Vasculair

Schema van vasculaire dementie waarbij vaatproblemen leiden tot hersenschade en vervolgens tot cognitieve en neurologische symptomen.

Vasculaire dementie is een vorm van dementie die wordt veroorzaakt door stoornissen in de bloedvoorziening van de hersenen. In de DSM-5-TR wordt dit aangeduid als een beperkte of uitgebreide vasculaire neurocognitieve stoornis. Het gaat om een heterogene groep aandoeningen, waarbij hersenschade ontstaat door infarcten, bloedingen of chronische doorbloedingsstoornissen. Na de ziekte van Alzheimer is vasculaire dementie de meest voorkomende vorm van dementie en is verantwoordelijk voor ongeveer 15–20% van de gevallen. In de praktijk komen mengbeelden, waarbij zowel vasculaire schade als neurodegeneratieve processen een rol spelen, frequent voor.

Klinisch beeld

Het beloop van vasculaire dementie verschilt vaak van dat van de ziekte van Alzheimer. Waar Alzheimer meestal een geleidelijk en continu progressief verloop heeft, kan vasculaire dementie een meer stapsgewijs beloop vertonen, bijvoorbeeld na opeenvolgende beroertes. In de vroege fase blijven persoonlijkheid en ziekte-inzicht vaak relatief beter behouden dan bij de ziekte van Alzheimer. Cognitieve stoornissen betreffen vaak vooral de aandacht en executieve functies, zoals plannen, overzicht houden en tempo van denken. Geheugenstoornissen kunnen aanwezig zijn, maar staan niet altijd op de voorgrond. Daarnaast komen neurologische uitvalsverschijnselen frequent voor, afhankelijk van de locatie van de hersenschade. Voorbeelden zijn eenzijdige zwakte, spraakstoornissen, gezichtsvelddefecten of loopstoornissen. Stemmingsklachten, zoals depressie en emotionele labiliteit, komen relatief vaak voor. Ook kan er sprake zijn van ontremming of verminderde impulscontrole.

DSM-5-TR

Volgens de DSM-5-TR is er sprake van een beperkte of uitgebreide neurocognitieve stoornis met aanwijzingen voor een vasculaire oorzaak. De diagnose wordt ondersteund wanneer er een temporeel verband bestaat tussen cognitieve achteruitgang en een cerebrovasculair incident, zoals een beroerte, of wanneer het cognitieve profiel wordt gekenmerkt door stoornissen in aandacht en executieve functies. Daarnaast moeten er aanwijzingen zijn voor cerebrovasculaire schade, op basis van anamnese, neurologisch onderzoek of beeldvorming van de hersenen. De stoornis kan niet beter worden verklaard door een andere neurologische of somatische aandoening.

Oorzaken

Vasculaire dementie ontstaat door schade aan hersenweefsel als gevolg van een verminderde of onderbroken bloedtoevoer. Dit kan verschillende vormen aannemen. Een belangrijke oorzaak is een herseninfarct of hersenbloeding, waarbij acuut hersenweefsel afsterft. Dementie kan zich ontwikkelen na een enkel groot infarct, maar ook na meerdere kleinere infarcten. Daarnaast bestaat er een vorm waarbij sprake is van chronische beschadiging van de kleine bloedvaten in de hersenen. Dit leidt tot diffuse schade in de witte stof en subcorticale structuren, zoals bij de ziekte van Binswanger. Deze vorm gaat vaak gepaard met traagheid, loopstoornissen en executieve functiestoornissen. In veel gevallen is er sprake van een combinatie van vasculaire schade en neurodegeneratieve veranderingen, bijvoorbeeld samen met de ziekte van Alzheimer.

Risicofactoren

Vasculaire dementie hangt sterk samen met risicofactoren voor hart- en vaatziekten. Hoge bloeddruk is een van de belangrijkste risicofactoren en speelt een centrale rol in het ontstaan van hersenschade. Ook diabetes mellitus, verhoogd cholesterol, roken en hartritmestoornissen, zoals atriumfibrilleren, vergroten het risico. Omdat deze risicofactoren deels beïnvloedbaar zijn, biedt dit mogelijkheden voor preventie en behandeling.

Literatuur

  • American Psychiatric Association. (2022). Diagnostic and statistical manual of mental disorders (5th ed., text rev.; DSM-5-TR). American Psychiatric Publishing.
  • Barba R, Martínez-Espinosa S, Rodríguez-García E et al. (2000). Poststroke dementia: Clinical features and risk factors. Stroke, 31, 1494–1501.
  • de Leeuw FE & van Gijn J. (2004). Vasculaire dementie. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, 148, 1181–1186.
  • Livingston G et al.(2020). Dementia prevention, intervention, and care. The Lancet, 396(10248), 413–446.
  • O’Brien JT & Thomas A. (2015). Vascular dementia. The Lancet, 386(10004), 1698–1706.
Schema van vasculaire dementie waarbij vaatproblemen leiden tot hersenschade en vervolgens tot cognitieve en neurologische symptomen.

