Benzodiazepinen

Benzodiazepinen behoren tot de meest voorgeschreven psychofarmaca. In Nederland gebruikt een aanzienlijk deel van de bevolking deze middelen, met een duidelijke oververtegenwoordiging van vrouwen en ouderen. Benzodiazepinen worden vooral toegepast als slaapmiddel, anxiolyticum, anticonvulsivum en bij alcoholonthouding.
Naast de klassieke benzodiazepinen bestaan er middelen zoals zolpidem en zopiclon (de zogenoemde Z-medicatie), die via dezelfde receptor werken maar een andere chemische structuur hebben. Het farmacologische effect is grotendeels vergelijkbaar.

Werkingsmechanisme

Benzodiazepinen versterken de werking van de remmende neurotransmitter gamma-aminoboterzuur (GABA) via de GABA_A-receptor. Dit is een chloridekanaal dat bestaat uit vijf subunits. Benzodiazepinen binden aan een specifieke bindingsplaats op deze receptor en verhogen de frequentie waarmee het kanaal opent in aanwezigheid van GABA. Hierdoor neemt de remming van neuronale activiteit toe, wat leidt tot anxiolytische, sederende, spierrelaxerende en anticonvulsieve effecten. Verschillen tussen benzodiazepinen worden deels bepaald door hun affiniteit voor verschillende receptor-subtypes (met name α1, α2, α3 en α5), wat samenhangt met verschillen in klinisch effect, zoals sedatie versus anxiolyse.

Indicaties

Benzodiazepinen worden toegepast bij ernstige slaapstoornissen en angststoornissen, met name wanneer er sprake is van duidelijke lijdensdruk of functionele beperkingen. Bij angststoornissen worden zij vooral kortdurend ingezet, bijvoorbeeld als overbrugging bij de start van een antidepressivum of bij acute ontregeling.
Daarnaast worden benzodiazepinen gebruikt bij epilepsie en bij de behandeling en preventie van alcoholonthoudingsverschijnselen, waaronder het delier. Het gebruik bij slapeloosheid dient bij voorkeur beperkt te blijven tot kortdurende behandeling. De werkzaamheid neemt vaak al na enkele weken af door tolerantie.

Farmacokinetiek

De farmacokinetische eigenschappen bepalen in belangrijke mate de klinische toepassing. Snelle absorptie en hoge lipofiliteit zorgen voor een snel intredend effect, wat relevant is bij acute angst of inslaapproblemen. Lipofiele middelen, zoals diazepam, bereiken snel de hersenen en geven een snelle werking. De werkingsduur wordt bepaald door de eliminatiehalfwaardetijd en de aanwezigheid van actieve metabolieten. Middelen met een lange halfwaardetijd, zoals diazepam, kunnen accumuleren bij herhaald gebruik, wat leidt tot een langduriger effect maar ook tot een verhoogd risico op sufheid en vallen, met name bij ouderen. Kortwerkende middelen geven minder accumulatie, maar gaan gepaard met een groter risico op reboundklachten en onthoudingsverschijnselen.

Bijwerkingen

Benzodiazepinen veroorzaken vaak sedatie, slaperigheid en vermoeidheid. Daarnaast kunnen zij negatieve effecten hebben op cognitieve functies, zoals aandacht, concentratie en geheugen. Spierrelaxatie kan bijdragen aan een verhoogd valrisico, vooral bij ouderen. Langdurig gebruik kan leiden tot tolerantie en afhankelijkheid. Paradoxale reacties, zoals agitatie of ontremming, worden beschreven, maar lijken zeldzaam.

