De ziekteangststoornis is een categorie binnen de DSM-5-TR, en komt voort uit het vroegere begrip hypochondrie. Waar deze term traditioneel werd gebruikt voor mensen die bang zijn ernstig ziek te zijn, maakt de DSM-5-TR een duidelijk onderscheid tussen de somatisch-symptoomstoornis en de ziekteangststoornis. Bij de ziekteangststoornis staat niet zozeer de lichamelijke klacht centraal, maar de angst om een ernstige ziekte te hebben of te krijgen. Lichamelijke symptomen zijn afwezig of slechts in lichte mate aanwezig. De preoccupatie met ziekte en de daarmee gepaard gaande angst staan op de voorgrond.
DSM-5-TR
Volgens de DSM-5-TR is er sprake van een ziekteangststoornis wanneer iemand een aanhoudende preoccupatie heeft met het hebben of krijgen van een ernstige ziekte, terwijl er geen of slechts milde lichamelijke klachten aanwezig zijn. Indien er wel een somatische aandoening bestaat of een verhoogd risico daarop, is de angst duidelijk disproportioneel. De betrokkene ervaart een hoge mate van gezondheidsgerelateerde angst en is snel verontrust over lichamelijke sensaties. Dit gaat gepaard met excessief gezondheidsgedrag, zoals het herhaald controleren van het lichaam, of juist met vermijding, bijvoorbeeld van artsen of ziekenhuizen. De preoccupatie is persisterend, doorgaans langer dan zes maanden, hoewel de specifieke gevreesde ziekte in de tijd kan wisselen. De klachten kunnen niet beter worden verklaard door een andere psychische stoornis. Er kan worden gespecificeerd of iemand vooral zorgzoekend gedrag vertoont of juist zorg mijdt.
Kenmerken
Mensen met een ziekteangststoornis zijn vaak voortdurend alert op hun lichaam en interpreteren normale of onschuldige lichamelijke sensaties als tekenen van ernstige ziekte. Dit leidt tot aanhoudende ongerustheid, die moeilijk te beïnvloeden is door geruststelling. Een deel van de patiënten zoekt frequent medische hulp en ondergaat herhaald onderzoek, zonder dat dit de angst duurzaam vermindert. Anderen vermijden juist contact met de gezondheidszorg uit angst voor een bevestiging van hun zorgen. De angst kan zich richten op verschillende ziekten in de loop van de tijd en gaat vaak gepaard met piekeren, onzekerheid en een verhoogde aandacht voor lichamelijke signalen.
Oorzaken
De ziekteangststoornis wordt begrepen vanuit een biopsychosociaal model. Psychologische factoren spelen een belangrijke rol, met name de neiging om lichamelijke sensaties te interpreteren als tekenen van ziekte en een verhoogde gevoeligheid voor onzekerheid. Recente modellen benadrukken het belang van aandacht en verwachting. Een sterke focus op het lichaam kan ertoe leiden dat normale sensaties worden opgemerkt en uitvergroot. Wanneer deze vervolgens als bedreigend worden geïnterpreteerd, ontstaat een vicieuze cirkel van angst en controle. Ook eerdere ervaringen met ziekte, zowel persoonlijk als binnen de familie, kunnen bijdragen aan het ontstaan van de stoornis.
Behandeling
De behandeling richt zich op het verminderen van angst en het doorbreken van disfunctionele interpretaties en gedragingen. Een heldere uitleg van de diagnose kan helpen om inzicht te geven in de rol van aandacht en interpretatie bij het ontstaan van de klachten. Cognitieve gedragstherapie (CGT) is de best onderzochte en meest toegepaste behandelvorm. Deze richt zich onder meer op het uitdagen van ziekte-gerelateerde overtuigingen, het verminderen van controle- en vermijdingsgedrag en het vergroten van tolerantie voor onzekerheid. Daarnaast is het belangrijk om onnodige medische diagnostiek te beperken en te streven naar een consistente en betrouwbare behandelrelatie.
Literatuur
- Abramowitz JS & Braddock AE. (2011). Hypochondriasis and health anxiety. Hogrefe.
- American Psychiatric Association. (2022). Diagnostic and statistical manual of mental disorders (5th ed., text rev.; DSM-5-TR). Washington, DC: APA Publishing.
- Hedman E et al. (2011). Internet-based cognitive–behavioural therapy for severe health anxiety: Randomised controlled trial. British Journal of Psychiatry, 198, 230–236.