Interpersoonlijke psychotherapie, meestal afgekort als IPT, werd in de jaren zeventig in de Verenigde Staten ontwikkeld door Gerald Klerman en Myrna Weissman als een kortdurende, gestructureerde behandeling voor depressie. De therapie ontstond in een tijd waarin men psychotherapie steeds meer systematisch en onderzoekbaar wilde maken. IPT werd vanaf het begin manual-based uitgewerkt en onderzocht, waardoor het uitgroeide tot een van de best onderzochte psychotherapieën voor depressie. Inmiddels is IPT ook aangepast voor andere leeftijdsgroepen, settings en stoornissen.
Omschrijving
IPT is een kortdurende, focale en steunende vorm van psychotherapie die uitgaat van de samenhang tussen psychische klachten en actuele problemen in belangrijke relaties. De behandeling is oorspronkelijk ontwikkeld voor depressie en richt zich vooral op gebeurtenissen en veranderingen in het recente interpersoonlijke leven, zoals verlies, conflicten, rolveranderingen of eenzaamheid. Het uitgangspunt is niet dat vroege ervaringen of persoonlijkheidsontwikkeling onbelangrijk zijn, maar dat de behandeling zich bewust richt op het hier-en-nu. IPT probeert klachten te verminderen door interpersoonlijke problemen te verhelderen en te verbeteren. Daarmee is IPT een praktische en afgebakende therapievorm, met een duidelijke focus en een beperkte duur. Internationale IPT-bronnen beschrijven IPT nog steeds als time-limited, diagnosis-targeted en life event-focused.
Werkingsmechanismen
Het werkingsmechanisme van IPT ligt in het verbeteren van de relatie tussen stemming en interpersoonlijk functioneren. De therapie gaat ervan uit dat depressieve klachten kunnen samenhangen met recente verstoringen in relaties en sociale rollen, en dat die klachten op hun beurt relaties verder onder druk zetten. Zo kan een vicieuze cirkel ontstaan waarin somberheid, terugtrekking, conflict en verlies elkaar versterken. Door deze interpersoonlijke context systematisch in kaart te brengen en te bewerken, kan de patiënt beter begrijpen hoe klachten samenhangen met relationele gebeurtenissen. Verandering ontstaat vervolgens door het verbeteren van communicatie, het verduidelijken van verwachtingen, het verwerken van verlies of het helpen aanpassen aan een nieuwe rol of levensfase. IPT helpt patiënten daarnaast om emoties beter te herkennen als signalen binnen relaties en om steunbronnen actiever te benutten. Dit sluit aan bij de huidige omschrijving van IPT door de internationale beroepsvereniging.
Techniek
IPT verloopt meestal in drie fasen. In de beginfase worden de klachten geïnventariseerd, wordt een interpersoonlijke inventarisatie gemaakt en kiest men samen een focus voor de behandeling. Die focus ligt meestal in een van vier probleemgebieden: rouw, interpersoonlijke conflicten, rolveranderingen of interpersoonlijke sensitiviteit of tekorten, al verschilt de precieze terminologie per IPT-variant. In de middenfase wordt gericht gewerkt aan dit gekozen probleemgebied. In de eindfase wordt teruggekeken op de behandeling en wordt stilgestaan bij afronding en terugvalpreventie.
De therapeut is actief, steunend en expliciet. Er wordt gewerkt met verheldering, affectverkenning, communicatie-analyse en het oefenen van andere manieren van reageren. IPT is minder gericht op het uitdagen van gedachten dan CGT en minder op overdracht en afweer dan psychodynamische therapie. De nadruk ligt op actuele relaties, stemming en sociale rollen. Richtlijnen van NICE en de APA noemen IPT nog steeds als een evidence-based psychotherapeutische behandeling voor depressie.
Literatuur
- Cuijpers P, Donker T, Weissman MM, Ravitz P & Cristea IA. (2016). Interpersonal psychotherapy for mental health problems: A comprehensive meta-analysis. American Journal of Psychiatry, 173(7), 680-687.
- Klerman GL, Weissman MM, Rounsaville BJ & Chevron ES. (1984). Interpersonal psychotherapy of depression. Basic Books.
- Weissman MM, Markowitz JC & Klerman GL. (2018). The guide to interpersonal psychotherapy (Updated and expanded ed.). Oxford University Press.