Agorafobie

Meer informatie
No items found.

Agorafobie is een angststoornis waarbij iemand intense angst ervaart in situaties waaruit ontsnappen moeilijk kan zijn of waar hulp mogelijk niet direct beschikbaar is wanneer zich plotseling angst- of paniekklachten voordoen. Het gaat meestal om situaties waarin iemand zich kwetsbaar voelt, zoals drukke openbare ruimtes of plaatsen waar men moeilijk kan weggaan: openbaar vervoer, drukke winkels, in een rij staan, in een menigte, maar ook  afgesloten ruimtes kunnen angst oproepen. De kern van de angst is vaak dat men vreest niet te kunnen ontsnappen of geen hulp te kunnen krijgen wanneer zich plotseling lichamelijke klachten of paniek voordoen.
De angst gaat vaak gepaard met lichamelijke verschijnselen zoals hartkloppingen, benauwdheid, duizeligheid, misselijkheid, zweten of een gevoel van controleverlies. Deze lichamelijke sensaties kunnen op zichzelf weer angst oproepen, waardoor een vicieuze cirkel kan ontstaan. Vaak gaan mensen dit soort situatie weer vermijden, in ernstige gevallen kan iemand grote moeite hebben het huis te verlaten. De klachten kunnen daardoor grote gevolgen hebben voor werk, sociale contacten en dagelijkse activiteiten. Agorafobie komt regelmatig voor in combinatie met een paniekstoornis, maar kan ook zonder paniekstoornis optreden. Bij een paniekstoornis staan plotselinge, terugkerende paniekaanvallen centraal, bij agorafobie ligt het accent vooral op angst voor bepaalde situaties.

Prevalentie

Agorafobie komt minder vaak voor dan sommige andere angststoornissen, maar kan een aanzienlijke impact hebben op het dagelijks functioneren. In epidemiologisch onderzoek wordt de prevalentie geschat op ongeveer 1 tot 3 procent van de bevolking. De stoornis ontstaat meestal in de adolescentie of vroege volwassenheid. Vrouwen worden ongeveer twee keer zo vaak getroffen als mannen. Wanneer agorafobie eenmaal is ontstaan, kan zij zonder behandeling een chronisch beloop hebben. Agorafobie gaat vaak samen met andere psychische aandoeningen, met name paniekstoornis, andere angststoornissen en depressieve stoornissen. Deze comorbiditeit kan het beloop complexer maken en het functioneren verder beperken.

Behandeling

Agorafobie is goed behandelbaar. De behandeling bestaat meestal uit psychotherapie, medicatie of een combinatie van beide. Cognitieve gedragstherapie vormt doorgaans de eerste keuze van behandeling. Een belangrijk onderdeel hiervan is exposure, waarbij iemand stapsgewijs en gecontroleerd wordt blootgesteld aan situaties die angst oproepen. Door herhaalde blootstelling kan het angstniveau geleidelijk afnemen en leert iemand dat de gevreesde catastrofes meestal niet optreden. In de behandeling wordt ook aandacht besteed aan het herkennen en veranderen van angstige interpretaties van lichamelijke sensaties en situaties. Daarnaast kan gewerkt worden aan het verminderen van vermijdingsgedrag en het vergroten van zelfvertrouwen in het omgaan met angst. Wanneer psychotherapie onvoldoende effect heeft of wanneer de klachten ernstig zijn, kan medicamenteuze behandeling worden overwogen. Antidepressiva, met name SSRI’s en SNRI’s, worden vaak gebruikt bij angststoornissen en kunnen ook bij agorafobie effectief zijn. Psycho-educatie, het betrekken van naasten en het geleidelijk hervatten van activiteiten kunnen daarnaast bijdragen aan herstel.

DSM-5-TR

Volgens de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM-5-TR) wordt agorafobie gekenmerkt door duidelijke angst of vermijding van situaties waarin ontsnappen moeilijk kan zijn of waarin hulp mogelijk niet beschikbaar is wanneer zich paniekachtige of andere invaliderende symptomen voordoen. De DSM-5-TR beschrijft vijf typen situaties waarin deze angst kan optreden: het gebruik van openbaar vervoer, verblijven in open ruimtes, verblijven in afgesloten ruimtes, in een rij staan of zich in een menigte bevinden, en alleen buitenshuis zijn. Voor de diagnose moet angst aanwezig zijn in ten minste twee van deze situaties. De situaties roepen vrijwel altijd angst op en worden actief vermeden, verdragen met intense angst of alleen betreden wanneer iemand begeleid wordt. De angst staat niet in verhouding tot het werkelijke gevaar en houdt doorgaans minimaal zes maanden aan. Daarnaast moeten de klachten leiden tot duidelijk lijden of beperkingen in het sociaal of maatschappelijk functioneren. Agorafobie kan worden gediagnosticeerd met of zonder aanwezigheid van een paniekstoornis.

Literatuur

  • American Psychiatric Association. Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (5th ed., text revision; DSM-5-TR). Washington, DC: APA, 2022.
  • Bandelow B, Michaelis S. Epidemiology of anxiety disorders in the 21st century. Dialogues in Clinical Neuroscience. 2022.
  • Zorgstandaard Angstklachten en angststoornissen. Akwa GGZ.

