken in de eerste fase, maar kan deze bij langdurig gebruik alsnog optreden. Ook vermoeidheid, afgenomen initiatief en emotionele vervlakking worden beschreven bij langer gebruik van serotonerge antidepressiva. Het onderscheid met restklachten van depressie is daarbij soms moeilijk.

Bijwerkingen op langere termijn

Bij langdurig gebruik staan vooral seksuele disfunctie, gewichtstoename, zweten, slaapverstoring, emotionele vervlakking en moeite met stoppen op de voorgrond. Onttrekkingsverschijnselen worden apart besproken op de pagina. NICE benadrukt dat onttrekkingsklachten soms ernstig kunnen zijn en bij een deel van de patiënten langer kunnen aanhouden, vooral na abrupt stoppen of te snelle afbouw.  Een bijzondere vorm van langdurige seksuele klachten is persisterende seksuele disfunctie na gebruik van SSRI’s of SNRI’s, vaak aangeduid als post-SSRI sexual dysfunction. Hierbij blijven seksuele functiestoornissen bestaan na het stoppen van het antidepressivum. De frequentie en risicofactoren zijn nog onvoldoende vastgesteld, maar het beeld is inmiddels erkend in geneesmiddelenbewaking en verdient vermelding omdat de klachten ernstig en langdurig kunnen zijn.

Psychiatrische bijwerkingen

In de beginfase van behandeling kunnen antidepressiva leiden tot toegenomen onrust, agitatie, prikkelbaarheid, slapeloosheid en impulsiviteit. Deze klachten treden met name op bij start of dosisverhoging en nemen vaak af na gewenning, maar vereisen alertheid. Bij kinderen, adolescenten en jongvolwassenen tot ongeveer 25 jaar is er een verhoogd risico op suïcidale gedachten en gedrag in de eerste fase van behandeling. Dit vraagt om zorgvuldige monitoring, vooral in de eerste weken en bij dosisaanpassingen. Antidepressiva kunnen daarnaast een hypomanie of manie uitlokken, vooral bij patiënten met een bipolaire kwetsbaarheid. Dit risico is verhoogd bij een familiaire belasting voor stemmingsstoornissen, eerdere hypomane symptomen, psychotische kenmerken en ernstige depressies.

Literatuur

  • Cipriani A et al. (2018). Comparative efficacy and acceptability of 21 antidepressant drugs for the acute treatment of adults with major depressive disorder. The Lancet, 391, 1357–1366.
  • Clayton AH et al. (2014). Sexual dysfunction during antidepressant treatment. Journal of Clinical Psychiatry.
  • Ferreira GE et al. (2023). Efficacy, safety, and tolerability of antidepressants for pain in adults: overview of systematic reviews. BMJ, 380, e072415.  
  • Ferguson JM. (2001). SSRI antidepressant medications: adverse effects and tolerability. Primary Care Companion to The Journal of Clinical Psychiatry, 3(1), 22–27.
  • Henssler J, Heinz A, Brandt L & Bschor T. (2019). Antidepressant withdrawal and rebound phenomena. Deutsches Ärzteblatt International, 116, 355–361.
  • Montejo AL et al. (2019). Management of sexual dysfunction associated with antidepressant treatment. Expert Review of Neurotherapeutics.
  • National Institute for Health and Care Excellence. (2022). Depression in adults: treatment and management (NG222).  
  • Naarding P en Risselada AJ Molemans Praktische psychofarmacologie. Prelum (2021)
  • Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb. Meldingen van persisterende seksuele disfunctie bij SSRI-gebruik.
  • Royal College of Psychiatrists. (2024). Stopping antidepressants.