Elektroconvulsietherapie (ECT) is een behandeling waarbij onder gecontroleerde omstandigheden een epileptisch insult wordt opgewekt. De methode werd in de jaren dertig ontwikkeld door Ugo Cerletti en Licio Bini. Hoewel ECT in het verleden soms op een minder zorgvuldige manier werd toegepast, is de behandeling tegenwoordig sterk gestandaardiseerd en vindt zij plaats onder strikte medische en ethische voorwaarden. ECT heeft een duidelijke en bewezen plaats binnen de behandeling van ernstige depressie, met name wanneer snelle en effectieve symptoomreductie noodzakelijk is. Binnen de neuromodulatie neemt ECT een bijzondere positie in: het is invasiever dan rTMS, maar beter onderbouwd en effectiever bij ernstige depressie. In de praktijk wordt ECT vaak overwogen na onvoldoende effect van medicatie, maar vóór meer experimentele of invasieve behandelingen zoals DBS. ECT heeft een duidelijke en bewezen plaats binnen de behandeling van ernstige depressie, met name wanneer snelle en effectieve symptoomreductie noodzakelijk is.
Omschrijving
ECT is een medische behandeling die onder algehele (lichte) narcose wordt uitgevoerd, in aanwezigheid van een anesthesioloog. Met behulp van elektroden op het hoofd wordt gedurende enkele seconden een elektrische prikkel toegediend, waardoor een gecontroleerd epileptisch insult ontstaat. Door gebruik van spierverslappende medicatie zijn de zichtbare spiertrekkingen minimaal. Een behandeling duurt in totaal enkele minuten, waarbij het insult zelf meestal 20 tot 60 seconden aanhoudt. ECT wordt doorgaans twee tot drie keer per week gegeven, in een behandelreeks van gemiddeld 6 tot 12 sessies. ECT wordt vaak overwogen wanneer snelle verbetering noodzakelijk is of wanneer andere behandelingen onvoldoende effect hebben gehad.
Werkingsmechanismen
De precieze werking van ECT is niet volledig opgehelderd. Er zijn aanwijzingen dat ECT invloed heeft op meerdere hersennetwerken die betrokken zijn bij stemming en emotieregulatie. Daarnaast lijkt ECT processen van neuroplasticiteit te stimuleren, waaronder veranderingen in synaptische activiteit en mogelijk volumetoename in delen van de hippocampus. De huidige visie is dat ECT niet één mechanisme heeft, maar een breed effect op hersennetwerken.
Indicaties
- ernstige depressie, vooral bij psychotische kenmerken
- depressie met hoge suïcidaliteit of levensbedreigende ontregeling (bijvoorbeeld niet eten of drinken)
- therapieresistente depressie
- katatonie en maligne neuroleptica syndroom (MNS)
Evidentie
ECT behoort tot de meest effectieve behandelingen voor ernstige depressie. Meta-analyses laten zien dat een groot deel van de patiënten klinisch significant verbetert, met remissiepercentages die vaak rond de 50–70% liggen, en hoger bij psychotische depressie. Het effect treedt meestal sneller op dan bij medicamenteuze behandeling. Tegelijk is terugval na het stoppen van ECT relatief frequent, waardoor vervolgbehandeling met medicatie of onderhouds-ECT vaak nodig is.
Bijwerkingen
De meest voorkomende bijwerkingen zijn: tijdelijke geheugenstoornissen, concentratieproblemen, hoofdpijn en misselijkheid. Cognitieve klachten zijn meestal van voorbijgaande aard, maar kunnen in sommige gevallen langer aanhouden, met name voor autobiografische herinneringen rond de behandelperiode.
Contra-indicaties
Er zijn geen absolute contra-indicaties voor ECT, maar er zijn wel situaties waarin extra voorzichtigheid nodig is, zoals: recente cardiovasculaire aandoeningen, verhoogde intracraniële druk, bepaalde neurologische aandoeningen, zwangerschap (alleen na zorgvuldige afweging)
Literatuur
- Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie. Richtlijn Elektroconvulsietherapie.
- Nuninga JO, Mandl RCW, Boks MP, Bakker S, Somers M, Heringa SM, Nieuwdorp W, Hoogduin H, Kahn RS, Luijten P, Sommer IEC. Volume increase in the dentate gyrus after electroconvulsive therapy in depressed patients as measured with 7T. Mol Psychiatry. 2020 Jul;25(7):1559-1568. doi: 10.1038/s41380-019-0392-6. Epub 2019 Mar 12. PMID: 30867562.
- Sackeim HA et al. (2001). Continuation pharmacotherapy in the prevention of relapse following ECT. JAMA, 285, 1299–1307.
- Van den Broek WW et al. (2006). Imipramine in relapse prevention after ECT. Journal of Clinical Psychiatry.