Agorafobie is een angststoornis waarbij iemand intense angst ervaart in situaties waaruit ontsnappen moeilijk kan zijn of waar hulp mogelijk niet direct beschikbaar is wanneer zich plotseling angst- of paniekklachten voordoen. Het gaat meestal om situaties waarin iemand zich kwetsbaar voelt, zoals drukke openbare ruimtes of plaatsen waar men moeilijk kan weggaan: openbaar vervoer, drukke winkels, in een rij staan, in een menigte, maar ook  afgesloten ruimtes kunnen angst oproepen. De kern van de angst is vaak dat men vreest niet te kunnen ontsnappen of geen hulp te kunnen krijgen wanneer zich plotseling lichamelijke klachten of paniek voordoen.
De angst gaat vaak gepaard met lichamelijke verschijnselen zoals hartkloppingen, benauwdheid, duizeligheid, misselijkheid, zweten of een gevoel van controleverlies. Deze lichamelijke sensaties kunnen op zichzelf weer angst oproepen, waardoor een vicieuze cirkel kan ontstaan. Vaak gaan mensen dit soort situatie weer vermijden, in ernstige gevallen kan iemand grote moeite hebben het huis te verlaten. De klachten kunnen daardoor grote gevolgen hebben voor werk, sociale contacten en dagelijkse activiteiten. Agorafobie komt regelmatig voor in combinatie met een paniekstoornis, maar kan ook zonder paniekstoornis optreden. Bij een paniekstoornis staan plotselinge, terugkerende paniekaanvallen centraal, bij agorafobie ligt het accent vooral op angst voor bepaalde situaties.

Prevalentie

Agorafobie komt minder vaak voor dan sommige andere angststoornissen, maar kan een aanzienlijke impact hebben op het dagelijks functioneren. In epidemiologisch onderzoek wordt de prevalentie geschat op ongeveer 1 tot 3 procent van de bevolking. De stoornis ontstaat meestal in de adolescentie of vroege volwassenheid. Vrouwen worden ongeveer twee keer zo vaak getroffen als mannen. Wanneer agorafobie eenmaal is ontstaan, kan zij zonder behandeling een chronisch beloop hebben. Agorafobie gaat vaak samen met andere psychische aandoeningen, met name paniekstoornis, andere angststoornissen en depressieve stoornissen. Deze comorbiditeit kan het beloop complexer maken en het functioneren verder beperken.

Behandeling

Agorafobie is goed behandelbaar. De behandeling bestaat meestal uit psychotherapie, medicatie of een combinatie van beide. Cognitieve gedragstherapie vormt doorgaans de eerste keuze van behandeling. Een belangrijk onderdeel hiervan is exposure, waarbij iemand stapsgewijs en gecontroleerd wordt blootgesteld aan situaties die angst oproepen. Door herhaalde blootstelling kan het angstniveau geleidelijk afnemen en leert iemand dat de gevreesde catastrofes meestal niet optreden. In de behandeling wordt ook aandacht besteed aan het herkennen en veranderen van angstige interpretaties van lichamelijke sensaties en situaties. Daarnaast kan gewerkt worden aan het verminderen van vermijdingsgedrag en het vergroten van zelfvertrouwen in het omgaan met angst. Wanneer psychotherapie onvoldoende effect heeft of wanneer de klachten ernstig zijn, kan medicamenteuze behandeling worden overwogen. Antidepressiva, met name SSRI’s en SNRI’s, worden vaak gebruikt bij angststoornissen en kunnen ook bij agorafobie effectief zijn. Psycho-educatie, het betrekken van naasten en het geleidelijk hervatten van activiteiten kunnen daarnaast bijdragen aan herstel.

DSM-5-TR

Volgens de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM-5-TR) wordt agorafobie gekenmerkt door duidelijke angst of vermijding van situaties waarin ontsnappen moeilijk kan zijn of waarin hulp mogelijk niet beschikbaar is wanneer zich paniekachtige of andere invaliderende symptomen voordoen. De DSM-5-TR beschrijft vijf typen situaties waarin deze angst kan optreden: het gebruik van openbaar vervoer, verblijven in open ruimtes, verblijven in afgesloten ruimtes, in een rij staan of zich in een menigte bevinden, en alleen buitenshuis zijn. Voor de diagnose moet angst aanwezig zijn in ten minste twee van deze situaties. De situaties roepen vrijwel altijd angst op en worden actief vermeden, verdragen met intense angst of alleen betreden wanneer iemand begeleid wordt. De angst staat niet in verhouding tot het werkelijke gevaar en houdt doorgaans minimaal zes maanden aan. Daarnaast moeten de klachten leiden tot duidelijk lijden of beperkingen in het sociaal of maatschappelijk functioneren. Agorafobie kan worden gediagnosticeerd met of zonder aanwezigheid van een paniekstoornis.

Literatuur

  • American Psychiatric Association. Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (5th ed., text revision; DSM-5-TR). Washington, DC: APA, 2022.
  • Bandelow B, Michaelis S. Epidemiology of anxiety disorders in the 21st century. Dialogues in Clinical Neuroscience. 2022.
  • Zorgstandaard Angstklachten en angststoornissen. Akwa GGZ.