Afhankelijkheid en onttrekking

Gebruik van benzodiazepinen kan leiden tot zowel lichamelijke als psychische afhankelijkheid. Het risico neemt toe bij hogere doseringen en langdurig gebruik, maar kan ook optreden bij therapeutische doseringen. Na staken kunnen onthoudingsverschijnselen optreden, waaronder angst, slapeloosheid, prikkelbaarheid, tremor en transpireren. In ernstigere gevallen kunnen derealisatie, hallucinaties en insulten optreden. Kortwerkende middelen geven doorgaans een groter risico op ernstige onthoudingsverschijnselen dan langwerkende middelen. Daarnaast kunnen oorspronkelijke klachten, zoals angst of slapeloosheid, tijdelijk in versterkte vorm terugkeren (rebound). Om deze redenen is geleidelijke afbouw aangewezen.

Contra-indicaties

Belangrijke contra-indicaties zijn myasthenia gravis en overgevoeligheid voor benzodiazepinen. Voorzichtigheid is geboden bij ouderen, bij respiratoire aandoeningen en bij een voorgeschiedenis van middelenmisbruik.

Duur van de behandeling

Vanwege het risico op afhankelijkheid dient de behandelduur zo kort mogelijk te blijven. Bij slapeloosheid wordt doorgaans een behandelduur van enkele dagen tot maximaal twee weken aanbevolen, met een absolute bovengrens van vier weken inclusief afbouw. Bij angststoornissen wordt langdurig gebruik ontraden en is benzodiazepinegebruik bij voorkeur tijdelijk en ondersteunend.

Literatuur

  • Baldwin DS, Aitchison K, Bateson A, et al. Benzodiazepines: risks and benefits. Br J Psychiatry. 2013;202:7–11.
  • Brett J, Murnion B. Management of benzodiazepine misuse. Aust Prescr. 2015;38:152–155.
  • Farmacotherapeutisch kompas
  • Naarding P, Risselada AJ. Molemans praktische psychofarmacologie. Prelum; 2021.
  • Lader M. Benzodiazepines revisited—will we ever learn? Addiction. 2011;106:2086–2109.
  • Oude Voshaar RC en anderen. Behandelmethoden om langdurig gebruik van benzodiazepinen te staken, NTvG (2001) 145: 1347-1350

Benzodiazepinen behoren tot de meest voorgeschreven psychofarmaca. In Nederland gebruikt een aanzienlijk deel van de bevolking deze middelen, met een duidelijke oververtegenwoordiging van vrouwen en ouderen. Benzodiazepinen worden vooral toegepast als slaapmiddel, anxiolyticum, anticonvulsivum en bij alcoholonthouding.
Naast de klassieke benzodiazepinen bestaan er middelen zoals zolpidem en zopiclon (de zogenoemde Z-medicatie), die via dezelfde receptor werken maar een andere chemische structuur hebben. Het farmacologische effect is grotendeels vergelijkbaar.

Werkingsmechanisme

Benzodiazepinen versterken de werking van de remmende neurotransmitter gamma-aminoboterzuur (GABA) via de GABA_A-receptor. Dit is een chloridekanaal dat bestaat uit vijf subunits. Benzodiazepinen binden aan een specifieke bindingsplaats op deze receptor en verhogen de frequentie waarmee het kanaal opent in aanwezigheid van GABA. Hierdoor neemt de remming van neuronale activiteit toe, wat leidt tot anxiolytische, sederende, spierrelaxerende en anticonvulsieve effecten. Verschillen tussen benzodiazepinen worden deels bepaald door hun affiniteit voor verschillende receptor-subtypes (met name α1, α2, α3 en α5), wat samenhangt met verschillen in klinisch effect, zoals sedatie versus anxiolyse.

Indicaties

Benzodiazepinen worden toegepast bij ernstige slaapstoornissen en angststoornissen, met name wanneer er sprake is van duidelijke lijdensdruk of functionele beperkingen. Bij angststoornissen worden zij vooral kortdurend ingezet, bijvoorbeeld als overbrugging bij de start van een antidepressivum of bij acute ontregeling.
Daarnaast worden benzodiazepinen gebruikt bij epilepsie en bij de behandeling en preventie van alcoholonthoudingsverschijnselen, waaronder het delier. Het gebruik bij slapeloosheid dient bij voorkeur beperkt te blijven tot kortdurende behandeling. De werkzaamheid neemt vaak al na enkele weken af door tolerantie.

