Schizoïde persoonlijkheidsstoornis

Meer informatie
No items found.

Bij een schizoïde persoonlijkheidsstoornis staat afstandelijkheid in relaties op de voorgrond. Mensen met deze persoonlijkheidsstoornis hebben meestal weinig behoefte aan nabij contact en lijken zich het prettigst te voelen op zichzelf. Ze kiezen vaak voor solitaire activiteiten, leven teruggetrokken en hebben doorgaans weinig behoefte aan intensieve sociale of emotionele verbondenheid.

In contact kunnen zij gereserveerd, afstandelijk of moeilijk bereikbaar overkomen. Ze laten emoties vaak weinig zichtbaar zien en reageren voor anderen soms vlak, koel of weinig betrokken. Dat betekent niet altijd dat er van binnen niets speelt, maar wel dat gevoelens vaak beperkt worden gedeeld of zichtbaar gemaakt. Daardoor kan het contact met anderen formeel of eenzijdig aanvoelen.

Mensen met schizoïde trekken hebben vaak een voorkeur voor rust, voorspelbaarheid en autonomie. Ze functioneren soms redelijk in situaties waarin weinig emotionele of sociale afstemming wordt gevraagd, maar lopen eerder vast in omgevingen waarin nabijheid, samenwerking, groepsdynamiek of relationele wederkerigheid centraal staan. Hun leven kan daardoor geïsoleerd of eenzaam worden, ook wanneer zij dat zelf niet altijd zo benoemen.

Soms is er een rijke innerlijke belevingswereld of een sterke gerichtheid op fantasie, abstracte interesses of individuele bezigheden. Dat maakt dat iemand van buitenaf afstandelijk of afgesloten kan lijken, terwijl er innerlijk wel degelijk veel kan bestaan dat niet gemakkelijk gedeeld wordt.

Er kan overlap bestaan met kenmerken van een autismespectrumstoornis, maar het gaat niet om hetzelfde. Bij diagnostiek is het daarom belangrijk goed te kijken waar sociale afstandelijkheid, emotionele terughoudendheid en voorkeur voor afzondering precies uit voortkomen.

DSM-5-TR

Volgens de DSM-5-TR is er sprake van een schizoïde persoonlijkheidsstoornis bij een diepgaand patroon van afstandelijkheid in sociale relaties en een beperkte variatie in emotionele expressie binnen interpersoonlijke situaties. Dit patroon begint in de vroege volwassenheid en is aanwezig in uiteenlopende contexten. Er moet sprake zijn van ten minste vier van de volgende kenmerken:

  1. Geen behoefte hebben aan of weinig plezier beleven aan hechte relaties, inclusief deel uitmaken van een gezin of familie.
  2. Bijna altijd kiezen voor solitaire activiteiten.
  3. Weinig of geen belangstelling hebben voor seksuele ervaringen met een ander.
  4. Aan weinig of geen activiteiten plezier beleven.
  5. Geen hechte vrienden of vertrouwelingen hebben, behalve eventueel eerstegraads familieleden.
  6. Onverschillig lijken voor lof of kritiek van anderen.
  7. Emotionele kilheid, afstandelijkheid of afgevlakte affectiviteit tonen.

Deze kenmerken mogen niet uitsluitend voorkomen in het beloop van schizofrenie, een bipolaire stemmingsstoornis of depressieve stoornis met psychotische kenmerken, een andere psychotische stoornis of een autismespectrumstoornis. Ook mogen ze niet beter verklaard worden door een somatische aandoening.

Behandeling

Mensen met een schizoïde persoonlijkheidsstoornis zoeken niet altijd zelf hulp voor hun relationele of emotionele afstandelijkheid. Wanneer zij wel in behandeling komen, is dat vaak vanwege eenzaamheid, somberheid, vastlopen in werk of relaties, of bijkomende klachten zoals angst of depressie. Behandeling vraagt meestal een rustige, niet-opdringerige benadering, met respect voor afstand, autonomie en tempo. Het doel is vaak niet om iemand “socialer” te maken, maar om beter te begrijpen hoe nabijheid, afzondering, gevoelens en contact voor deze persoon werken.

