Sociale angststoornis

Meer informatie
No items found.
Groepje lachende mensen met drankjes in de hand, terwijl een man apart staat en naar de grond kijkt

De sociale angststoornis, ook wel sociale fobie genoemd, is een angststoornis waarbij iemand sterke angst ervaart in sociale situaties waarin hij of zij door anderen beoordeeld kan worden. De kern van de stoornis is de angst om negatief beoordeeld, afgewezen of vernederd te worden. Veel mensen voelen zich wel eens gespannen in sociale situaties, bijvoorbeeld bij een presentatie of een kennismaking. Bij een sociale angststoornis is de angst echter duidelijk sterker dan normaal en kan deze leiden tot vermijding van sociale situaties. Hierdoor kunnen werk, studie, relaties en sociale activiteiten worden beperkt. De angst ontstaat vaak in situaties waarin iemand denkt dat anderen hem of haar kritisch bekijken, zoals spreken in een groep, eten of drinken in aanwezigheid van anderen, gesprekken voeren met onbekenden of deelnemen aan sociale bijeenkomsten. In sommige gevallen zijn de klachten beperkt tot specifieke situaties, zoals spreken in het openbaar. In andere gevallen gaat het om een meer gegeneraliseerde vorm waarbij veel sociale situaties angst oproepen.

Prevalentie

De sociale angststoornis behoort tot de meest voorkomende angststoornissen. Epidemiologisch onderzoek laat zien dat ongeveer 7 tot 12 procent van de bevolking ooit in het leven een sociale angststoornis ontwikkelt. De stoornis begint vaak in de adolescentie. Veel mensen kunnen zich herinneren dat de eerste klachten ontstonden in de middelbare schoolperiode. Zonder behandeling kunnen de klachten langdurig aanhouden. Sociale angststoornis komt iets vaker voor bij vrouwen dan bij mannen, hoewel mannen zich minder vaak voor behandeling melden. De ernst van de klachten kan sterk variëren, van angst in specifieke situaties tot brede vermijding van sociale interacties. In een groot Nederlands onderzoek onder volwassenen van 18-64 jaar bleek de lifetime-prevalentie (proportie van mensen in een populatie die ooit in hun leven sociaal fobisch zijn geweest) 7,8% (bij vrouwen 9,7%, bij mannen 5,9%).

Symptomen

De sociale angststoornis wordt gekenmerkt door intense angst in sociale situaties waarin iemand wordt blootgesteld aan mogelijke beoordeling door anderen. Mensen met deze stoornis zijn vaak bang om iets te doen of te zeggen dat als gênant, dom of vreemd wordt gezien. De angst gaat vaak gepaard met lichamelijke verschijnselen zoals blozen, trillen, zweten, hartkloppingen, een gespannen gevoel, misselijkheid of een droge mond. Veel mensen zijn zich sterk bewust van deze lichamelijke reacties en zijn bang dat anderen deze opmerken. Daarnaast kunnen er cognitieve symptomen optreden, zoals negatieve gedachten over zichzelf, sterke zelfkritiek en het voortdurend evalueren van het eigen gedrag. Mensen kunnen zich na een sociale situatie langdurig bezighouden met wat zij hebben gezegd of gedaan. Om de angst te verminderen vermijden veel mensen sociale situaties. Dit vermijdingsgedrag kan ertoe leiden dat iemand sociale contacten beperkt, zich terugtrekt uit activiteiten of kansen op werk of studie laat liggen.

DSM-5-TR

Volgens de DSM-5-TR wordt een sociale angststoornis gekenmerkt door duidelijke angst of vrees voor één of meer sociale situaties waarin iemand wordt blootgesteld aan mogelijke beoordeling door anderen. Het kan bijvoorbeeld gaan om gesprekken met onbekenden, eten of drinken in het bijzijn van anderen, of spreken voor een groep. De betrokkene is bang dat hij of zij zich op een manier zal gedragen of angstverschijnselen zal vertonen die door anderen negatief beoordeeld zullen worden, bijvoorbeeld dat men zich zal vernederen, afgewezen zal worden of anderen zal storen. De sociale situaties roepen vrijwel altijd angst op. Daardoor worden deze situaties vaak vermeden, of alleen verdragen met intense angst of spanning. De angst staat meestal niet in verhouding tot het werkelijke gevaar dat de situatie met zich meebrengt. De klachten moeten aanhoudend zijn en doorgaans minimaal zes maanden bestaan. Daarnaast moeten zij leiden tot duidelijk lijden of tot beperkingen in het sociale functioneren, werk of andere belangrijke levensgebieden. De angst of vermijding mag niet beter verklaard worden door de effecten van middelengebruik, een lichamelijke aandoening of een andere psychische stoornis. Wanneer er wel een lichamelijke aandoening aanwezig is, moet de sociale angst duidelijk buitensporig zijn of niet direct met die aandoening samenhangen.

