De behandeling van een bipolaire stoornis is meestal multidisciplinair en bestaat uit een acute behandeling, vervolgbehandeling en onderhoudsbehandeling. In de herziene Multidisciplinaire Richtlijn Bipolaire Stoornissen uit 2015 wordt beschreven dat de behandeling doorgaans bestaat uit een combinatie van ondersteunende, psychologische en farmacotherapeutische interventies. Patiënten en hun naasten moeten vanaf het begin goed worden geïnformeerd over deze fasering, zodat duidelijk is wat zij in de verschillende stadia van de behandeling kunnen verwachten en welke keuzes daarbij een rol spelen. Een belangrijk uitgangspunt is het bevorderen van zelfmanagement. Daarbij gaat het onder meer om psycho-educatie, het opstellen van een signalerings- of noodplan, leefstijladviezen en het stimuleren van passend contact met lotgenoten. Bij ernstige manische of depressieve episoden kan een klinische opname nodig zijn, zeker wanneer sprake is van ernstige ontregeling, psychotische symptomen of risico op schade voor zichzelf of anderen.
Voorlichting en psycho-educatie
Goede voorlichting vormt een essentieel onderdeel van de behandeling. De patiënt heeft recht op begrijpelijke informatie over de aard van de stoornis, de mogelijke behandeling, de risico’s en gevolgen daarvan en eventuele alternatieven. Psycho-educatie is binnen de behandeling van bipolaire stoornissen een belangrijke en effectief gebleken interventie. Het kan bijdragen aan beter ziekte-inzicht, grotere therapietrouw en het verminderen van de kans op terugval. Een belangrijk onderdeel van psycho-educatie is het leren herkennen van vroege signalen van ontregeling, zoals veranderingen in slaap, energie, prikkelbaarheid of activiteitenniveau. Ook naasten spelen hierbij vaak een belangrijke rol. Contact met lotgenoten kan patiënten en hun direct betrokkenen bovendien helpen bij acceptatie van de aandoening, het omgaan met beperkingen en het verbeteren van de samenwerking met de hulpverlening.
Zelfmanagement
Zelfmanagement is gericht op het beter leren begrijpen en beïnvloeden van het eigen beloop. Het is belangrijk om zicht te krijgen op factoren die episoden kunnen uitlokken, zoals slaaptekort, stress, middelengebruik of verstoring van het dag-nachtritme. Ook het in kaart brengen van terugkerende patronen en voortekenen van een nieuwe episode kan helpen om eerder in te grijpen. In de praktijk kan dit worden ondersteund met hulpmiddelen zoals een signaleringsplan of noodplan, waarin staat beschreven welke vroege symptomen passen bij een naderende depressieve of manische episode en welke acties dan wenselijk zijn. Daarnaast kan aandacht voor een regelmatig dag- en nachtritme helpen om de stemming stabieler te houden. Sommige behandelingen maken gebruik van instrumenten om sociale ritmes en dagelijkse routines systematisch te volgen.
Psychologische en psychosociale interventies
Psychologische en psychosociale behandelingen vormen een belangrijke aanvulling op medicamenteuze behandeling. Het meeste onderzoek naar deze interventies is verricht bij patiënten die daarnaast ook psychofarmaca gebruikten als terugvalpreventie. Psychologische behandeling vervangt medicatie dus meestal niet, maar kan wel bijdragen aan betere stabiliteit, meer ziekte-inzicht en minder terugval. In de richtlijn worden verschillende interventies genoemd waarvan de werkzaamheid in onderzoek is aangetoond, waaronder cognitieve (gedrags)therapie, interpersoonlijke en sociaal-ritmetherapie en family-focused treatment. Vooral wanneer stemming en dagelijks ritme instabiel zijn, kan sociaal-ritmetherapie zinvol zijn. Betrokkenheid van naasten is vaak belangrijk, omdat bipolaire stoornissen niet alleen het individu maar ook het gezinssysteem sterk kunnen beïnvloeden.
Rapid cycling
Preventie van nieuwe episoden is een belangrijker behandeldoel dan het bereiken van een acute respons. Naast farmacotherapie is het handhaven van een vast dag-nachtritme en het beperken van middelengebruik belangrijk. Een relatief op zichzelf staande depressieve episode wordt conform de richtlijn bipolaire depressie behandeld, bij een (hypo)manische episode moet een eventueel gebruikt antidepressivum gestaakt worden. In principe zijn alle middelen die werkzaam zijn in de onderhoudsbehandeling dat ook bij patiënten met een rapid cycling-patroon, maar ze zijn wel minder effectief zijn dan bij patiënten zonder een rapid cycling-patroon. Er is dan ook geen duidelijke voorkeur welk middel te gebruiken in de onderhoudsbehandeling bij een rapid cycling-patroon. Het advies is om in eerste instantie hoogtherapeutische bloedspiegels c.q. hoge doseringen aan te houden. Er zijn beperkte aanwijzingen dat ect effectief kan zijn bij rapid cycling.
Medicatie
Medicatie speelt bij veel patiënten een centrale rol in de behandeling van een bipolaire stoornis, zowel in de acute fase als ter preventie van nieuwe episoden. Welke medicatie passend is, hangt af van het ziektebeeld, de fase van de stoornis, eerdere episoden, bijwerkingen en comorbiditeit. Lees meer op: farmacotherapie bij bipolaire stoornissen.