De sociale angststoornis is in veel gevallen goed behandelbaar. De behandeling bestaat meestal uit psychotherapie, medicatie of een combinatie van beide. Cognitieve gedragstherapie is de meest onderzochte en toegepaste psychologische behandeling. In deze therapie leren mensen hun negatieve gedachten over sociale situaties te herkennen en te onderzoeken. Daarnaast wordt gewerkt met exposure, waarbij iemand geleidelijk sociale situaties opzoekt die eerder werden vermeden. Door deze ervaringen kan de angst geleidelijk afnemen. Wanneer psychotherapie onvoldoende effect heeft of wanneer de klachten ernstig zijn, kan medicamenteuze behandeling worden overwogen. Antidepressiva, met name SSRI’s en SNRI’s, worden vaak gebruikt bij de behandeling van sociale angststoornis. Naast deze behandelingen kunnen sociale vaardigheidstraining, psycho-educatie en het verminderen van vermijdingsgedrag een belangrijke rol spelen in het herstel. In sommige situaties kunnen bètablokkers worden voorgeschreven. Deze medicijnen worden oorspronkelijk gebruikt bij hoge bloeddruk, maar kunnen ook lichamelijke angstklachten verminderen, zoals trillen, hartkloppingen, zweten en blozen. Bètablokkers worden vooral gebruikt bij situatiegebonden sociale angst, bijvoorbeeld bij spreekangst of optreden voor een groep. Ze worden meestal kort vóór een specifieke situatie ingenomen.
Fecale microbiota transplantatie (FMT)
Een recente studie toont aan dat muizen die microbiota van patiënten met sociale angst ontvingen een specifiek verhoogde gevoeligheid voor sociale angst hadden, gekoppeld aan veranderingen in de immuniteit en de hersenen. Klinkt veelbelovend maar er zijn nogal wat beperkingen aan dit onderzoek, zoals dat over muizen gaat, het een kleine steekproefomvang is en de rol van bijvoorbeeld voeding en medicatie niet meegenomen is. Mogelijk dat in de toekomst fecale microbiota transplantatie (FMT) gebruikt zou kunnen worden om microbiota van gezonde donoren over te dragen naar patiënten met sociale angst.