Vasculaire dementie is een vorm van dementie die wordt veroorzaakt door stoornissen in de bloedvoorziening van de hersenen. In de DSM-5-TR wordt dit aangeduid als een beperkte of uitgebreide vasculaire neurocognitieve stoornis. Het gaat om een heterogene groep aandoeningen, waarbij hersenschade ontstaat door infarcten, bloedingen of chronische doorbloedingsstoornissen. Na de ziekte van Alzheimer is vasculaire dementie de meest voorkomende vorm van dementie en is verantwoordelijk voor ongeveer 15–20% van de gevallen. In de praktijk komen mengbeelden, waarbij zowel vasculaire schade als neurodegeneratieve processen een rol spelen, frequent voor.

Klinisch beeld

Het beloop van vasculaire dementie verschilt vaak van dat van de ziekte van Alzheimer. Waar Alzheimer meestal een geleidelijk en continu progressief verloop heeft, kan vasculaire dementie een meer stapsgewijs beloop vertonen, bijvoorbeeld na opeenvolgende beroertes. In de vroege fase blijven persoonlijkheid en ziekte-inzicht vaak relatief beter behouden dan bij de ziekte van Alzheimer. Cognitieve stoornissen betreffen vaak vooral de aandacht en executieve functies, zoals plannen, overzicht houden en tempo van denken. Geheugenstoornissen kunnen aanwezig zijn, maar staan niet altijd op de voorgrond. Daarnaast komen neurologische uitvalsverschijnselen frequent voor, afhankelijk van de locatie van de hersenschade. Voorbeelden zijn eenzijdige zwakte, spraakstoornissen, gezichtsvelddefecten of loopstoornissen. Stemmingsklachten, zoals depressie en emotionele labiliteit, komen relatief vaak voor. Ook kan er sprake zijn van ontremming of verminderde impulscontrole.

DSM-5-TR

Volgens de DSM-5-TR is er sprake van een beperkte of uitgebreide neurocognitieve stoornis met aanwijzingen voor een vasculaire oorzaak. De diagnose wordt ondersteund wanneer er een temporeel verband bestaat tussen cognitieve achteruitgang en een cerebrovasculair incident, zoals een beroerte, of wanneer het cognitieve profiel wordt gekenmerkt door stoornissen in aandacht en executieve functies. Daarnaast moeten er aanwijzingen zijn voor cerebrovasculaire schade, op basis van anamnese, neurologisch onderzoek of beeldvorming van de hersenen. De stoornis kan niet beter worden verklaard door een andere neurologische of somatische aandoening.

Oorzaken

Vasculaire dementie ontstaat door schade aan hersenweefsel als gevolg van een verminderde of onderbroken bloedtoevoer. Dit kan verschillende vormen aannemen. Een belangrijke oorzaak is een herseninfarct of hersenbloeding, waarbij acuut hersenweefsel afsterft. Dementie kan zich ontwikkelen na een enkel groot infarct, maar ook na meerdere kleinere infarcten. Daarnaast bestaat er een vorm waarbij sprake is van chronische beschadiging van de kleine bloedvaten in de hersenen. Dit leidt tot diffuse schade in de witte stof en subcorticale structuren, zoals bij de ziekte van Binswanger. Deze vorm gaat vaak gepaard met traagheid, loopstoornissen en executieve functiestoornissen. In veel gevallen is er sprake van een combinatie van vasculaire schade en neurodegeneratieve veranderingen, bijvoorbeeld samen met de ziekte van Alzheimer.

Risicofactoren

Vasculaire dementie hangt sterk samen met risicofactoren voor hart- en vaatziekten. Hoge bloeddruk is een van de belangrijkste risicofactoren en speelt een centrale rol in het ontstaan van hersenschade. Ook diabetes mellitus, verhoogd cholesterol, roken en hartritmestoornissen, zoals atriumfibrilleren, vergroten het risico. Omdat deze risicofactoren deels beïnvloedbaar zijn, biedt dit mogelijkheden voor preventie en behandeling.

Literatuur

  • American Psychiatric Association. (2022). Diagnostic and statistical manual of mental disorders (5th ed., text rev.; DSM-5-TR). American Psychiatric Publishing.
  • Barba R, Martínez-Espinosa S, Rodríguez-García E et al. (2000). Poststroke dementia: Clinical features and risk factors. Stroke, 31, 1494–1501.
  • de Leeuw FE & van Gijn J. (2004). Vasculaire dementie. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, 148, 1181–1186.
  • Livingston G et al.(2020). Dementia prevention, intervention, and care. The Lancet, 396(10248), 413–446.
  • O’Brien JT & Thomas A. (2015). Vascular dementia. The Lancet, 386(10004), 1698–1706.