Een postpartum depressie is een depressieve stoornis die ontstaat tijdens de zwangerschap of in de periode na de bevalling. Hoewel in de volksmond vaak gesproken wordt over een “postnatale depressie”, gaat het niet om een op zichzelf staande, totaal aparte aandoening, maar om een depressieve episode die optreedt in de perinatale of postpartumperiode. Een postpartum depressie is iets anders dan huildagen. Waar huildagen meestal kortdurend zijn en vanzelf overgaan, houdt een postpartum depressie langer aan en heeft deze duidelijk meer invloed op stemming, functioneren, zelfbeeld, hechting en dagelijks leven. Zonder behandeling kan het herstel lang duren en kan de belasting voor moeder, kind en gezin aanzienlijk zijn.
Symptomen
Het kernsymptoom is een aanhoudend sombere, lege of neerslachtige stemming. Vaak is er daarnaast sprake van verlies van plezier of interesse, emotionele vlakheid of het gevoel het moederschap niet aan te kunnen. De stemming kan in de loop van de dag wisselen, maar is vaak hardnekkig aanwezig. Veel vrouwen voelen zich huilerig, overprikkeld, angstig of prikkelbaar. Schuldgevoelens komen vaak voor, bijvoorbeeld het idee geen goede moeder te zijn, tekort te schieten in de zorg voor de baby, of niet te voldoen aan het beeld dat zij van zichzelf of van het moederschap hadden. Ook komt het geregeld voor dat vrouwen zich ernstig zorgen maken over de gezondheid of veiligheid van hun baby, zonder dat daar objectief aanleiding voor is.
Andere veelvoorkomende klachten zijn slaapproblemen, ernstige vermoeidheid, lusteloosheid, concentratieproblemen, piekeren, gevoelens van hopeloosheid, verminderde eetlust, afgenomen libido en lichamelijke spanningsklachten zoals hoofdpijn of rugpijn. Sommige vrouwen voelen zich ook vervreemd van hun baby of ervaren juist dat zij “niets voelen”, wat vaak met veel schaamte gepaard gaat.
Belangrijk is dat een postpartum depressie niet altijd alleen als klassieke somberheid presenteert. Ook angst, onrust, obsessief piekeren, schuld, schaamte en emotionele afvlakking kunnen op de voorgrond staan.
Screening
De Edinburgh Postnatal Depression Scale (EPDS) is de bekendste en meest gebruikte vragenlijst om depressieve klachten in de periode na de bevalling te screenen. De EPDS kan helpen om signalen vroegtijdig op te merken, maar is geen diagnostisch instrument. Een verhoogde score betekent dus niet automatisch dat er sprake is van een postpartum depressie, maar wel dat verdere beoordeling verstandig kan zijn.
Bij postpartum stemmingsklachten is het daarnaast belangrijk om ook alert te zijn op bipolaire kwetsbaarheid, zeker wanneer er sprake is van stemmingsschommelingen, agitatie, een voorgeschiedenis met manie of hypomanie, of een familieanamnese voor bipolaire stoornissen. Dat onderscheid is klinisch essentieel, omdat behandeling dan anders kan zijn.
Voorkomen
Postpartum depressie komt relatief vaak voor. De meeste schattingen liggen rond de 10 tot 15% van de vrouwen, afhankelijk van de definitie, het meetmoment en de onderzochte populatie. Daarmee behoort postpartum depressie tot de meest voorkomende complicaties van zwangerschap en bevalling. Volgens de DSM-5-TR wordt de specificatie met peripartum begin gebruikt wanneer een depressieve episode ontstaat tijdens de zwangerschap of in de eerste vier weken na de bevalling. In de klinische praktijk wordt echter meestal een bredere postpartumperiode gehanteerd, vaak tot één jaar na de bevalling, omdat ook dan nog duidelijk verhoogde kwetsbaarheid bestaat.
Ernst en risico
Postpartum depressie is niet alleen belastend, maar kan ook ernstig zijn. De aandoening gaat gepaard met verhoogd risico op relationele problemen, verstoorde ouder-kindinteractie, uitval in functioneren en in ernstige gevallen ook suïcidaliteit of gedachten aan zelfbeschadiging. Daarom moeten signalen van wanhoop, zelfverwijt, ernstige uitputting, desorganisatie of onveiligheid altijd serieus worden genomen. Bij psychotische verschijnselen, ernstige agitatie, uitgesproken verwardheid of een snel verslechterend beeld moet ook gedacht worden aan een postpartum psychose, wat een psychiatrische spoedsituatie is.
