Vermijdende persoonlijkheidsstoornis

Meer informatie
No items found.

Mensen met een vermijdende persoonlijkheidsstoornis hebben meestal wél behoefte aan contact, verbondenheid en waardering, maar zijn tegelijk zo gevoelig voor afwijzing, kritiek, vernedering of schaamte dat zij sociale situaties vaak uit de weg gaan of zich daarin sterk inhouden. Zij verlangen dus vaak naar nabijheid, maar durven zich daar onvoldoende vrij in te bewegen. Aan de buitenkant kan dit eruitzien als verlegenheid, teruggetrokkenheid of sociale geremdheid. Van binnen is er vaak sprake van sterke zelftwijfel, een negatief zelfbeeld en een voortdurende gevoeligheid voor hoe men door anderen gezien of beoordeeld wordt. Kleine signalen van afstand, kritiek of afwijzing kunnen daardoor veel impact hebben.

Mensen met deze persoonlijkheidsstoornis voelen zich vaak sociaal tekortschieten, minder interessant, minder aantrekkelijk of minder adequaat dan anderen. Daardoor vermijden zij niet alleen sociale risico’s, maar ook kansen op contact, ontwikkeling, intimiteit of zichtbaarheid. Zij kunnen zich bijvoorbeeld terugtrekken uit vriendschappen, werk, relaties of groepssituaties, niet omdat zij daar geen behoefte aan hebben, maar omdat de angst om afgewezen of beschaamd te worden te groot is. De vermijdende persoonlijkheidsstoornis lijkt op sommige punten op een sociale angststoornis, maar gaat meestal verder dan alleen angst in sociale situaties. Het patroon is vaak breder, langduriger en sterker verweven met iemands zelfbeeld, relaties en persoonlijk functioneren.

DSM-5-TR

Volgens de DSM-5-TR is er sprake van een vermijdende persoonlijkheidsstoornis bij een pervasief patroon van sociale geremdheid, gevoelens van insufficiëntie en hypersensitiviteit voor een negatieve beoordeling, beginnend op jongvolwassen leeftijd en aanwezig in uiteenlopende contexten, zoals blijkt uit vier (of meer) van de volgende kenmerken:

  1. Vermijdt beroepsmatige activiteiten die significante intermenselijke contacten met zich meebrengen, vanwege vrees voor kritiek, afkeuring of afwijzing.
  2. Is onwillig om betrokken te raken met mensen, tenzij hij of zij er zeker van is aardig gevonden te worden.
  3. Gedraagt zich gereserveerd in intieme relaties vanwege de angst voor gek te worden gezet of uitgelachen te worden.
  4. Is gepreoccupeerd met de gedachte in sociale situaties te worden bekritiseerd of afgewezen.
  5. Is geremd in nieuwe interpersoonlijke situaties vanwege gevoelens van tekortschieten.
  6. Beschouwt zichzelf als sociaal onbeholpen, onaantrekkelijk of minderwaardig ten opzichte van anderen.
  7. Is uitzonderlijk onwillig om persoonlijke risico’s te nemen of nieuwe activiteiten te ontplooien, omdat dit tot schaamte of verlegenheid zou kunnen leiden.

Behandeling

Behandeling richt zich meestal op het verminderen van vermijding, het versterken van het zelfgevoel en het vergroten van de mogelijkheid om contact, zichtbaarheid en nabijheid beter te verdragen. In psychotherapie wordt vaak gewerkt aan schaamte, zelfkritiek, afwijzingsgevoeligheid, relationele verwachtingen en hardnekkige overtuigingen over tekortschieten of niet goed genoeg zijn. Dat vraagt meestal om een veilige en niet-veroordelende behandelrelatie, omdat juist angst voor afwijzing of negatieve beoordeling zich ook binnen therapie gemakkelijk kan herhalen.