Literatuur

Bij een schizoïde persoonlijkheidsstoornis staat afstandelijkheid in relaties op de voorgrond. Mensen met deze persoonlijkheidsstoornis hebben meestal weinig behoefte aan nabij contact en lijken zich het prettigst te voelen op zichzelf. Ze kiezen vaak voor solitaire activiteiten, leven teruggetrokken en hebben doorgaans weinig behoefte aan intensieve sociale of emotionele verbondenheid.

In contact kunnen zij gereserveerd, afstandelijk of moeilijk bereikbaar overkomen. Ze laten emoties vaak weinig zichtbaar zien en reageren voor anderen soms vlak, koel of weinig betrokken. Dat betekent niet altijd dat er van binnen niets speelt, maar wel dat gevoelens vaak beperkt worden gedeeld of zichtbaar gemaakt. Daardoor kan het contact met anderen formeel of eenzijdig aanvoelen.

Mensen met schizoïde trekken hebben vaak een voorkeur voor rust, voorspelbaarheid en autonomie. Ze functioneren soms redelijk in situaties waarin weinig emotionele of sociale afstemming wordt gevraagd, maar lopen eerder vast in omgevingen waarin nabijheid, samenwerking, groepsdynamiek of relationele wederkerigheid centraal staan. Hun leven kan daardoor geïsoleerd of eenzaam worden, ook wanneer zij dat zelf niet altijd zo benoemen.

Soms is er een rijke innerlijke belevingswereld of een sterke gerichtheid op fantasie, abstracte interesses of individuele bezigheden. Dat maakt dat iemand van buitenaf afstandelijk of afgesloten kan lijken, terwijl er innerlijk wel degelijk veel kan bestaan dat niet gemakkelijk gedeeld wordt.

Er kan overlap bestaan met kenmerken van een autismespectrumstoornis, maar het gaat niet om hetzelfde. Bij diagnostiek is het daarom belangrijk goed te kijken waar sociale afstandelijkheid, emotionele terughoudendheid en voorkeur voor afzondering precies uit voortkomen.

DSM-5-TR

Volgens de DSM-5-TR is er sprake van een schizoïde persoonlijkheidsstoornis bij een diepgaand patroon van afstandelijkheid in sociale relaties en een beperkte variatie in emotionele expressie binnen interpersoonlijke situaties. Dit patroon begint in de vroege volwassenheid en is aanwezig in uiteenlopende contexten. Er moet sprake zijn van ten minste vier van de volgende kenmerken:

  1. Geen behoefte hebben aan of weinig plezier beleven aan hechte relaties, inclusief deel uitmaken van een gezin of familie.
  2. Bijna altijd kiezen voor solitaire activiteiten.
  3. Weinig of geen belangstelling hebben voor seksuele ervaringen met een ander.
  4. Aan weinig of geen activiteiten plezier beleven.
  5. Geen hechte vrienden of vertrouwelingen hebben, behalve eventueel eerstegraads familieleden.
  6. Onverschillig lijken voor lof of kritiek van anderen.
  7. Emotionele kilheid, afstandelijkheid of afgevlakte affectiviteit tonen.

Deze kenmerken mogen niet uitsluitend voorkomen in het beloop van schizofrenie, een bipolaire stemmingsstoornis of depressieve stoornis met psychotische kenmerken, een andere psychotische stoornis of een autismespectrumstoornis. Ook mogen ze niet beter verklaard worden door een somatische aandoening.

Behandeling

Mensen met een schizoïde persoonlijkheidsstoornis zoeken niet altijd zelf hulp voor hun relationele of emotionele afstandelijkheid. Wanneer zij wel in behandeling komen, is dat vaak vanwege eenzaamheid, somberheid, vastlopen in werk of relaties, of bijkomende klachten zoals angst of depressie. Behandeling vraagt meestal een rustige, niet-opdringerige benadering, met respect voor afstand, autonomie en tempo. Het doel is vaak niet om iemand “socialer” te maken, maar om beter te begrijpen hoe nabijheid, afzondering, gevoelens en contact voor deze persoon werken.

Literatuur