Oorzaak
De oorzaak van postpartum depressie is niet eenduidig. Waarschijnlijk ontstaat zij uit een samenspel van biologische, psychologische en sociale factoren. Biologisch is er direct na de bevalling sprake van een abrupte hormonale omschakeling, met snelle daling van onder andere oestrogeen en progesteron. Deze hormonale veranderingen alleen verklaren de depressie waarschijnlijk niet volledig, maar lijken bij kwetsbare vrouwen wel een rol te kunnen spelen. Ook slaaptekort, lichamelijke uitputting, pijn, ontstekingsprocessen en verstoring van het dag-nachtritme kunnen bijdragen.
Psychologisch en sociaal zijn bekende risicofactoren onder meer een voorgeschiedenis van depressie of angststoornissen, eerdere postpartum depressie, traumatische of gecompliceerde bevalling, relatieproblemen, weinig steun uit de omgeving, stressvolle levensgebeurtenissen, perfectionisme en een kwetsbaar zelfbeeld. Ook psychiatrische belasting in de familie verhoogt het risico.
Behandeling
De behandeling hangt af van de ernst van de klachten, de psychiatrische voorgeschiedenis, de veiligheid en de draagkracht van de vrouw en haar omgeving.
Bij mildere vormen staan uitleg, steun, psycho-educatie, praktische ontlasting, herstel van slaap en psychologische begeleiding vaak centraal. Psychotherapie, zoals cognitieve gedragstherapie of interpersoonlijke therapie, heeft een belangrijke plaats in de behandeling. Bij matige tot ernstige depressieve klachten kunnen ook antidepressiva geïndiceerd zijn, afhankelijk van ernst, voorgeschiedenis, borstvoeding, voorkeuren en eerdere behandelrespons. Het is belangrijk dat behandeling niet alleen gericht is op “doorgaan” of “volhouden”, maar ook op ruimte voor herstel, regulatie van slaap, vermindering van schaamte en het bespreekbaar maken van ambivalente of negatieve gevoelens. Juist die gevoelens zijn vaak aanwezig, maar worden uit schuld of angst niet snel uitgesproken.
Mogelijk spelen neuroactieve steroïden, zoals allopregnanolon, en een verstoorde aanpassing van het GABA-systeem een rol bij het ontstaan van postpartum depressie. Brexanolon en zuranolon zijn twee synthetische neuroactieve steroïden die respectievelijk in maart 2019 (als intraveneuze behandeling) en augustus 2023 (als orale behandeling) door de Amerikaanse Food and Drug Administration goedgekeurd werden voor de behandeling van post-partumdepressie. Tot op heden zijn deze producten niet beschikbaar op de Belgische en Nederlandse markt.
Literatuur
- American Psychiatric Association. (2022). Diagnostic and statistical manual of mental disorders (5th ed., text rev.; DSM-5-TR).
- American College of Obstetricians and Gynecologists (ACOG). (2023). Screening and diagnosis of mental health conditions during pregnancy and postpartum.
American College of Obstetricians and Gynecologists (ACOG). (2023). Treatment and management of mental health conditions during pregnancy and postpartum. - Lindahl V, Pearson JL, Colpe L. Prevalence of suicidality during pregnancy and the postpartum. Arch Womens Ment Health 2005;8(2):77-87. doi:10.1007/s00737-005-0080-1
- Payne JL & Maguire J. (2019). Pathophysiological mechanisms implicated in postpartum depression. Frontiers in Neuroendocrinology, 52, 165–180.
- National Institute for Health and Care Excellence (NICE). (2020). Antenatal and postnatal mental health: clinical management and service guidance (CG192).
- Sondervan J, Hostens A, Lemmens G. Neurosteroïden als behandeling van post-partumdepressie: kritische literatuurstudie [Neurosteroids as treatment of postpartum depression: a critical literature review]. Tijdschr Psychiatr. 2025;67(1):15-19. Dutch. PMID: 39841021.
- Woody CA, Ferrari AJ, Siskind DJ, Whiteford HA & Harris MG. (2017). A systematic review and meta-regression of the prevalence and incidence of perinatal depression. Journal of Affective Disorders, 219, 86–92.