Farmacokinetiek

De farmacokinetische eigenschappen bepalen in belangrijke mate de klinische toepassing. Snelle absorptie en hoge lipofiliteit zorgen voor een snel intredend effect, wat relevant is bij acute angst of inslaapproblemen. Lipofiele middelen, zoals diazepam, bereiken snel de hersenen en geven een snelle werking. De werkingsduur wordt bepaald door de eliminatiehalfwaardetijd en de aanwezigheid van actieve metabolieten. Middelen met een lange halfwaardetijd, zoals diazepam, kunnen accumuleren bij herhaald gebruik, wat leidt tot een langduriger effect maar ook tot een verhoogd risico op sufheid en vallen, met name bij ouderen. Kortwerkende middelen geven minder accumulatie, maar gaan gepaard met een groter risico op reboundklachten en onthoudingsverschijnselen.

Bijwerkingen

Benzodiazepinen veroorzaken vaak sedatie, slaperigheid en vermoeidheid. Daarnaast kunnen zij negatieve effecten hebben op cognitieve functies, zoals aandacht, concentratie en geheugen. Spierrelaxatie kan bijdragen aan een verhoogd valrisico, vooral bij ouderen. Langdurig gebruik kan leiden tot tolerantie en afhankelijkheid. Paradoxale reacties, zoals agitatie of ontremming, worden beschreven, maar lijken zeldzaam.

Afhankelijkheid en onttrekking

Gebruik van benzodiazepinen kan leiden tot zowel lichamelijke als psychische afhankelijkheid. Het risico neemt toe bij hogere doseringen en langdurig gebruik, maar kan ook optreden bij therapeutische doseringen. Na staken kunnen onthoudingsverschijnselen optreden, waaronder angst, slapeloosheid, prikkelbaarheid, tremor en transpireren. In ernstigere gevallen kunnen derealisatie, hallucinaties en insulten optreden. Kortwerkende middelen geven doorgaans een groter risico op ernstige onthoudingsverschijnselen dan langwerkende middelen. Daarnaast kunnen oorspronkelijke klachten, zoals angst of slapeloosheid, tijdelijk in versterkte vorm terugkeren (rebound). Om deze redenen is geleidelijke afbouw aangewezen.

Contra-indicaties

Belangrijke contra-indicaties zijn myasthenia gravis en overgevoeligheid voor benzodiazepinen. Voorzichtigheid is geboden bij ouderen, bij respiratoire aandoeningen en bij een voorgeschiedenis van middelenmisbruik.

Duur van de behandeling

Vanwege het risico op afhankelijkheid dient de behandelduur zo kort mogelijk te blijven. Bij slapeloosheid wordt doorgaans een behandelduur van enkele dagen tot maximaal twee weken aanbevolen, met een absolute bovengrens van vier weken inclusief afbouw. Bij angststoornissen wordt langdurig gebruik ontraden en is benzodiazepinegebruik bij voorkeur tijdelijk en ondersteunend.

Literatuur

  • Baldwin DS, Aitchison K, Bateson A, et al. Benzodiazepines: risks and benefits. Br J Psychiatry. 2013;202:7–11.
  • Brett J, Murnion B. Management of benzodiazepine misuse. Aust Prescr. 2015;38:152–155.
  • Farmacotherapeutisch kompas
  • Naarding P, Risselada AJ. Molemans praktische psychofarmacologie. Prelum; 2021.
  • Lader M. Benzodiazepines revisited—will we ever learn? Addiction. 2011;106:2086–2109.
  • Oude Voshaar RC en anderen. Behandelmethoden om langdurig gebruik van benzodiazepinen te staken, NTvG (2001) 145: 1347-1350