Denkbeeldige vriendjes: wanneer is extra aandacht nodig?
Denkbeeldige vriendjes komen veel voor bij jonge kinderen en vormen meestal een gezond onderdeel van hun emotionele en cognitieve ontwikkeling. Voor ouders én professionals kan het soms lastig zijn om te bepalen of het om gewoon fantasiespel gaat, of dat er sprake is van signalen die wijzen op onderliggende problemen.

Wat is een denkbeeldig vriendje precies?
Een denkbeeldig vriendje is een zelfverzonnen figuur, een mens, dier of fantasiewezen, waarmee een kind doet alsof het echt is. Het kan gesprekken voeren, samen spelen, ruzie maken of geheimen delen. Dit soort verbeeldingsspel past bij de normale ontwikkeling van kinderen tussen ongeveer 3 en 7 jaar, wanneer fantasie en werkelijkheid nog niet altijd scherp gescheiden zijn. Onderzoek laat zien dat een groot deel van de kinderen in deze leeftijdsfase een denkbeeldige vriend heeft gehad. Zo werd in studies uit de ontwikkelingspsychologie beschreven dat ongeveer twee derde van de kinderen rond hun zevende ooit een denkbeeldige speelkameraad heeft gehad. Veel van die vriendjes zijn “onzichtbaar”, anderen worden vormgegeven via knuffels of objecten. Dergelijke vriendschappen kunnen kinderen helpen om gevoelens te verkennen, sociale situaties te oefenen en creatieve taal- en denkvaardigheden te ontwikkelen.
De functie van een denkbeeldige vriend
Een denkbeeldig vriendje vervult vaak een duidelijke functie. Het kan bijvoorbeeld dienen als gezelschap, als bron van veiligheid, of als manier om bepaalde eigenschappen, zoals moed, kracht of zelfstandigheid, te oefenen. Veel kinderen gebruiken deze figuren om hun innerlijke wereld te ordenen en om gevoelens te verkennen die zij nog niet gemakkelijk rechtstreeks kunnen uiten. Door verhalen te verzinnen en gesprekken te voeren, ontwikkelen kinderen hun vermogen om emoties te herkennen en te verwerken. Met dit soort spel ordenen kinderen hun innerlijke wereld en proberen ze grip te krijgen op situaties die hen bezighouden.
Wanneer wordt het wél een signaal om verder te kijken?
Hoewel denkbeeldige vriendjes meestal onderdeel zijn van normaal ontwikkelingsspel, zijn er situaties waarin het zinvol is om alert te zijn. Wanneer het spel erg star wordt en het kind geen enkele verandering in het verhaal of karakter kan verdragen, kan dat wijzen op onderliggende spanning. Ook wanneer het vriendje vooral angst of verdriet oproept, of wanneer de verhalen een sterk gewelddadige of bedreigende inhoud krijgen, kan dat duiden op emotionele overbelasting of een kind het vriendje structureel gebruikt om verantwoordelijkheid te vermijden (“hij heeft het gedaan, ik niet”). Daarnaast verdient het aandacht wanneer kinderen door het spel juist meer geïsoleerd raken of wanneer er ook vragen bestaan over hun taalontwikkeling, sociale interactie of gedrag. In dergelijke gevallen is het denkbeeldige vriendje niet de oorzaak van het probleem, maar eerder een aanwijzing dat het kind probeert om te gaan met iets dat moeilijk te verwerken is, zoals stress, slaapproblemen, veranderingen in het gezin of uitdagende sociale situaties
ADHD en autismespectrumstoornis (ASS)
Kinderen met ADHD hebben regelmatig een levendige fantasie en kunnen intens opgaan in verbeeldingsspel. Een denkbeeldige vriend is daarbij meestal niet zorgwekkend. Soms is er wel sprake van impulsiviteit of verwarring tussen fantasie en echte gebeurtenissen, maar dit kan doorgaans worden begeleid met psycho-educatie en ondersteuning bij emotieregulatie.
Bij ASS is het beeld anders. Symbolisch spel is dan vaak minder vanzelfsprekend, waardoor denkbeeldige vriendjes minder vaak voorkomen. Als ze er wél zijn, is het belangrijk te observeren of dit echt fantasiespel is, of eerder voortkomt uit rigide routines, beperkte interesses of letterlijk denken. De beoordeling gebeurt altijd binnen het totaalplaatje van de ontwikkeling van het kind.
Hoe begeleid je een kind met een denkbeeldige vriend?
In een therapeutische setting is het doel nooit om het denkbeeldige vriendje te laten verdwijnen. De focus ligt op het begrijpen van de betekenis ervan. Therapeuten observeren welke thema’s terugkeren in het spel, zoals angst, controleverlies, frustratie of onzekerheid en helpen het kind om deze ervaringen beter te begrijpen en te ordenen. Door middel van verhalen, alternatieve eindes of nieuwe personages kan het kind emoties verwerken en nieuwe manieren vinden om met lastige situaties om te gaan. Ouders worden hierbij betrokken zodat ze hun kind thuis kunnen ondersteunen zonder de verbeelding te ontkrachten of onbedoeld angsten te versterken.
Wanneer een denkbeeldig vriendje samengaat met duidelijke signalen van emotionele nood, beperkingen in het dagelijks functioneren of blijvende verwarring tussen fantasie en werkelijkheid, is een bredere beoordeling door een professional in de kinder- en jeugdpsychologie of psychiatrie aangewezen. Dit kan bijvoorbeeld door: het introduceren van nieuwe rollen of personages, verhalen samen te herschrijven of woorden te geven aan emoties die in het spel zichtbaar worden. De samenwerking met ouders is daarbij essentieel. Zij krijgen handvatten om hun kind te ondersteunen zonder de fantasie te ridiculiseren of angsten onbedoeld te versterken.
Conclusie
Denkbeeldige vriendjes maken vaak gewoon deel uit van een gezonde ontwikkeling. Ze stimuleren creativiteit, taal en emotionele groei. Alleen wanneer het spel opvallend star, angstig, belastend of functioneel beperkend wordt, is het zinvol om een professional te raadplegen.
Bron
Taylor M,Carlson SM, Maring BL, Gerow L, Charley CM. The characteristics andcorrelates of fantasy in school-age children: imaginary companions,impersonation, and social understanding. Dev Psychol. 2004 Nov;40(6):1173-87.doi: 10.1037/0012-1649.40.6.1173. PMID: 15535765.