Behandeling

De sociale angststoornis is in veel gevallen goed behandelbaar. De behandeling bestaat meestal uit psychotherapie, medicatie of een combinatie van beide. Cognitieve gedragstherapie is de meest onderzochte en toegepaste psychologische behandeling. In deze therapie leren mensen hun negatieve gedachten over sociale situaties te herkennen en te onderzoeken. Daarnaast wordt gewerkt met exposure, waarbij iemand geleidelijk sociale situaties opzoekt die eerder werden vermeden. Door deze ervaringen kan de angst geleidelijk afnemen. Wanneer psychotherapie onvoldoende effect heeft of wanneer de klachten ernstig zijn, kan medicamenteuze behandeling worden overwogen. Antidepressiva, met name SSRI’s en SNRI’s, worden vaak gebruikt bij de behandeling van sociale angststoornis. Naast deze behandelingen kunnen sociale vaardigheidstraining, psycho-educatie en het verminderen van vermijdingsgedrag een belangrijke rol spelen in het herstel. In sommige situaties kunnen bètablokkers worden voorgeschreven. Deze medicijnen worden oorspronkelijk gebruikt bij hoge bloeddruk, maar kunnen ook lichamelijke angstklachten verminderen, zoals trillen, hartkloppingen, zweten en blozen. Bètablokkers worden vooral gebruikt bij situatiegebonden sociale angst, bijvoorbeeld bij spreekangst of optreden voor een groep. Ze worden meestal kort vóór een specifieke situatie ingenomen.

Literatuur sociale fobie

  • Bijl R van, Zessen G van, Ravelli A. Psychiatrische morbiditeit onder volwassnen in Nederland: het NEMESIS-onderzoek. Ned Tijdschr Geneeskd (1997) 141, 2453-2460
  • Emmelkamp PMG, Bouman TK, Scholing HA. Angst, fobiën en dwang: diagnostiek en behandeling. Bohn Stafleu Van Loghum (1989)
  • American Psychiatric Association. Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (5th ed., text rev.; DSM-5-TR). Washington, DC: APA, 2022.
  • Stein MB, Stein DJ. Social anxiety disorder. The Lancet. 2008.
  • Akwa GGZ. Zorgstandaard Angstklachten en angststoornissen.
  • Ritz NL et al. Social anxiety disorder-associated gut microbiota increases social fear. Proc Natl Acad Sci U S A. 2024 Jan 2;121(1):e2308706120. doi: 10.1073/pnas.2308706120. Epub 2023 Dec 26. PMID: 38147649.
  • Zorgstandaard Angstklachten en angststoornissen
  • Richtlijn Angst- en dwangstoornissen (2024)

Groepje lachende mensen met drankjes in de hand, terwijl een man apart staat en naar de grond kijkt

De sociale angststoornis, ook wel sociale fobie genoemd, is een angststoornis waarbij iemand sterke angst ervaart in sociale situaties waarin hij of zij door anderen beoordeeld kan worden. De kern van de stoornis is de angst om negatief beoordeeld, afgewezen of vernederd te worden. Veel mensen voelen zich wel eens gespannen in sociale situaties, bijvoorbeeld bij een presentatie of een kennismaking. Bij een sociale angststoornis is de angst echter duidelijk sterker dan normaal en kan deze leiden tot vermijding van sociale situaties. Hierdoor kunnen werk, studie, relaties en sociale activiteiten worden beperkt. De angst ontstaat vaak in situaties waarin iemand denkt dat anderen hem of haar kritisch bekijken, zoals spreken in een groep, eten of drinken in aanwezigheid van anderen, gesprekken voeren met onbekenden of deelnemen aan sociale bijeenkomsten. In sommige gevallen zijn de klachten beperkt tot specifieke situaties, zoals spreken in het openbaar. In andere gevallen gaat het om een meer gegeneraliseerde vorm waarbij veel sociale situaties angst oproepen.

Prevalentie

De sociale angststoornis behoort tot de meest voorkomende angststoornissen. Epidemiologisch onderzoek laat zien dat ongeveer 7 tot 12 procent van de bevolking ooit in het leven een sociale angststoornis ontwikkelt. De stoornis begint vaak in de adolescentie. Veel mensen kunnen zich herinneren dat de eerste klachten ontstonden in de middelbare schoolperiode. Zonder behandeling kunnen de klachten langdurig aanhouden. Sociale angststoornis komt iets vaker voor bij vrouwen dan bij mannen, hoewel mannen zich minder vaak voor behandeling melden. De ernst van de klachten kan sterk variëren, van angst in specifieke situaties tot brede vermijding van sociale interacties. In een groot Nederlands onderzoek onder volwassenen van 18-64 jaar bleek de lifetime-prevalentie (proportie van mensen in een populatie die ooit in hun leven sociaal fobisch zijn geweest) 7,8% (bij vrouwen 9,7%, bij mannen 5,9%).

