Dramatherapie

Meer informatie
No items found.
Getekende toneelscène met rechts twee mensen die elkaar vasthouden en links een volwassen man die zijn handen op de schouders van een kind legt

Geschiedenis

Dramatherapie ontwikkelde zich in de tweede helft van de twintigste eeuw binnen de bredere beweging van de creatieve therapieën, met name in het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. Zij werd mede beïnvloed door het werk van Jacob Levy Moreno, die begin twintigste eeuw het psychodrama ontwikkelde (Moreno, 1946). Waar Moreno’s psychodrama zich positioneerde als een specifieke vorm van groepspsychotherapie, ontstond dramatherapie als zelfstandige vaktherapeutische discipline. Opleidingen, beroepsverenigingen en theoretische modellen integreerden drama met ontwikkelingspsychologie, systeemdenken en later ook traumagerichte benaderingen (Emunah, 1994; Johnson & Emunah, 2009). Het onderscheid is wezenlijk: psychodrama is een psychotherapeutische methode met een vaste groepsstructuur en protagonist; dramatherapie is breder inzetbaar, ook individueel, en gebruikt theatrale middelen flexibeler en vaak meer symbolisch.

Wat is dramatherapie?

Dramatherapie is een vorm van vaktherapie waarin theatrale middelen zoals spel, rol, scène enverbeelding doelgericht worden ingezet om psychische klachten te onderzoeken en te behandelen. Het is geen toneelspelen om het toneelspelen, maar een gestructureerde therapeutische methode waarin ervaring centraal staat. Waar gesprekstherapie vooral werkt via taal en reflectie, werkt dramatherapie via doen, uitbeelden en ervaren. Het uitgangspunt is dat mensen hun identiteit mede vormgeven via rollen. We zijn ouder, partner, professional, kind van onze ouders. In psychische ontregeling raken sommige rollen verstard of dominant. Iemand met een depressie kan zich bijvoorbeeld volledig identificeren met de rol van “mislukte” of “machteloze”. Dramatherapie maakt het mogelijk om met die rollen te experimenteren en alternatieven te verkennen (Emunah, 1994; Johnson & Emunah, 2009). In tegenstelling tot gesprekstherapie staat niet het analyseren van ervaringen centraal, maar het uitbeelden ervan. Het theatrale element is geen doel op zich, maar een middel om innerlijke processen concreet en hanteerbaar te maken.

Wat doet dramatherapie? (werkingsmechanismen)

Dramatherapie werkt via drie samenhangende mechanismen.
Ten eerste creëert zij symbolische afstand. Door een ervaring in een rol of scène te plaatsen, ontstaat ruimte tussen de persoon en het probleem. Deze esthetische distantie maakt het mogelijk om beladen emoties te onderzoeken zonder overspoeling (Emunah, 1994).
Ten tweede bevordert zij belichaamde verwerking. Gedrag wordt niet alleen besproken maar uitgevoerd. Omdat veel relationele patronen impliciet en non-verbaal zijn opgeslagen, kan fysieke enactment nieuwe leerervaringen mogelijk maken.
Ten derde vergroot dramatherapie rolflexibiliteit. Door andere rollen uit te proberen, ervaart iemand concreet dat er meer gedragsopties bestaan dan het vaste script dat men gewend is te volgen. Dit sluit aan bij hedendaagse inzichten over narratieve identiteit en gedragsverandering.
Samengevat: dramatherapie maakt het innerlijke zichtbaar, hanteerbaar en veranderbaar door ervaring in plaats van uitsluitend door reflectie.

Kerntechnieken en klinische toepassing

Dramatherapie maakt gebruik van onder meer improvisatie, rollenspel, werken met maskers, scèneopbouw en rituelen. Deze technieken worden ingezet om emotionele expressie, perspectiefwisseling en gedragsverandering te bevorderen. Binnen de specialistische GGZ wordt dramatherapie toegepast bij onder andere persoonlijkheidsproblematiek, traumagerelateerde stoornissen, stemmingsstoornissen en in forensische contexten. Zij wordt vrijwel altijd ingebed in een multidisciplinair behandelplan. De empirische onderbouwing is groeiend maar heterogeen. Systematische reviews laten overwegend positieve effecten zien op emotieregulatie en sociaal functioneren, met de kanttekening dat verdere methodologisch robuuste studies gewenst zijn (Karkou & Sanderson, 2006; Orkibi & Feniger-Schaal, 2020).

Literatuur

1. Moreno JL. Psychodrama, Volume 1. New York: Beacon House; 1946.
2. Emunah R. Acting for Real: Drama Therapy Process, Technique, and Performance. New York: Brunner-Routledge; 1994.
3. Johnson DR, Emunah R (eds.). Current Approaches in Drama Therapy. 2nd ed. Springfield, IL: Charles C Thomas; 2009.
4. Karkou V, Sanderson P. Arts Therapies: A Research-Based Map of the Field. Edinburgh: Elsevier; 2006.
5. Orkibi H, Feniger-Schaal R. Drama therapy research: Systematic review. Frontiers in Psychology. 2020;11:1–16.

