De sociale (pragmatische) communicatiestoornis is een diagnose uit de DSM-5(-TR) die wordt gekenmerkt door aanhoudende problemen in het gebruik van taal in sociale situaties. Het gaat hierbij niet om de inhoud van de taal (zoals woordenschat of grammatica), maar om het functionele gebruik van communicatie in interactie met anderen. Deze classificatie is met name relevant voor mensen die wel duidelijke problemen ervaren in sociale communicatie, maar niet voldoen aan de criteria voor een autismespectrumstoornis, omdat er geen sprake is van beperkte, repetitieve gedragspatronen of interesses. Deze classificatie wordt in de praktijk weinig gebruikt bij volwassenen vaak wordt toch de classficatie ASS gesteld of sociale angst of persoonlijkheidsproblematiek.
Kenmerken
De kern ligt in moeilijkheden met het aanpassen van communicatie aan de sociale context. Dit kan zich uiten in moeite met het voeren van een gesprek, het inschatten van wat passend is in een bepaalde situatie of het begrijpen van impliciete boodschappen. Voorbeelden zijn moeite met beurtwisseling in gesprekken, het niet goed kunnen aanpassen van taalgebruik aan de situatie (bijvoorbeeld formeel versus informeel), of het letterlijk nemen van taal en moeite met humor, ironie of indirecte communicatie. Deze problemen leiden tot beperkingen in sociaal functioneren, bijvoorbeeld in relaties, op school of op het werk.
Verschil met autisme
De sociale (pragmatische) communicatiestoornis overlapt deels met autisme, vooral op het gebied van sociale communicatie. Het belangrijkste verschil is dat bij deze stoornis geen sprake is van de tweede pijler van autisme: repetitief gedrag, beperkte interesses of rigiditeit. Dit onderscheid is belangrijk, maar in de praktijk soms lastig te maken. Sommige mensen bevinden zich in een grijs gebied, waarbij kenmerken van beide beelden aanwezig zijn.
Diagnostiek
De diagnostiek berust, net als bij autisme, op klinisch onderzoek. Er is geen specifieke test die de diagnose kan bevestigen. Belangrijk is dat de problemen al in de vroege ontwikkeling aanwezig zijn, ook al worden ze soms pas later duidelijk.
Daarnaast moet worden uitgesloten dat de problemen beter verklaard worden door andere stoornissen, zoals autisme, een taalstoornis, een verstandelijke beperking of een andere psychiatrische aandoening.
Klinische betekenis
In de praktijk wordt deze diagnose relatief weinig gesteld, en is er discussie over de afbakening ten opzichte van autisme en taalstoornissen. Tegelijkertijd kan de classificatie helpend zijn om problemen in sociale communicatie te benoemen en gerichte ondersteuning te bieden. De behandeling richt zich meestal op het verbeteren van communicatieve vaardigheden en het vergroten van inzicht in sociale situaties.
Literatuur
- Adams C. (2002). Practitioner review: The assessment of language pragmatics. Journal of Child Psychology and Psychiatry, 43(8), 973–987.
- American Psychiatric Association. (2022). Diagnostic and statistical manual of mental disorders (5th ed., text rev.; DSM-5-TR). American Psychiatric Publishing.
- Norbury CF. (2014). Practitioner review: Social (pragmatic) communication disorder conceptualization, evidence and clinical implications. Journal of Child Psychology and Psychiatry, 55(3), 204–216.