Literatuur

  • American Psychiatric Association. (2022). Diagnostic and statistical manual of mental disorders (5th ed., text rev.; DSM-5-TR). American Psychiatric Association Publishing.
  • Beck AT, Davis DD & Freeman A. (2015). Cognitive therapy of personality disorders (3rd ed.). Guilford Press.
  • Lampe L & Malhi GS. (2018). Avoidant personality disorder: Current insights. Psychology Research and Behavior Management, 11, 55–66.
  • Richtlijn persoonlijkheidsstoornissen
  • Zorgstaandaard persoonlijkheidsstoornissen

Mensen met een vermijdende persoonlijkheidsstoornis hebben meestal wél behoefte aan contact, verbondenheid en waardering, maar zijn tegelijk zo gevoelig voor afwijzing, kritiek, vernedering of schaamte dat zij sociale situaties vaak uit de weg gaan of zich daarin sterk inhouden. Zij verlangen dus vaak naar nabijheid, maar durven zich daar onvoldoende vrij in te bewegen. Aan de buitenkant kan dit eruitzien als verlegenheid, teruggetrokkenheid of sociale geremdheid. Van binnen is er vaak sprake van sterke zelftwijfel, een negatief zelfbeeld en een voortdurende gevoeligheid voor hoe men door anderen gezien of beoordeeld wordt. Kleine signalen van afstand, kritiek of afwijzing kunnen daardoor veel impact hebben.

Mensen met deze persoonlijkheidsstoornis voelen zich vaak sociaal tekortschieten, minder interessant, minder aantrekkelijk of minder adequaat dan anderen. Daardoor vermijden zij niet alleen sociale risico’s, maar ook kansen op contact, ontwikkeling, intimiteit of zichtbaarheid. Zij kunnen zich bijvoorbeeld terugtrekken uit vriendschappen, werk, relaties of groepssituaties, niet omdat zij daar geen behoefte aan hebben, maar omdat de angst om afgewezen of beschaamd te worden te groot is. De vermijdende persoonlijkheidsstoornis lijkt op sommige punten op een sociale angststoornis, maar gaat meestal verder dan alleen angst in sociale situaties. Het patroon is vaak breder, langduriger en sterker verweven met iemands zelfbeeld, relaties en persoonlijk functioneren.

DSM-5-TR

Volgens de DSM-5-TR is er sprake van een vermijdende persoonlijkheidsstoornis bij een pervasief patroon van sociale geremdheid, gevoelens van insufficiëntie en hypersensitiviteit voor een negatieve beoordeling, beginnend op jongvolwassen leeftijd en aanwezig in uiteenlopende contexten, zoals blijkt uit vier (of meer) van de volgende kenmerken:

  1. Vermijdt beroepsmatige activiteiten die significante intermenselijke contacten met zich meebrengen, vanwege vrees voor kritiek, afkeuring of afwijzing.
  2. Is onwillig om betrokken te raken met mensen, tenzij hij of zij er zeker van is aardig gevonden te worden.
  3. Gedraagt zich gereserveerd in intieme relaties vanwege de angst voor gek te worden gezet of uitgelachen te worden.
  4. Is gepreoccupeerd met de gedachte in sociale situaties te worden bekritiseerd of afgewezen.
  5. Is geremd in nieuwe interpersoonlijke situaties vanwege gevoelens van tekortschieten.
  6. Beschouwt zichzelf als sociaal onbeholpen, onaantrekkelijk of minderwaardig ten opzichte van anderen.
  7. Is uitzonderlijk onwillig om persoonlijke risico’s te nemen of nieuwe activiteiten te ontplooien, omdat dit tot schaamte of verlegenheid zou kunnen leiden.

Behandeling

Behandeling richt zich meestal op het verminderen van vermijding, het versterken van het zelfgevoel en het vergroten van de mogelijkheid om contact, zichtbaarheid en nabijheid beter te verdragen. In psychotherapie wordt vaak gewerkt aan schaamte, zelfkritiek, afwijzingsgevoeligheid, relationele verwachtingen en hardnekkige overtuigingen over tekortschieten of niet goed genoeg zijn. Dat vraagt meestal om een veilige en niet-veroordelende behandelrelatie, omdat juist angst voor afwijzing of negatieve beoordeling zich ook binnen therapie gemakkelijk kan herhalen.

Literatuur

  • American Psychiatric Association. (2022). Diagnostic and statistical manual of mental disorders (5th ed., text rev.; DSM-5-TR). American Psychiatric Association Publishing.
  • Beck AT, Davis DD & Freeman A. (2015). Cognitive therapy of personality disorders (3rd ed.). Guilford Press.
  • Lampe L & Malhi GS. (2018). Avoidant personality disorder: Current insights. Psychology Research and Behavior Management, 11, 55–66.
  • Richtlijn persoonlijkheidsstoornissen
  • Zorgstaandaard persoonlijkheidsstoornissen