Psychodynamische psychotherapie vindt haar oorsprong in de psychoanalyse, ontwikkeld door Sigmund Freud aan het begin van de twintigste eeuw. Freud introduceerde het idee dat onbewuste processen, innerlijke conflicten en vroege ervaringen een belangrijke invloed hebben op gedrag, emoties en relaties. In de loop van de twintigste eeuw werd de psychoanalyse verder ontwikkeld en aangepast. De nadruk verschoof geleidelijk van een strikt intrapsychisch model naar meer aandacht voor relaties, hechting en interacties met anderen. Uit deze ontwikkeling ontstonden verschillende vormen van psychotherapie die minder intensief en beter toepasbaar waren in de klinische praktijk. Tegenwoordig wordt de term psychodynamische psychotherapie gebruikt als overkoepelende aanduiding voor deze bredere groep behandelingen.
Omschrijving
Psychodynamische psychotherapie is een vorm van psychotherapie die zich richt op het begrijpen van terugkerende patronen in denken, voelen en gedrag, en op de invloed van onbewuste processen op het psychisch functioneren. Uitgangspunt is dat klachten vaak samenhangen met manieren waarop iemand met gevoelens, conflicten en relaties omgaat, en dat deze patronen hun oorsprong kunnen hebben in eerdere ervaringen. Deze patronen blijven zich vaak herhalen in het dagelijks leven, maar ook in de relatie met de therapeut. Door deze zichtbaar te maken en te onderzoeken, ontstaat ruimte voor verandering. De behandeling kan variëren in duur en frequentie, van kortdurende trajecten tot langduriger behandelingen, afhankelijk van de aard van de klachten en de doelen van de therapie.
Werkingsmechanismen
Het werkingsmechanisme van psychodynamische psychotherapie ligt in het vergroten van inzicht in onbewuste processen en terugkerende patronen, en in het ervaren van deze patronen binnen de therapeutische relatie. Veel mensen hebben manieren ontwikkeld om moeilijke gevoelens, zoals angst, schaamte, schuld of verdriet, niet volledig te hoeven ervaren. Deze afweermechanismen kunnen op korte termijn beschermen, maar op langere termijn bijdragen aan klachten en vastlopende patronen. In de therapie worden deze processen stap voor stap herkenbaar gemaakt.
Een belangrijk onderdeel is de aandacht voor de relatie tussen patiënt en therapeut. Patronen die zich in het dagelijks leven voordoen, komen vaak ook in deze relatie tot uiting. Door deze in het hier-en-nu te onderzoeken, kan iemand beter begrijpen hoe hij of zij zichzelf en anderen beleeft, en nieuwe manieren van omgaan ontwikkelen.Daarnaast speelt betekenisgeving een rol: het begrijpen van hoe eerdere ervaringen doorwerken in het heden kan helpen om gevoelens en gedrag in een samenhang te plaatsen.
Techniek
Psychodynamische psychotherapie is een exploratieve en inzichtgevende behandelvorm. De patiënt wordt uitgenodigd om vrij te vertellen over gedachten, gevoelens, herinneringen en gebeurtenissen. De therapeut luistert, stelt vragen en helpt om verbanden te leggen tussen verschillende ervaringen en patronen. De aandacht ligt zowel op het verleden als op het hier-en-nu, en in het bijzonder op wat er gebeurt in de therapeutische relatie. De therapeut kan interpretaties geven, maar vaak gebeurt het werk vooral door samen te onderzoeken, te verhelderen en stil te staan bij wat zich aandient. De houding van de therapeut is betrokken en onderzoekend, met aandacht voor nuance en complexiteit. Afhankelijk van de vorm en intensiteit van de therapie kan de therapeut meer of minder actief zijn. Sommige vormen zijn steunend en gericht op stabilisatie, andere meer confronterend en gericht op verandering van diepgewortelde patronen.
Literatuur
- Freud S. (1917). Introductory lectures on psychoanalysis.
- Gabbard GO. (2014). Psychodynamic psychiatry in clinical practice.
- Shedler J. (2010). The efficacy of psychodynamic psychotherapy. American Psychologist, 65(2), 98–109.