De diagnostiek van een bipolaire stoornis berust op een zorgvuldige psychiatrische beoordeling. Daarbij wordt niet alleen gekeken of iemand voldoet aan de DSM-5-TR-criteria, maar ook naar het bredere verhaal van de klachten. De nieuwe zorgstandaard benadrukt dat een classificatie nog geen volledige diagnose is. Een goede diagnose omvat ook het beloop van de klachten, uitlokkende omstandigheden, familiaire belasting, eerdere behandelingen, sterke kanten van de patiënt en de betekenis van de klachten in het dagelijks leven.
Anamnese en heteroanamnese
De kern van de diagnostiek wordt gevormd door een uitgebreide anamnese, aangevuld met heteroanamnese, observatie en zo nodig gevalideerde vragenlijsten. Bij bipolaire stoornissen is informatie van naasten vaak onmisbaar, juist omdat hypomane of manische episoden door de patiënt zelf niet altijd als problematisch worden herkend of achteraf onvolledig worden herinnerd. De zorgstandaard adviseert dan ook om naasten altijd te betrekken bij het reconstrueren van het eerdere beloop. Bij het gesprek is het vaak behulpzaam om niet alleen te vragen naar stemming, maar ook naar veranderingen in activiteit, slaap, tempo, impulsiviteit en functioneren. Vragen naar wat iemand in een bepaalde periode deed, is soms duidelijker dan vragen hoe iemand zich toen voelde. Ook familieanamnese is belangrijk, omdat een bipolaire stoornis vaker voorkomt bij mensen met eerstegraads verwanten met dezelfde aandoening.
Beloopsdiagnostiek
Bij bipolaire stoornissen is het in kaart brengen van het beloop essentieel. Daarbij wordt teruggekeken naar eerdere episoden van depressie, hypomanie of manie, de duur en ernst daarvan, perioden van herstel en mogelijke uitlokkende factoren. Vaak begint de aandoening met een of meer depressieve episoden, waardoor iemand aanvankelijk als unipolair depressief wordt gezien. Juist daarom is het belangrijk om herhaaldelijk te vragen naar eerdere perioden van verhoogde energie, minder slaap, verhoogde activiteit of ontremming. Voor het reconstrueren van het beloop kunnen herinneringen aan belangrijke levensgebeurtenissen, oude agenda’s, dagboeken of stemmingsregistraties behulpzaam zijn. Bij vrouwen moet daarbij ook worden gevraagd naar stemmingsveranderingen rond zwangerschap, de periode na de bevalling en de menopauzale overgang. De zorgstandaard benadrukt bovendien dat een bipolaire stoornis meestal een langdurige, mogelijk blijvende kwetsbaarheid voor stemmingsepisoden met zich meebrengt. Daarom is ook vervolgmonitoring van het beloop van groot belang. Er bestaan zowel retrospectieve (terugblik) life charts, als prospectieve versies, die tijdens de behandeling worden bijgehouden. De patiënt kan ook een life chart invullen (zowel prospectief als retrospectief) die vervolgens met de behandelaar kan worden besproken. De Bech-Rafaelsen Mania Scale (BRMAS of MAS) is een gestructureerd interviewinstrument van 11 items dat wordt gebruikt om de ernst van manische symptomen te beoordelen, vaak over een periode van drie dagen
Screening
Screeningsinstrumenten kunnen helpen om aanwijzingen voor een bipolaire stoornis te vinden, maar zij stellen geen diagnose. De meest gebruikte en best gevalideerde screeningslijst is de Mood Disorder Questionnaire (MDQ). Deze zelfinvullijst is ook in het Nederlands beschikbaar en kan bijvoorbeeld worden gebruikt bij mensen die zich melden met depressieve klachten. Een positieve uitslag vraagt altijd om nader diagnostisch onderzoek, terwijl een negatieve uitslag een bipolaire stoornis minder waarschijnlijk maakt. De zorgstandaard noemt daarnaast ook de Hypomania Checklist (HCL-32), de Life Chart Methode (LCM) en de Bipolarity Index als mogelijke hulpmiddelen bij diagnostiek en monitoring.
Somatische screening
Bij de diagnostiek moet altijd ook worden gekeken naar lichamelijke oorzaken en uitlokkende factoren. Somatisch onderzoek en zo nodig aanvullend onderzoek zijn belangrijk om aandoeningen of middelengebruik uit te sluiten die het beeld kunnen verklaren of versterken. Daarnaast moet aandacht bestaan voor comorbiditeit. Angststoornissen, trauma, middelengebruik, ADHD, eetstoornissen en persoonlijkheidsproblematiek komen relatief vaak samen voor met een bipolaire stoornis en kunnen het beeld ingewikkelder maken.
Monitoring
Diagnostiek houdt niet op na het eerste gesprek. Bij bipolaire stoornissen is het vaak nodig om het beloop over langere tijd te volgen. Dat helpt niet alleen om de diagnose te bevestigen of te herzien, maar ook om patronen, vroege signalen en reacties op behandeling beter te begrijpen. De zorgstandaard noemt hiervoor meetinstrumenten, stemmingsregistratie en eHealth-toepassingen als mogelijke hulpmiddelen, al ontbreekt voor digitale life charts nog een breed gevalideerde standaard.
Literatuur
- Angst J et al. (2005). The Hypomania Checklist (HCL-32): A self-assessment tool for hypomanic symptoms in outpatients. Journal of Affective Disorders, 88, 217–233.
- American Psychiatric Association. (2022). Diagnostic and statistical manual of mental disorders (5th ed., text rev.; DSM-5-TR). American Psychiatric Publishing.
- Ghaemi SN et al. (2005). The Bipolar Spectrum Diagnostic Scale: A screening tool for bipolar spectrum disorders. Journal of Affective Disorders, 84, 273–277.
- Hirschfeld RMA et al. (2000). Development and validation of a screening instrument for bipolar spectrum disorder: The Mood Disorder Questionnaire. American Journal of Psychiatry, 157, 1873–1875.
- Leverich GS & Post RM. (2002). The NIMH Life Chart Method for prospective monitoring of bipolar illness. Bipolar Disorders, 4(3), 144–153.
- McIntyre RS et al. (2020). The Rapid Mood Screener (RMS): A novel screening tool for bipolar disorder. Current Medical Research and Opinion, 36, 1–8.
- Menon V et al. (2026). Clinical practice guidelines for the management of bipolar disorder. Indian Journal of Psychiatry.
- Wright LA et al. (2026). Mood monitoring, mood tracking, and ambulatory assessment in bipolar disorder and depression: Systematic review and meta-analysis. Journal of Medical Internet Research.
- Richtlijn Bipolaire stemmingsstoornissen (2026).
- Zorgstandaard Bipolaire stemmingsstoornissen (2026).