Getekende toneelscène met rechts twee mensen die elkaar vasthouden en links een volwassen man die zijn handen op de schouders van een kind legt

Geschiedenis

Dramatherapie ontwikkelde zich in de tweede helft van de twintigste eeuw binnen de bredere beweging van de creatieve therapieën, met name in het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. Zij werd mede beïnvloed door het werk van Jacob Levy Moreno, die begin twintigste eeuw het psychodrama ontwikkelde (Moreno, 1946). Waar Moreno’s psychodrama zich positioneerde als een specifieke vorm van groepspsychotherapie, ontstond dramatherapie als zelfstandige vaktherapeutische discipline. Opleidingen, beroepsverenigingen en theoretische modellen integreerden drama met ontwikkelingspsychologie, systeemdenken en later ook traumagerichte benaderingen (Emunah, 1994; Johnson & Emunah, 2009). Het onderscheid is wezenlijk: psychodrama is een psychotherapeutische methode met een vaste groepsstructuur en protagonist; dramatherapie is breder inzetbaar, ook individueel, en gebruikt theatrale middelen flexibeler en vaak meer symbolisch.

Wat is dramatherapie?

Dramatherapie is een vorm van vaktherapie waarin theatrale middelen zoals spel, rol, scène enverbeelding doelgericht worden ingezet om psychische klachten te onderzoeken en te behandelen. Het is geen toneelspelen om het toneelspelen, maar een gestructureerde therapeutische methode waarin ervaring centraal staat. Waar gesprekstherapie vooral werkt via taal en reflectie, werkt dramatherapie via doen, uitbeelden en ervaren. Het uitgangspunt is dat mensen hun identiteit mede vormgeven via rollen. We zijn ouder, partner, professional, kind van onze ouders. In psychische ontregeling raken sommige rollen verstard of dominant. Iemand met een depressie kan zich bijvoorbeeld volledig identificeren met de rol van “mislukte” of “machteloze”. Dramatherapie maakt het mogelijk om met die rollen te experimenteren en alternatieven te verkennen (Emunah, 1994; Johnson & Emunah, 2009). In tegenstelling tot gesprekstherapie staat niet het analyseren van ervaringen centraal, maar het uitbeelden ervan. Het theatrale element is geen doel op zich, maar een middel om innerlijke processen concreet en hanteerbaar te maken.

Wat doet dramatherapie? (werkingsmechanismen)

Dramatherapie werkt via drie samenhangende mechanismen.
Ten eerste creëert zij symbolische afstand. Door een ervaring in een rol of scène te plaatsen, ontstaat ruimte tussen de persoon en het probleem. Deze esthetische distantie maakt het mogelijk om beladen emoties te onderzoeken zonder overspoeling (Emunah, 1994).
Ten tweede bevordert zij belichaamde verwerking. Gedrag wordt niet alleen besproken maar uitgevoerd. Omdat veel relationele patronen impliciet en non-verbaal zijn opgeslagen, kan fysieke enactment nieuwe leerervaringen mogelijk maken.
Ten derde vergroot dramatherapie rolflexibiliteit. Door andere rollen uit te proberen, ervaart iemand concreet dat er meer gedragsopties bestaan dan het vaste script dat men gewend is te volgen. Dit sluit aan bij hedendaagse inzichten over narratieve identiteit en gedragsverandering.
Samengevat: dramatherapie maakt het innerlijke zichtbaar, hanteerbaar en veranderbaar door ervaring in plaats van uitsluitend door reflectie.

Kerntechnieken en klinische toepassing

Dramatherapie maakt gebruik van onder meer improvisatie, rollenspel, werken met maskers, scèneopbouw en rituelen. Deze technieken worden ingezet om emotionele expressie, perspectiefwisseling en gedragsverandering te bevorderen. Binnen de specialistische GGZ wordt dramatherapie toegepast bij onder andere persoonlijkheidsproblematiek, traumagerelateerde stoornissen, stemmingsstoornissen en in forensische contexten. Zij wordt vrijwel altijd ingebed in een multidisciplinair behandelplan. De empirische onderbouwing is groeiend maar heterogeen. Systematische reviews laten overwegend positieve effecten zien op emotieregulatie en sociaal functioneren, met de kanttekening dat verdere methodologisch robuuste studies gewenst zijn (Karkou & Sanderson, 2006; Orkibi & Feniger-Schaal, 2020).

Literatuur

1. Moreno JL. Psychodrama, Volume 1. New York: Beacon House; 1946.
2. Emunah R. Acting for Real: Drama Therapy Process, Technique, and Performance. New York: Brunner-Routledge; 1994.
3. Johnson DR, Emunah R (eds.). Current Approaches in Drama Therapy. 2nd ed. Springfield, IL: Charles C Thomas; 2009.
4. Karkou V, Sanderson P. Arts Therapies: A Research-Based Map of the Field. Edinburgh: Elsevier; 2006.
5. Orkibi H, Feniger-Schaal R. Drama therapy research: Systematic review. Frontiers in Psychology. 2020;11:1–16.