Symptomen

De sociale angststoornis wordt gekenmerkt door intense angst in sociale situaties waarin iemand wordt blootgesteld aan mogelijke beoordeling door anderen. Mensen met deze stoornis zijn vaak bang om iets te doen of te zeggen dat als gênant, dom of vreemd wordt gezien. De angst gaat vaak gepaard met lichamelijke verschijnselen zoals blozen, trillen, zweten, hartkloppingen, een gespannen gevoel, misselijkheid of een droge mond. Veel mensen zijn zich sterk bewust van deze lichamelijke reacties en zijn bang dat anderen deze opmerken. Daarnaast kunnen er cognitieve symptomen optreden, zoals negatieve gedachten over zichzelf, sterke zelfkritiek en het voortdurend evalueren van het eigen gedrag. Mensen kunnen zich na een sociale situatie langdurig bezighouden met wat zij hebben gezegd of gedaan. Om de angst te verminderen vermijden veel mensen sociale situaties. Dit vermijdingsgedrag kan ertoe leiden dat iemand sociale contacten beperkt, zich terugtrekt uit activiteiten of kansen op werk of studie laat liggen.

DSM-5-TR

Volgens de DSM-5-TR wordt een sociale angststoornis gekenmerkt door duidelijke angst of vrees voor één of meer sociale situaties waarin iemand wordt blootgesteld aan mogelijke beoordeling door anderen. Het kan bijvoorbeeld gaan om gesprekken met onbekenden, eten of drinken in het bijzijn van anderen, of spreken voor een groep. De betrokkene is bang dat hij of zij zich op een manier zal gedragen of angstverschijnselen zal vertonen die door anderen negatief beoordeeld zullen worden, bijvoorbeeld dat men zich zal vernederen, afgewezen zal worden of anderen zal storen. De sociale situaties roepen vrijwel altijd angst op. Daardoor worden deze situaties vaak vermeden, of alleen verdragen met intense angst of spanning. De angst staat meestal niet in verhouding tot het werkelijke gevaar dat de situatie met zich meebrengt. De klachten moeten aanhoudend zijn en doorgaans minimaal zes maanden bestaan. Daarnaast moeten zij leiden tot duidelijk lijden of tot beperkingen in het sociale functioneren, werk of andere belangrijke levensgebieden. De angst of vermijding mag niet beter verklaard worden door de effecten van middelengebruik, een lichamelijke aandoening of een andere psychische stoornis. Wanneer er wel een lichamelijke aandoening aanwezig is, moet de sociale angst duidelijk buitensporig zijn of niet direct met die aandoening samenhangen.

Behandeling

De sociale angststoornis is in veel gevallen goed behandelbaar. De behandeling bestaat meestal uit psychotherapie, medicatie of een combinatie van beide. Cognitieve gedragstherapie is de meest onderzochte en toegepaste psychologische behandeling. In deze therapie leren mensen hun negatieve gedachten over sociale situaties te herkennen en te onderzoeken. Daarnaast wordt gewerkt met exposure, waarbij iemand geleidelijk sociale situaties opzoekt die eerder werden vermeden. Door deze ervaringen kan de angst geleidelijk afnemen. Wanneer psychotherapie onvoldoende effect heeft of wanneer de klachten ernstig zijn, kan medicamenteuze behandeling worden overwogen. Antidepressiva, met name SSRI’s en SNRI’s, worden vaak gebruikt bij de behandeling van sociale angststoornis. Naast deze behandelingen kunnen sociale vaardigheidstraining, psycho-educatie en het verminderen van vermijdingsgedrag een belangrijke rol spelen in het herstel. In sommige situaties kunnen bètablokkers worden voorgeschreven. Deze medicijnen worden oorspronkelijk gebruikt bij hoge bloeddruk, maar kunnen ook lichamelijke angstklachten verminderen, zoals trillen, hartkloppingen, zweten en blozen. Bètablokkers worden vooral gebruikt bij situatiegebonden sociale angst, bijvoorbeeld bij spreekangst of optreden voor een groep. Ze worden meestal kort vóór een specifieke situatie ingenomen.

Literatuur sociale fobie

  • Bijl R van, Zessen G van, Ravelli A. Psychiatrische morbiditeit onder volwassnen in Nederland: het NEMESIS-onderzoek. Ned Tijdschr Geneeskd (1997) 141, 2453-2460
  • Emmelkamp PMG, Bouman TK, Scholing HA. Angst, fobiën en dwang: diagnostiek en behandeling. Bohn Stafleu Van Loghum (1989)
  • American Psychiatric Association. Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (5th ed., text rev.; DSM-5-TR). Washington, DC: APA, 2022.
  • Stein MB, Stein DJ. Social anxiety disorder. The Lancet. 2008.
  • Akwa GGZ. Zorgstandaard Angstklachten en angststoornissen.
  • Ritz NL et al. Social anxiety disorder-associated gut microbiota increases social fear. Proc Natl Acad Sci U S A. 2024 Jan 2;121(1):e2308706120. doi: 10.1073/pnas.2308706120. Epub 2023 Dec 26. PMID: 38147649.
  • Zorgstandaard Angstklachten en angststoornissen
  • Richtlijn Angst- en dwangstoornissen (2024)